Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Pierre Audi zet Zweedse kijkdoos te kijk

Home

Peter van der Lint

In 2000 regisseerde Pierre Audi, artistiek leider van De Nederlandse Opera, in het Zweedse baroktheater van Drottningholm de opera 'Tamerlano' van Georg Friedrich Hündel. Hij koos er toen voor om de sinds 1766 volledig in tact gebleven toneelmachinerieën niet te gebruiken. Nu is hij er terug met Hündels 'Alcina' en gebruikt hij het wonderbaarlijke theatertje wederom op eigenzinnige wijze. De Zweden joelen en juichen en beide succesvolle ensceneringen zullen in 2005 in de Amsterdamse Stadsschouwburg te zien zijn.

Boven in de nok van het paleistheatertje in Drottningholm bij Stockholm, hangt -onzichtbaar- een langwerpige gesloten kist. Daarin bevinden zich een paar grotere en kleinere ronde keien. Door een scharnierpunt in het midden kan de kist -via touwen bediend- kantelen. Het rollen van de keien in de kist levert een majestueuze, authentieke donder op. En gedonder, daar had men nogal eens behoefte aan in het genre van de barok-opera; het donderde als goden op wolken naar beneden kwamen, het donderde als een kwaaie tovenares met veel omhaal in haar met draken bespannen strijdkaros vanaf de bühne opsteeg, het donderde als de krachten van de hel werden aangeroepen en het donderde natuurlijk ook als de weergoden woest werden en het moest bliksemen en stormen.

Authentieker dan met de keien in de kist van Drottningholm kun je een donder in een theater amper krijgen. En dus hadden we ons schrap gezet. Want in de opera 'Alcina' (1735) van Georg Friedrich Hündel, die deze zomer in Drottningholm te zien is, moet de kist in een vrij vroeg stadium kantelen. Al in de tweede scène staat in de partituur: s'ode strepito di tuoni e folgori, aprindosi improvvisamente da più lati rovinando il monte; e dileguandosi appare le deliciosa reggia di Alcina (men hoort plotseling donder en bliksem, van verschillende kanten de bergen verwoestend; als die verdwijnen ontwaart men het prachtige paleis van Alcina).

Maar er kwam geen geluid van boven, de kist kantelde niet, de keien bleven op hun plek. En er bleef meer op zijn plek: geen verdwijnende bergen, geen bliksem en geen plotseling oplichtend paleis van Alcina. Gelukkig maar, want wat regisseur Pierre Audi op deze bijzondere plek met Hündels meesterlijke opera heeft gedaan, is zo doordacht en zo goed doorgevoerd dat elk gedonder afbreuk zou doen aan Audi's vernieuwende kijk op 'Alcina' en op barok-opera in het algemeen. Dat deze top-productie juist in Drottningholm te zien is, de plek waar men het theater zelf en de opera's die er gespeeld werden als museumstukken behandelde, levert een zinderende extra spanning op en het is nog maar de vraag of deze 'Alcina' van Audi niet te veel van die spanning verliest als de opera in 2005 in de Amsterdamse Stadsschouwburg -een totaal ander theater- te zien zal zijn.

Het barokke theater in Drottningholm, geopend in 1766, ging op slot in 1809. Koning Gustaaf IV, opvolger van de in 1792 tijdens een gemaskerd bal vermoorde Gustaaf III, hield het voor gezien. Een veilinglijst uit 1814 vermeldt de verkoop van decorstukken, bezittingen, belichtingsmateriaal en vuurwerkinstallaties die gebruikt werden voor feesten in het park. Het theater raakte in vergetelheid en werd gebruikt als opslagplaats voor schilderijen, meubels en beddengoed; zelfs aardappelen werden er opgeslagen. Die vergetelheid was eigenlijk een zegen, want toen wetenschapper Agne Beijer in 1921 -op zoek naar materiaal over het Gustaviaanse theater- de deuren van het theatertje opende, vond hij achter de opgeslagen spullen het oude decor (ongeveer dertig complete sets) en de volledig intact gebleven toneelmachinerieën, die alleen nieuwe touwen nodig hadden.

Al een jaar later klonk er weer muziek in Drottningholm en na jaren eerst alleen te worden gebruikt voor het gesproken theater, werd na de oorlogsjaren geëxperimenteerd met opera. De experimenten groeiden uit tot een heus opera-zomerfestival waarvan grootheden als dirigent Arnold üstman en zangeres Elisabeth Söderström artistiek leider zijn geweest. Het hoftheater van Drottningholm werd een begrip. Het is het enige bewaarde baroktheater ter wereld, waar met behulp van zeven coulissen aan elke kant razendsnel decorwisselingen kunnen plaatsvinden: perspectivische vergezichten van een park, een stad, een interieur zijn in een mum van tijd op het toneel te toveren. Uit de nok kunnen wolkenpartijen neerdalen en vliegen over het toneel is ook geen enkel probleem. Aan al die toneeltechniek komt geen computer te pas; louter mankracht (zo'n veertig man per voorstelling) zorgt voor de bediening van de touwen en de opschuifbare houten panelen.

Het Slottsteater van Drottningholm werd vanwege het unieke karakter en de unieke staat waarin het verkeerde door Unesco in 1991 op de lijst met culturele werelderfgoederen gezet. Vanaf Stockholm is het een uurtje varen. Je kunt ook over land, maar zo'n boottochtje verhoogt het plezier. Varend door de archipel van eilanden die samen Stockholm vormen, laat je de stad langzaam achter je om na een uur tussen de uitgestrekte bossen ineens Drottningholm, het koninklijk paleis, te zien liggen. Het is als een soort Versailles, met net zo'n park, met net zulke fonteinen, misschien allemaal net even iets provincialer.

In de visie die Audi op 'Alcina' heeft, is het tovereiland waar Alcina haar mannen betovert, verandert en in de war brengt, niets anders dan het Drottningholmse theater zelf. Dat theater is immers ook een soort toverdoos, een kijkdoos waaraan je je kunt vergapen, maar die met het echte leven niets te maken heeft. Het liefst zou Audi, zo liet hij weten, theater maken tussen de machinerieën zelf, onder en boven het toneel, waar de geheime krachten te zien zijn die de toverdoos in werking zetten.

In 'Alcina' komt hij daarmee al een heel eind. De toverdoos is aan het begin intact. Bradamante komt verkleed als man met haar gouverneur Melisso op vanonder het toneel - een gang van de 'echte wereld' naar de toverwereld van Alcina (én die van Drottningholm). In een arcadische omgeving zijn zij op zoek naar Ruggiero, de echtgenoot van Bradamante, die door Alcina betoverd werd en die nu verliefd op haar is. Vanaf dat moment beginnen de krachten te werken die Alcina's toverkracht en haar slinks verkregen liefde moeten verbreken. Het lijkt wel of alle personages op het toneel, tussen die mooie coulissen hun kompas kwijt zijn. Ze draven bij voortduring op en af, blijven in barokke poses staan en lijken zich geen raad te weten. Het levert schitterende confrontaties op, die Hündel nooit en te nimmer bedoeld heeft, maar die de verschillende verhaallijnen van boeiende commentaren voorzien.

Allengs verliest Alcina haar tovermacht en het theater ook. Als in de tweede akte Ruggiero een ring krijgt van Melisso, moet het tovereiland veranderen in een dorre woestijn. Op dat moment laat Audi de veertien coulissen omdraaien en kijken we een uur lang aan tegen het onbeschilderde linnen, gespannen op tengels. Prachtig effect! In het derde bedrijf gaat het voordoek in eerste intstantie maar een klein stukje omhoog; eronder liggend bezingen Morgana (Alcina's zuster) en Oronte (Alcina's generaal) hun liefdesperikelen. Tijdens Alcina's grote aria 'Mi restano le lagrime' dalen de wolken nog wel uit de hemel, maar het is een laatste stuiptrekking van het theater. Op het laatst is er alleen nog het kale hout, de coulissen zijn gereduceerd tot alleen de houten tengels en kisten op het toneel roepen de jaren in herinnering toen Agne Meijer het theater herontdekte.

Met de steeds verdere onttakeling van het theater als toverdoos, gaan de personages zich op het toneel steeds menselijker gedragen. Het is een prachtige omgekeerde spiegeling en Audi boft met zijn zangers/acteurs dat zij dat zo mooi zichtbaar weten te maken. Dat hij Alcina en Morgana, de toverzusters van het eiland, laat sterven, is een ultiem statement van Audi tegen het baroktheater als museumkunst.

Christine Schüfer (Alcina), Anne Sofie von Otter (Ruggiero), Patricia Bardon (Bradamante), Ingela Bohlin (een ontdekking als Morgana) en de andere drie zangers hebben de weg met Audi naar deze voorstelling triomfantelijk afgelegd. Schüfer en Von Otter zijn vocaal in topvorm en leggen in hun vele aria's vurige virtuositeit dan wel ontroerende verstilling. Von Otter wilde haar toezegging om met deze 'Alcina' naar Amsterdam te komen laten afhangen van het uiteindelijk resultaat; ze heeft haar komst nu volmondig toegezegd.

Dat belooft wat in Amsterdam in 2005. De voorstellingen passen in de interessante Hündel-cyclus die De Nederlandse Opera op dit moment aan het maken is. 'Tamerlano' en 'Alcina' zullen een hele maand om en om in de Stadsschouwburg worden gespeeld. In ieder geval is dirigent Christophe Rousset met zijn orkest dan weer van de partij. Rousset was met zijn fel ondersteunende begeleiding voor een groot deel medeverantwoordelijk voor deze topvoorstelling.

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie