Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Permanent Hof van Arbitrage zette Den Haag op de kaart als stad van internationaal recht

Home

PAUL VAN DER STEEN

Volgende week vindt in Den Haag de nucleaire top plaats. In 1899 was de stad gastheer van de eerste Internationale Vredesconferentie.

De media maakten geen melding van vrouwen van lichte zeden met extra klandizie. Van veiligheidsmaatregelen, die het dagelijks leven in Den Haag en directe omgeving, laat staan in de rest van het hart van Holland, ontwrichtten, was geen sprake. Voor de vergaderingen van de Eerste Internationale Vredesconferentie in 1899 in Den Haag was paleis Huis ten Bosch uitverkoren, toen nog gelegen buiten de Hofstad en zelfs nog op het grondgebied van de gemeente Wassenaar. Daar tussen de bomen had naast de honderd deelnemers uit 26 landen (geen regeringsleiders) slechts een enkele buitenstaander toegang: de Britse journalist William Stead, de Pools-Russische bankier Ivan Bliokh (internationaal bekender als Jean de Bloch) en de onvermoeibare Oostenrijkse vredesactiviste Bertha barones von Suttner.

Tsaar Nicolaas II had het initiatief voor de conferentie genomen. Tegen het einde van de negentiende eeuw liepen de internationale spanningen op. Het Russische staatshoofd vreesde dat zijn immense imperium niet per se sterker uit een volkerenslag zou komen. De vooral met spoorwegen rijk geworden De Bloch had ook bij de tsaar gelobbyd voor een internationaal overleg. In 1898 had hij een zesdelig en maar liefst vierduizend pagina's tellend boek gepubliceerd, waarin hij voorrekende hoeveel mensen en geld een moderne oorlog de wereld kon kosten.

Andere neutrale landen die eventueel in aanmerking kwamen als plek voor de vredesconferentie hielden de boot af. Den Haag, een paar jaar eerder al plaats van handeling voor een internationale bijeenkomst over privaatrecht, was niet bovenmatig enthousiast, maar hapte toch toe.

De grootmachten lachten de uitnodiging van de tsaar eigenlijk weg. De Duitse keizer Wilhelm II sprak van "die Conferenzkomödie". Zijn collega's uitten zich al even denigrerend. Maar hun regeringen hadden er belang bij om te doen alsof ze van goeden wil waren. Dus stuurden ze afgevaardigden naar Den Haag.

Na de openingsbijeenkomst in Huis ten Bosch op 18 mei, de 31ste verjaardag van de initiatiefnemende tsaar, stuurden de gedelegeerden een huldetelegram aan koningin Wilhelmina: "Voor de eerste maal vereenigd in het schoone Huis ten Bosch, haasten de leden der Vredesconferentie zich hun beste wenschen aan de voeten van Uwe Majesteit neer te leggen, Haar verzoekende de dankbare hulde van allen te willen aanvaarden voor de gastvrijheid, die Gij hun met zoo groote welwillendheid hebt willen bewijzen."

Die tekst was ver bezijden de waarheid. De conferentie kon de achttienjarige koningin gestolen worden. "Keizer Nikolaas had zich moeilijk iets kunnen uitdenken dat mij meer ergerde." Wilhelmina vond de bijeenkomst in alle opzichten een rampzalige onderneming. Het ondergroef in eigen land de steun voor broodnodige investeringen in de landsverdediging. Nederland sloeg volgens haar internationaal een modderfiguur, omdat het slechts vanwege zijn onbeduidendheid als conferentieoord was uitverkozen. Bovendien kostte het hele evenement met niets dan utopieën en luchtfietserij, waarvoor ze op verzoek van het kabinet een paleis ter beschikking had gesteld, haar persoonlijk geld.

De invloedrijke Leidse jurist Cornelis van Vollenhoven schreef achteraf dat er ten tijde van de Eerste Vredesconferentie, buiten de kring van de Nederlandse regering, slechts twee mensen in het land belangstelling hadden: de portiers van de twee beste Haagse hotels. De inwoners van de Hofstad zagen ruim twee maanden lang volop koetsen van de overnachtingsplekken naar het paleis en naar de locaties van diners, recepties, feesten, concerten en debatten rijden.

Aan het eind, op 29 juli 1899, was het resultaat beperkt. Maar gezien de cynische houding van de belangrijkste deelnemende landen was het een klein wonder dat de bijeenkomst nog wat opleverde: verdragen over verboden op het gebruik van dumdumkogels, op het uitwerpen van explosieven uit luchtballonnen en op het gebruik van projectielen met gifgas. Het belangrijkst was de oprichting van een Permanent Hof van Arbitrage. Daarmee werd bovendien Den Haag voorgoed op de kaart gezet als stad van het internationaal recht.

Deel dit artikel