Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Pilatus versus Jezus

Home

WILFRED VAN DE POLL

Als Jezus op Goede Vrijdag bij Pilatus wordt voorgeleid, botsen twee werelden met elkaar, schrijft filosoof Giorgio Agamben. Een ultieme confrontatie, waarin niets is zoals het lijkt. tekst

Het doek gaat op. Tegenover elkaar staan: Jezus van Nazareth, de 33-jarige prediker uit Galilea, en Pilatus, de Romeinse prefect van Judea, waar Galilea onder valt. Locatie: Jeruzalem. Op de achtergrond een joelende meute. De Joden, aangevoerd door hun eigen gerechtshof, het Sanhedrin, hebben Jezus aangegeven bij de bezetters, de Romeinen. Ze willen van hem af.

Pilatus is een 'onbuigzame, koppige en wrede man', als we Philo, zijn Joodse tijdgenoot uit Alexandrië, moeten geloven. Ook bij Flavius Josephus komt hij niet over als een watje. De historicus beschrijft in zijn 'Annalen' hoe Pilatus een bloedbad aanrichtte onder protesterende Joden, nadat hij geld uit de tempel gebruikte voor de watervoorziening in Jeruzalem.

In de Bijbelse evangeliën zien we een heel andere Pilatus: een dralende man, die zich geen raad weet met het geval-Jezus. Wie is Pilatus en wat veroorzaakt zijn vreemde gedrag? De Italiaanse filosoof Giorgio Agamben probeert die vragen te beantwoorden in zijn boek 'Pilatus en Jezus', dat deze week in Nederlandse vertaling verscheen bij uitgeverij Sjibbolet.

Agamben (1942) is een van de meest invloedrijke Italiaanse filosofen. In Nederland werd hij bekend door zijn boek 'Homo Sacer' uit 1998. Als 22-jarige speelde hij nog een rolletje in Pasolini's beroemde Jezus-film, 'Il Vangelo Secondo Matteo' uit 1964. Hij heeft sindsdien altijd een levendige belangstelling gehad in theologie. Zo onderzocht hij in zijn boek 'Naaktheden' (2011) de theologische wortels van het westerse denken over het naakte lichaam.

In 'Pilatus en Jezus' beschrijft Agamben de confrontatie tussen Pilatus en Jezus. Theologisch gezien is dat een botsing, schrijft hij, tussen het wereldlijke Rijk (Pilatus) en het hemelse Rijk (Jezus). Maar, zegt Agamben: Pilatus valt niet naadloos samen met dit schema. Hij is geen karikatuur. De evangelieschrijvers scheppen bij hem 'misschien wel voor het eerst' een echt levendig 'personage', 'met zijn eigen psychologie en eigenaardigheden'. Pilatus laat zich niet willoos invoegen in het grote heilsplan. We zien zijn gedraal, zijn onbegrip, we vernemen dat hij zich 'zeer verbaasde', 'heel bang' is en voelen zijn irritatie als Jezus het vertikt te antwoorden. De botsing tussen het wereldlijke en het hemelse Rijk is even intrigerend als verwarrend, ontdekt Agamben.

Pilatus wil achterhalen of Jezus een politiek gevaar vormt, schrijft Agamben. Hij wil weten wat zijn aspiraties zijn, welke groep hij aanvoert en of hij zich inderdaad koning van de Joden waant. Jezus antwoordt: "Mijn Rijk is niet van deze wereld". Dat is niet een uitspraak waar een nuchtere Romein veel mee kan. Een bevestiging en een ontkenning tegelijk. Dus vraagt Pilatus door. "Jij bent dus koning?"

Jezus: "Alwie uit de waarheid is, luistert naar mijn stem." Waarop Pilatus: "Wat is waarheid?"

Je zou zeggen: als er érgens in het Nieuwe Testament een Grote Filosofische Vraag wordt gesteld, dan hier. Inkoppertje dus voor Agamben. Toch laat hij zich juist op dit punt niet verleiden tot gefilosofeer. Pilatus' vraag is ook vaak opgevat als ironie. Pilatus als peetvader van het scepticisme. En Nietzsche had het over het 'hautaine sarcasme' waarmee Pilatus het religieus gezwatel van Jezus tegemoettrad.

Maar Agamben ziet geen ironie of filosofie. Hij neemt de vraag letterlijk. Pilatus, zegt hij, wil begrijpen van welk 'Rijk' Jezus nu eigenlijk getuigt. Dat is alles. Met de onderliggende vraag: vormt Jezus nu wel of niet een bedreiging voor het Romeinse gezag in Judea?

Klaarblijkelijk komt Pilatus tot de slotsom met een ongevaarlijk sujet van doen te hebben, want hij wil hem laten gaan. Maar de massa dringt aan. Hij laat Jezus geselen, maar ook dat brengt de mensen niet tot bedaren. Dus gaat het gesprek weer verder. Of liever: de spraakverwarring. Geen centimeter komen Jezus en Pilatus dichter bij elkaar. En dan is de eigenlijke rechtszaak nog niet eens begonnen, schrijft Agamben. Geen enkele van de normale procedures is in acht genomen: de beschuldiging is niet op schrift gesteld; het delict niet vastgesteld. Pilatus treedt hier in feite op als bemiddelaar, zegt Agamben, niet als rechter.

Dat verandert als Pilatus Jezus voor de laatste keer naar buiten brengt, plaatsneemt op de rechterstoel - nu pas begint de rechtszaak formeel - en aan de Joden vraagt: "Moet ik uw koning kruisigen?" Het antwoord luidt: "Wij hebben geen andere koning dan de keizer!"

Droogjes staat er: "Toen droeg Pilatus hem aan hen over om hem te laten kruisigen."

Exit Pilatus. Het vonnis is geveld. Op naar de volgende scène, het dramatische hoogtepunt van het verhaal, de kruisiging. Maar wacht even: wórdt hier eigenlijk wel een vonnis uitgesproken? Pilatus 'droeg hem aan hen over'. Meer niet. Hij wast zijn handen in onschuld. Oordeelt hij wel echt? Het Griekse woord voor 'overleveren' betekent ook 'verraden'. Tot op het laatst blijft de ambiguïteit gehandhaafd.

Het wordt nóg vreemder. Er staat dat Pilatus plaatsnam op de rechterstoel. Maar, schrijft Agamben, je kunt dat 'plaatsnemen' ook vertalen als 'liet plaatsnemen'. Oftewel: Pilatus liet Jézus plaatsnemen op de rechterstoel, om met hem te spotten. In een schertsvertoning mag Jezus net doen alsof hij koning is en mag oordeelen. Een gedurfde interpretatie waar je enige grammaticale vindingrijkheid voor aan de dag moet leggen, maar Agamben vindt Justinus de Martelaar uit de tweede eeuw aan zijn zijde, net als het apocriefe 'Evangelie van Petrus'.

Wie oordeelt hier eigenlijk over wie, vraagt Agamben zich af. Of misschien spreken ze allebei wel geen oordeel uit? Abstracte mijmeringen volgen over de botsing tussen het eeuwige en het tijdelijke, het profane en het heilige, tussen goddelijke redding en menselijke gerechtigheid. Waar Agamben met deze bespiegelingen precies heen wil, wordt niet helemaal duidelijk. Wat hier gebeurt, tussen Pilatus en Jezus, laat hij in ieder geval open.

Als het doek weer valt, en Jezus weggeleid wordt naar Golgotha, zijn dood tegemoet, blijft de toeschouwer samen met Agamben verbijsterd achter. Dit was een van de vreemdste rechtszaken in de geschiedenis. Een rechtszaak die eigenlijk geen rechtszaak was, maar de geschiedenis wel voorgoed veranderde.

Lees verder na de advertentie

Pilatus' lijk eindigt in een put, ergens in Zwitserland

In het vroege christendom werd veel over Pilatus geschreven. De verhalen komen in twee smaken. In de ene is Pilatus een good guy, die door de 'verschrikkelijke' Joden tot de kruisiging wordt gedwongen, maar in zijn hart eigenlijk al bekeerd is. Kerkvader Tertullianus (ca 160-230) vertelt dat Pilatus de keizer zelfs een brief stuurde over de wonderen en de opstanding van Jezus. Van die brief circuleerden een heel aantal versies. Een ander geschrift verhaalt hoe keizer Tiberius de brief ontving, met ontzetting kennis nam van de inhoud en Pilatus naar Rome liet brengen. 'Hoe kon je deze man kruisigen?', roept Tiberius. Hij laat Pilatus onthoofden, maar een engel vangt zijn hoofd op. Er is ook een andere traditie. Ter dood veroordeeld door Tiberius slaat Pilatus de hand aan zichzelf in zijn cel. Zijn lijk wordt in de Tiber gegooid, maar er komen 'boosaardige en verdorven geesten' uit zijn lichaam. Het door demonen behuisde lijk wordt van de ene naar de andere plaats gesleept, tot het in een diepe put wordt gekieperd, ergens in de Zwitserse bergen.

Deel dit artikel