Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Peuterleerplicht is nieuwe kinderarbeid

Home

BAS LEVERING en EMERITUS-LECTOR ALGEMENE PEDAGOGIEK EN HOOFDREDACTEUR VAN PEDAGOGIEK IN PRAKTIJK MAGAZINE

Kinderen vanaf 2,5 jaar naar school laten gaan is een slecht idee. Zaken als taalachterstand los je er niet mee op, schrijft Bas Levering.

Het plan om Amsterdamse kinderen vanaf 2,5 jaar naar school te sturen, was minder nieuw dan de algehele opschudding vorige week deed vermoeden. Het is terug te vinden in het advies dat de Onderwijsraad begin 2010 uitbracht onder de titel 'Naar een nieuwe kleuterperiode in de nieuwe basisschool'.

In het artikel 'Voorschool staat na 15 jaar nog in de kinderschoenen' (22 augustus) somde Trouw nog eens geduldig op dat er geen wetenschappelijk bewijs is dat onderwijs aan peuters goed werkt. Alle vertrouwde geluiden van de voorstanders van programma's Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) kwamen voorbij. Zoals het argument dat er in Nederland weliswaar nog nooit een lange-termijneffect is aangetoond, maar er wel internationaal onderzoek beschikbaar is.

Als je eenmaal in de Verenigde Staten hebt mogen rondkijken, dan weet je hoe dat komt. Gemeten naar de dagelijkse praktijk daar, zouden wij in Nederland eigenlijk het woord achterstand niet meer in de mond mogen nemen. Als je op grond van de ondermaatse prestaties van de voorschoolexperimenten in Nederland constateert dat de voorschool nog in de kinderschoenen staat, suggereer je dat het in de toekomst wel goed komt. Op welke gronden eigenlijk? In 2008 spraken we naar aanleiding van het rapport van de commissie Dijsselbloem af dat er geen onderwijsvernieuwingen zouden worden ingevoerd waarvan het effect niet van te voren was vastgesteld.

Maar het onderzoek naar de effecten van taalachterstandsbestrijding staat in ons land helemaal niet in de kinderschoenen. Eind jaren zeventig moesten onderzoekers in het kader van het beroemde project van Van Heek na twintig jaar experimenteren toegeven dat het letterlijk onbegonnen werk was. Toen wisten we dus al dat de incorporatie van jongere kinderen in de basisschool in 1985 met zijn 'doorgaande lijn in de ontwikkeling' het beloofde heil niet kon brengen.

Pikant is het natuurlijk dat juist dezer dagen de Onderwijsinspectie rapporteerde dat de 355 miljoen euro die jaarlijks aan de bestrijding van achterstanden van 45.000 peuters wordt uitgegeven, weinig tot geen effect heeft. De inspectie vlucht, precies zoals de onderzoekers achter de VVE-lobby dat steevast doen, in een argumentatie die louter over randvoorwaarden gaat.

De gemeenten zouden de organisatie van het onderwijs niet op orde hebben, waardoor onduidelijk is of ze wel de juiste kinderen helpen. Ook worden ouders nauwelijks betrokken en is er in een meerderheid van de projecten geen afstemming met de basisscholen.

De grootste aanfluiting van dit hele verhaal is de vooronderstelling dat als die randvoorwaarden allemaal wel op orde zouden zijn, de programma's wel effect zouden hebben. Daarmee corrigeer je bijvoorbeeld niet de grondfout dat de programma's zijn gebaseerd op een gemiddeld beeld van de ontwikkeling van jonge kinderen.

Het valt zelfs heel goed te beargumenteren dat het keurslijf van de programma's schadelijke effecten heeft - is het niet op de langere termijn, dan toch voor de kwaliteit van het jonge kinderleven zelf.

In 1874 werd in Nederland de kinderarbeid afgeschaft. Van een effectieve afschaffing kon pas sprake zijn na de invoering van de leerplicht in 1901, al waren de zomer- en herfstvakantie ook toen nog lange tijd bestemd voor de kinderarbeid op het land. Met de voorgenomen vervroeging van de leerplicht van vijf naar twee en een half jaar - want daar komt het van, anders werkt het helemaal niet - wordt voor de allerjongste kinderen een nieuwe vorm van kinderarbeid ingevoerd.

Deel dit artikel