Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

PETER DE GROTE - EEN FEESTJE VOOR EEN GENIALE TIRAN

Home

HARO HIELKEMA

Drie eeuwen geleden bracht tsaar Peter de Grote een aantal maanden door in Nederland, om er alles te leren over de scheepsbouw. Dat bezoek, dat voor Rusland van onschatbare betekenis is geweest, wordt dezer dagen uitbundig herdacht. Voor alle gemak wordt daarbij voorbijgegaan aan het feit dat de tsaar allebehalve een zachtzinnig heerschap was. In de bijlage Etcetera staat het programma dat rond de herdenking in Nederland is samengesteld.

En toch wordt er dezer dagen een feestje gevierd, want tsaar Peter de Grote bracht bijna driehonderd jaar geleden een paar maanden in Holland door. We sturen de kroonprins en een loodzware kabinetsdelegatie naar een mega-party in St. Petersburg ter gelegenheid van drie eeuwen Nederlands-Russische betrekkingen. Onze matrozen zijn eregast op het jubileum van de Russische vloot. In Zaandam en Amsterdam worden de slingers uit de kast gehaald ter herinnering aan die wreedaard van een tsaar. En in december komen de prachtigste schatten uit de Hermitage, het grootste en bijna beroemdste museum ter wereld, voor een tentoonstelling naar Amsterdam.

Het kan dus bijna niet op. Wie was die Peter de Eerste dan wel, dat Nederlanders vandaag nog voor hem uit hun dak gaan? Wat heeft Nederland dat het in St. Petersburg op de voorste rij mag zitten? En hoe kan het maar een haartje gescheeld hebben dat die tsaar van Moscovië zijn onderdanen verplicht had naast het Russisch Nederlands als tweede taal te leren?

Zegge en schrijve een week heeft Peter de Grote in de zomer van 1697 aan de Zaan vertoefd; het is een van die wapenfeiten die schoolkinderen in geschiedenislessen altijd worden bijgebracht. Het Czaar Peterhuisje in Zaandam dient als bewijs dat de vorst hier gelogeerd heeft toen hij het vak van scheepstimmerman wilde leren. Bij de vraag of het werkelijk in dit scheefhangende pandje is geweest, moeten we afgaan op het erewoord van Jan Anthonie Bulsing. Deze kastelein van De Otter kocht het huisje in 1800 voor zestig gulden, hing er een bord op dat de tsaar van de Russen er gewoond had en zette er een beker bij waarin belangstellenden het entreegeld moesten deponeren.

Hij is zeker in Zaandam geweest. Weliswaar was Peter incognito naar Holland getrokken, maar die reus van 2 meter 4 - vijfentwintig jaar oud en sinds een paar jaar aan de macht in Rusland - kon je moeilijk over het hoofd zien. Op een zondagmorgen in augustus 1697 voer hij met enkele volgelingen in een gehuurd kajuitjacht over de Zaan de stad binnen. Het verhaal wil dat hij plots de smid Gerrit Kist aan de kant zag zitten palingpoeren, dat hij de man had herkend als een van de Hollanders die in Moskou voor hem hadden gewerkt en dat hij hem had aangeroepen: 'Smid, smid, koom hier!' Kist was van verbazing bijna in het water gerold, maar had de tsaar toch begroet en hem op zijn verzoek het achterhuis van zijn woning als logeeradres aangeboden: wat nu het museumpje aan de Krimp is.

Peter kocht meteen timmergereedschap en knutselde in de achtertuin een banja (sauna) in elkaar, een van de belangrijkste levensbehoeften van een Rus. Hij was dus wel van plan een tijdje te blijven. Overdag liep hij scheepswerven af, bezocht houtzaagmolens en ontdekte hoe papier geschept werd. Het avondeten haalde hij bij de vrouwen en moeders van Zaanse scheepsbouwers met wie hij in Moskou had gewerkt. Hij was incognito, maar het nieuws van zijn aanwezigheid verspreidde zich als een lopend vuurtje door stad en land. Zelfs vanuit Amsterdam kwamen nieuwsgierigen naar de Zaan om een glimp van hem op te vangen of te verifiëren of hij inderdaad de tsaar van Rusland was, zoals in veel weddenschappen op de beurs was beweerd. Gek van al die aandacht vluchtte Peter naar Amsterdam, waar net zijn gevolg was gearriveerd.

Het Grote Gezantschap van de tsaar was in maart van dat jaar uit Moskou vertrokken. Het was een bijzonder initiatief van de Russische vorst, want nog nooit had iemand vóór hem zo'n buitenlandse reis gemaakt. Tot die tijd was het Russen zelfs verboden hun land te verlaten en vreemd brood te eten: dat was verraad aan de kerk en de staat. Peter dacht daar anders over. Hij had steun nodig in zijn strijd tegen de Turken, die hem in het zuiden de toegang tot de Zwarte Zee beletten, en tegen de Zweden die hem in de Oostzee dwars zaten. Dè zeemacht van die tijd was Nederland. Peter wist bovendien van Hollands welvaren. Hij had in zijn jeugd veel Hollanders (zoals Gerrit Kist) ontmoet in Nemetskaja Sloboda, een speciale wijk voor vreemdelingen even buiten Moskou. En het was hem bekend dat Amsterdam op dat moment het middelpunt van de wereld was, waar de knapste koppen op allerlei terreinen te vinden waren en dus de meeste kennis te halen was.

Rusland was daarmee vergeleken een volstrekt achtergebleven gebied, een land dat weggedommeld was in een middeleeuwse manier van leven. Van wetenschappen wisten zij niets, stelde een westerse bezoeker vast. Het zijn goede christenen, schreef de latere burgemeester van Amsterdam, Nicolaas van Witsen, na een verblijf van twee jaar. 'Maar ze zijn dom en slecht gemanierd. Studie is daar verboden en men noemt ze ketters die zich verdiepen in de wetenschappen.' Boeken kenden de Russen niet, behalve over religieuze onderwerpen. Er hing wel wat kunst aan de muur in de paleizen, maar die kwam uit het westen of was van westerse kunstenaars geïmiteerd.

Peter de Grote wilde niet volstaan met het inhuren van buitenlandse vaklui, maar wenste dat de Russen dat werk ook zelf zouden leren: textiel maken, molens bouwen, kanalen aanleggen, papier fabriceren, tuinen ontwerpen, wapens smeden, vestingen bouwen, schepen vervaardigen, medicijnen maken, wetenschap bedrijven. Voordat dat gebeurde, wilde de tsaar die vaardigheden eerst zèlf onder de knie krijgen. En daarvoor moest hij op reis.

Niemand mocht het weten, onder de schuilnaam Peter Michaljov ('vrijwilliger') reisde hij met het gezantschap mee. Wie het waagde om zijn identiteit bekend te maken, kon de doodstraf krijgen. De tsaar hield niet van ceremonieel vertoon, maar wilde ook in het geheim naar West-Europa uit vrees voor een staatsgreep. Alle post voor het buitenland werd in Moskou opgehouden tot Peter terug was, of werd hem met speciale koeriers nagebracht.

In de zomer van 1697 arriveerde hij aan de Nederlandse grens, waar hij zijn gevolg vooruit reisde naar Zaandam. Daar bleef hij dus maar een paar dagen, het echte scheepstimmeren leerde hij daarna op de besloten werf van de VOC in Amsterdam. Hij bouwde in vier maanden een fregat, de 'Pieter en Paul': een knappe prestatie, al waren alle onderdelen hem als een bouwpakket op maat aangeleverd. Het leverde hem een getuigschrift van de werfbaas op, dat hij de rest van zijn leven bij zijn staatspapieren heeft bewaard.

Ceremoniële plichtplegingen liet hij zoveel mogelijk over aan zijn gezanten. Die keken ook hoe in Holland met armen, wezen en bejaarden werd omgegaan, hoe kerken en synagogen functioneerden en wat er bij het bombarderen kwam kijken. Peter ging wel mee naar de hortus botanicus, woonde een demonstratie van een scheepskameel bij en stond er met zijn neus bovenop toen professor Frederik Ruysch in het Anatomisch Theater in de Waag zijn openbare snijlessen gaf. Hij moet onder het kijken zo ongedurig geweest zijn, dat hij zelf het ontleedmes wilde grijpen. En toen zijn reisgenoten niet naar een vers lijk durfden kijken, heeft hij ze volgens de overleveringen gedwongen de spierbundels met hun tanden uit elkaar te scheuren.

Een bezoek aan het theater was een straf voor de tsaar, die halverwege de voorstelling de schouwburg verliet. Muziek deed hem evenmin iets, hij hield alleen van trommelen. Het was eigenlijk nooit goed bij hem, zegt historica Jozien Driessen, van wie zojuist het boek 'Tsaar Peter de Grote en zijn Amsterdamse vrienden' bij Kosmos-Z & K is verschenen. Aan de ene kant wilde hij zijn identiteit geheimhouden, aan de andere kant kon hij woest worden als een stad hem met minder kanonschoten begroette dan hij - naar zijn mening - op grond van zijn majesteit recht had.

Illustratief voor zijn grilligheid was het bezoek van het gezantschap aan de Staten-Generaal in Den Haag: de gezanten werden in de Trèveszaal ontvangen, Peter de Grote volgde alles in een zijvertrek zonder dat hij gezien werd. Op een gegeven moment was hij het zat, maar om te vertrekken moest hij door de Trèveszaal en daar had hij geen trek in. De leden van de Staten-Generaal dienden zich maar even allemaal om te draaien, verordonneerde hij aan 'reisleider' en burgemeester Nicolaas Witsen. De overheid van een soeverein land kon hij niets gebieden, gaf die hem als antwoord. De Heren Zeventien wilden wel opstaan, maar niet met hun rug naar hem toe. Er bleef de tsaar niets anders over dan de zaal te verlaten met de (bokke)pruik voor zijn gezicht.

Het spiegelgevecht dat voor hem op het IJ werd uitgevoerd (met echte kanonnen op de schepen en echte schutters op de kant), was daarentegen wèl aan hem besteed. Het was zeker zo druk als bij Sail Amsterdam. Peter stond overal vooraan, vooral waar de strijd het hevigst was. En het gigantische vuurwerk dat voor de Russen werd afgestoken en maar liefst 42 minuten duurde, vond hij ook al prachtig - al ergerde hij zich aan het feit dat er ook allemaal Amsterdammers stonden te kijken. Kunnen die niet ophoepelen, vroeg hij nog (tevergeefs) aan de burgemeester.

De meeste tijd die hij in Holland doorbracht, probeerde de tsaar nuttig te besteden - al zijn er ook sappige verhalen van drink- en eetgelagen bekend. Hij volgde tekenles van de beroemde scheepsschilder Adam Silo, leerde van Adriaan Schoonebeek etsen (één prent van de tsaar, 'De overwinning van het christendom op de islam', is bewaard gebleven) en bezocht boekhandelaar en uitgever Nicolaas Chevalier. Bij de anatomisch lessen van Frederik Ruysch zat Peter te watertanden. Hij kon van diens natte en droge preparaten van mensen en dieren niet genoeg krijgen: het preparaat van een kindje vond hij zo prachtig dat hij het volgens een anekdote van de plank pakte om het te kussen.

Jan van der Heyden, die met zijn broer de brandspuit had uitgevonden, was ook een favoriete genius voor Peter. Hij kocht twee spuiten voor 'thuis', heeft ze daar zelf uitgeprobeerd en hielp naderhand vaak mee bij het brandblussen.

Onder invloed van allerlei mensen die hij in Holland ontmoette, kreeg Peter de Grote een verzamelwoede over zich. Het verzamelen van kennis (hij wilde alles zelf doen en leren), van afbeeldingen (hij sprokkelde kaarten en prenten van exotische planten en dieren bij elkaar) en van voorwerpen (hij gaf schatten uit aan kunst, boeken en preparaten). De Amsterdamse apotheker Albert Seba leverde hem voor tienduizenden guldens een collectie dieren en schelpen uit Oost- en West-Indië, die hij bij opvarenden van VOC-schepen op de kop had getikt. Van Ruysch kocht hij een collectie anatomische zaken die in die tijd al wereldberoemd was, bij Musschenbroek bestelde hij natuurkundige instrumenten, van kunsthandelaars betrok hij schilderijen om zijn paleizen mee te versieren (van Rembrandt, Steen en andere Hollandse meesters), Chevalier leverde hem agaten en cameeën.

Toen hij in Holland 'uitgekocht' was, reisde hij nog ruim twee maanden naar Engeland op zoek naar bouwtekeningen voor de scheepsbouw. In Amsterdam had hij die niet gezien, daar werd gebouwd over de duim en op het gevoel. Maar het vroor in Londen en de werven lagen stil, voor Peter de Grote een reden om zich op andere doelen te richten. Hij bezocht het Ashmolean Museum in Oxford, de marinehaven in Portsmouth, de sterrenwacht in Greenwich en de koning (Willem III) in paleis Kensington. Hij rommelde wat met een actrice en verruïneerde het landhuis dat hem door de Engelse regering als logeeradres was aangeboden. Via Amsterdam en Wenen reisde de tsaar terug naar Moskou, waar hij arriveerde op het moment dat beroepssoldaten een opstand uitvoerden. Zijn verblijf in West-Europa had hem in dat opzicht weinig veranderd, de afrekening met de oppositie was even bloedig als vóór zijn reis.

Toch is het bezoek van Peter de Grote aan Holland voor Rusland niet zonder gevolgen gebleven. De tsaar heeft het gezicht van zijn land definitief veranderd, zegt historica Jozien Driessen. Hij heeft van een exotisch vorstendommetje aan de buitengrens van Europa een mogendheid gemaakt, waarmee voortaan politiek rekening gehouden moest worden. De Nederlandse zeeofficier Cornelis Cruys liet zich overreden om een Russische vloot op stapel te zetten, forten te bouwen voor de nieuwe hoofdstad Petersburg en zeeslagen te leiden. Heel even is Cruys uit de gratie geweest bij Peter, is door hem ter dood veroordeeld om weer in genade te worden aangenomen. Toen de tsaar in 1712 met zijn vriendin Catharina trouwde, mocht hij zelfs getuige zijn.

De Nederlandse inbreng voor de marine en haven in Rusland is zo belangrijk geweest, dat een Nederlands fregat (de 'Witte de With') vandaag het maritieme jubileum in St. Petersburg mag openen. “Dat besef is er nog steeds”, zegt de voorzitter van de Peter de Grote-manifestatie en oud-ambassadeur in Moskou, mr. P. Buwalda. “De eerste schepen die in Petersburg kwamen, waren Nederlandse. Dankzij de sympathie voor ons land heeft de handel een grote vlucht genomen en kwamen er enorme scheepsladingen graan en bont uit Rusland. Daar viel goed aan te verdienen. Petersburg is geen Nederlandse stad, maar de plattegrond met kanalen is wel gemaakt naar de ideeën die Peter de Grote hier opdeed. In paleizen vind je nog typisch Nederlandse vertrekken en voorwerpen.”

Tsaar Peter heeft Rusland uit middeleeuwse sferen opgeschrikt en met een reuzenzwaai midden in het bruisende Holland van 1700 willen neerzetten, constateert Jozien Driessen. “De veranderingen die hij teweeg heeft gebracht, zijn enorm. Hij was van zijn verblijf hier verschrikkelijk onder de indruk. Het feit dat iedereen met iedereen praatte. In Rusland was hij gewend dat men voor hem op de grond ging liggen en zei: 'Ik ben uw slaaf'. Hier werd hij in het Amsterdamse stadhuis tegengehouden door een werkster die de vloer aan het dweilen was: ook een tsaar moest maar even wachten. In Haarlem liet hij de koets stoppen om een mooie boerderij te bekijken; hij stapte zonder vragen naar binnen, maar daar was die boer helemaal niet van gediend.”

Ook de boekdrukkunst sprak Peter zeer aan. Een Amsterdamse koopman kreeg voor 15 jaar het privilege om kaarten en boeken in Rusland in te voeren. Hij liet een klein woordenboekje Nederlands-Russisch en Russisch-Nederlands samenstellen. Hij bestelde nieuwe letters bij Hollandse graveurs, zette vaart achter de modernisering van het Russische alfabet en maakte zich zelfs op een veldtocht nog druk over de vraag of er op de Russische ï al dan niet puntjes moesten staan.

Hij gaf de wetenschap een enorme stimulans door de oprichting in Petersburg van een Akademie van Wetenschappen. Hij vroeg tal van westerse geleerden hun kennis daar te komen uitdragen. Figuren als Boerhaave, 's-Gravesande, Jan van der Heyden en Menno van Coehoorn bedankten voor de eer, maar er waren tal van wetenschappers die het risico met een rechteloos bewind van de dwingeland wel aandurfden. Hun komst ontketende volgens Driessen in Rusland een ware revolutie. “Hij heeft bovendien als eerste vorst in Europa het tientallig muntstelsel ingevoerd. Hij heeft ervoor gezorgd dat mannen aan het hof hun baard afschoren en de kaftan inruilden voor westerse kleding. Hij heeft de aandacht voor de klassieke oudheid in gang gezet en antieke beelden geïntroduceerd. Door hem veranderde de rol van de vrouw, die vóór die tijd weggestopt zat in een apart verblijf en de wereld waarnam door een luikje. Er kwamen kranten, scholen en boeken. En hij heeft het Russisch verrijkt met allerlei zeewoorden, die hij in Nederland had geleerd. Brandspuit is brandspojt, schipper is sjkiper en sluis is sjloez. Hij liet ook een tweetalig Zeereglement maken.”

Peter wentelde zelf van genot in de Kunstkamer die hij had opgericht, toen de collecties van Seba en Ruysch per schip in Petersburg arriveerden. Het was nog even moeilijk om geschikte huisvesting te vinden. Maar tegenover het Zomerpaleis stond toevallig het huis van Alexander Kizin en omdat die toevallig sympathie had getoond voor Peters opstandige zoon, was het een koud kunstje voor de tsaar na zijn zoon ook zijn oude vriend uit de weg te ruimen. En zo werd het Huis van Kizin Kunstakademie, waar Peter elke gast mee naar toe troonde en soms uren kon zoethouden door draaibanken, lenzen, zonnewijzers en andere instrumenten te demonstreren of een anatomische les te laten meemaken. Voor de Russen was het even wennen. Een oppasser beklaagde zich een keer dat er alweer mensen kwamen kijken. De tsaar gaf hem een fikse uitbrander, zei dat de Kunstkamer daar nou net voor bedoeld was en gaf hem geld om voortaan elke bezoeker te trakteren op een glas wijn en een versnapering.

Veel van de collecties van Peter de Grote zijn vorige eeuw verspreid over verschillende musea. Jozien Driessen heeft met directeur Renée Kistemaker van het Amsterdams Historisch Museum en Russische collega's in St. Petersburg geprobeerd de collecties te reconstrueren. In de huidige Kunstkamer en de Hermitage vonden ze briefwisselingen en bestellijsten. In kasten troffen ze een groot deel van de boeken aan die Peter hier verzamelde. Dertig schilderijen zijn teruggevonden, de aanbevelingen van Seba om nog meer bij hem te bestellen, complete albums met prenten en tekeningen die hier in Nederland al lang uit elkaar gevallen zijn, preparaten van Ruysch “die hier opgeruimd en daar dankzij inertie van de Russen nooit opgeruimd zijn”, het ontbrekende katern van een bezoekersboek van verzamelaar Jacob de Wilde dat in het Amsterdams Gemeentearchief ligt. Een groot deel is nu uitgestald in het Hermitage en komt in december naar Amsterdam, een vooruitzicht dat Jozien Driessen de blossen op de wangen brengt.

Veel herinneringen aan Peter de Grote zijn inmiddels verdwenen, geeft ze toe. De gedachte van de tsaar dat hij de Hollandse samenleving kon kopiëren, kwam niet uit. Driessen: “Hij wilde het met geweld doen, hij wilde alles van bovenaf regisseren. Iedereen moest dienen. Land werd toegewezen als beloning en afgepakt als straf. Er was zo'n enorme rechteloosheid. Kort na zijn dood werden tal van veranderingen teruggedraaid, de betekenis van Petersburg nam af en Moskou werd weer hoofdstad.”

Oud-ambassadeur Buwalda ziet een sterke parallel met de moderne tijd. “Ook nu zie je in Rusland dat men het venster naar het westen wil openzetten, weg wil van het communisme, maar tegelijk een vangnet vergeet aan te brengen om de sociale gevolgen op te vangen. Er wordt gezocht naar een derde weg, iets tussen communisme en kapitalisme in. Ik heb steeds gezegd: je kunt niet half vrij zijn. Dat is ook gebleken.”

Peter de Grote stierf in 1725. Hij wilde een begrafenis zoals hij in het westen had gezien, maar had niets geregeld. Zijn volgelingen zaten met de handen in het haar. Uiteindelijk brachten ceremonieboeken uitkomst. Uit Peters eigen bibliotheek.

Deel dit artikel