Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Paulus Jansen: een SP'er met vrienden bij de VVD

Home

Nicole Besselink

Paulus Jansen, SP'er in het college van burgemeester en wethouders in Utrecht. © Judith Jockel

Paulus Jansen is een van de politici die de overstap maakten van het Binnenhof naar het lokaal bestuur. Het ervaren SP-Kamerlid kreeg de post van wethouder in Utrecht. Wat is het verschil? Trouw interviewde hem, in de serie verhalen over politici die nu plaatselijk werken.

In zijn werkkamer op twintig hoog, die uitzicht biedt van de Domtoren tot aan vinexwijk Leidsche Rijn, moet Paulus Jansen lachen om de vraag. Of hij het wethouderschap in Utrecht beschouwt als een droombaan? "Nee, nee, zo diep ben ik helemaal niet. Ik zit hier heerlijk in m'n velletje, maar ik heb het in de Tweede Kamer ook ontzettend naar mijn zin gehad. Toen ik in 2014 werd gevraagd als wethouder, had ik wel direct het idee dat ik dat kon. Dat zelfvertrouwen was zonder meer aanwezig."

Lees verder na de advertentie
Ik dacht: als je nog een keer gek wilt doen, moet je het nu doen

Mocht de Socialistische Partij in 2022 een boek uitbrengen ter gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan, dan zal de naam van Paulus Jansen daar menig keer in opduiken. De geboren Limburger werd als tiener kort na de oprichting lid en is sindsdien actief SP'er. Eén rol zal er in de annalen uitspringen: het wethouderschap in Utrecht. Jansens benoeming in 2014 als eerste SP-bestuurder in een van de vier grote steden markeert voor de socialisten een belangrijke mijlpaal op weg naar de hoogste politiek-bestuurlijke plek, het kabinet.

Aan de benoeming ging bij Jansen een lange carrière vooraf, onder meer in de lokale, provinciale en landelijke politiek. "Ik denk dat het heel nuttig is om in de politiek op veel plekken gezeten te hebben; ouder en wijzer word je overal. Toch heb ik misschien nog wel het meeste geleerd van het feit dat ik achttien jaar gewoon heb gewerkt in de bouw en volkshuisvesting. Of elke politicus buiten de politiek zou moeten hebben gewerkt? Ik zou het toch wel fijn vinden als 80 procent die ervaring heeft."

Jansen maakte midden jaren negentig kennis met het Binnenhof. De SP had het toen voor het eerst tot de Tweede Kamer geschopt en Kamerlid Remi Poppe zocht een medewerker. "Ik had een geweldige baan met een fantastisch inkomen bij een ingenieurs- en adviesbureau, maar het was wel vrij braaf werk. Ik dacht: als je nog een keer gek wilt doen, moet je het nu doen. We zaten met z'n vieren op een kamer van zes bij zes, met twee kettingrokers - daar kon je als SP'er uiteraard wel tegen - en zes telefoons op de kamer. Iedereen had een eigen lijn en dan hadden we nog een milieu-alarmlijn en een ander meldpunt. De telefoon stond nooit stil."

Mond houden

Het had voor Jansen zomaar bij dat werk achter de Haagse schermen kunnen blijven. Andere vroege SP-medewerkers zoals Harry van Bommel, Agnes Kant en Jan de Wit schoven in de loop der jaren door naar de Tweede Kamer, maar voor Jansen hoefde dat niet zo. Hij vermaakte zich naast zijn werk op het Binnenhof prima als fractievoorzitter in de Utrechtse Staten en later de Utrechtse gemeenteraad. Als in 2006 dan toch de vraag komt of hij op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer wil, stemt hij in uit loyaliteit, maar is hij tegelijk terughoudend. "Ik zei: 'Zet me niet te hoog'. Ik kwam op plek negentien. De kans dat ik gekozen zou worden, leek me 20 procent."

Zijn stijl was in zekere zin extinctie: hij praatte net zo lang door tot iedereen de moed opgaf.

Jansen over Balkenende

Maar op de golven van het referendum over de Europese grondwet van 2005 schiet de SP dat jaar van 9 naar 25 zetels en is Jansen plots Kamerlid. Zijn grootste uitdaging: zijn mond houden. "Ik was tot dan toe overal fractievoorzitter geweest en dan ben je altijd aan het woord. Ik heb nog de meeste moeite gehad met de grote fractievoorzittersdebatten, zoals de nachtelijke asieldebatten. Daar zit je gewoon een dag weg te kwijnen, wachtend op de stemmingen. Je hebt de neiging er wat van te vinden, maar je moet je gedeisd houden. Ik had altijd wel een paar dagen nodig om van die debatten te herstellen, want ik ben totaal geen nachttype."

Over de lengte van die debatten kan Jansen, een bèta die de zaken graag efficiënt regelt, zich nog altijd opwinden. "Er zit heel veel herhaling in. Dat heeft wel een zekere functionaliteit: je geeft anderen de kans om aan te haken, je maakt dingen groter, maar je kan overdrijven hoor. Bij commissiedebatten heeft niemand de neiging om dingen zeven keer te herhalen, maar bij grote debatten, als de media aan boord zijn, wordt er altijd een hoop ketelmuziek gemaakt. Ik vermoed dat ik daar net iets te inhoudelijk voor ben. Ik ben niet zo van de verpakking."

Bij Jansen gaat de vlag uit als halverwege zijn Kamertijd Mark Rutte het stokje overneemt van Jan Peter Balkenende. "Ik vond het een verademing. Aan debatten met Balkenende kwam nooit een end, die man wist niet van ophouden. Zijn stijl was in zekere zin extinctie: hij praatte net zo lang door tot iedereen de moed opgaf. Rutte is een stuk compacter."

Fan van Henk Kamp

Sowieso kan Jansen het prima vinden met VVD'ers. Hij rekent oud-Kamerlid René Leegte tot zijn vrienden en is ronduit fan van minister Henk Kamp. "Ik heb altijd heel veel respect gehad voor z'n werklust en zijn kwaliteit om op welk terrein dan ook binnen een half jaar ingewerkt te zijn."

Met zijn coöperatieve inborst rekent Jansen zich tot de meer rekkelijke socialisten

In de Kamer ontpopt Jansen zich al snel als een gedegen dossiervreter die te hoop loopt tegen het woonbeleid van de kabinetten Balkenende en Rutte. Hij slingert het debat aan over het passagierschip SS Rotterdam, door corporatie Woonbron voor tweehonderd in plaats van de geplande zes miljoen euro verbouwd. Exemplarisch voor de uit de hand gelopen vrijheden en het gebrek aan toezicht op de corporaties, meent Jansen. Een parlementaire onderzoekscommissie en het kabinet zullen hem na zijn vertrek uit Den Haag gelijk geven, al moet Jansen weinig hebben van de veranderingen die minister Stef Blok van wonen daarop doorvoert, zoals de verhuurderheffing.

Hoewel kritisch op het kabinet schuwt Kamerlid Jansen de samenwerking met coalitiepartijen niet. Hij komt samen met PvdA en CDA tot een voorstel voor beter gebruik van het Nederlandse fiets- en wandelnetwerk en hij vindt in VVD-Kamerlid Leegte een metgezel voor maatregelen om de energiemarkt te verduurzamen. "Je kunt elkaar in de politiek nog zo hard bestrijden op sommige zaken, maar uiteindelijk heb je in de Kamer 76 zetels nodig om een meerderheid te halen. Je moet uitstralen dat je het leuk vindt om met anderen samen te werken."

Met zijn coöperatieve inborst rekent Jansen zich tot de meer rekkelijke socialisten. "In iedere politieke partij heb je mensen die vooral oog hebben voor het politieke profiel én mensen die meer kijken naar wat een oplossing zou kunnen zijn. Als je oog hebt voor het politieke profiel en je zit in de oppositie, dan zal je focussen op wat er mis is. Ik weet ook dat er een hoop dingen mis zijn, maar ik heb altijd geprobeerd mijn kritiek te combineren met voorstellen voor oplossingen. Ik ben niet zo'n scherpslijper, heb altijd de bereidheid een beetje water in de wijn te doen. Zo lang ik maar met droge ogen kan zeggen dat de uitkomst, die nooit helemaal ideaal is, een goede ontwikkeling is."

Meebesturen

Het moeten eigenschappen zijn geweest die de grote politieke partijen in Utrecht hebben aangestaan, want in aanloop naar de raadsverkiezingen van 2014 polsen ze of Jansen in het nieuwe college wethouder zou willen worden. De PvdA stevent dat jaar af op verlies en geheide winnaar D66 wil het na jaren besturen met de sociaal-democraten in Utrecht over een andere boeg gooien. Dit tot vreugde van Jansen, die op de achtergrond al jaren tevergeefs probeert zijn partij het college in te krijgen.

Ander voordeel van het wet­hou­der­schap: geen bubbel

"Ik zag het nut in van meebesturen in een grote stad. Dat is voor onze partij een selling point, ook landelijk. Als je kunt aantonen dat je het kunt, moet je dat altijd doen. Ik heb het met Emile overlegd. Die zei: 'Dat is een goede zaak, moet je doen'." De opzet slaagt: Jansen belandt aan de Utrechtse onderhandelingstafel en weet zijn partij en zichzelf het college in te loodsen.

Het grootste verschil tussen het Haagse Binnenhof en het Utrechtse stadskantoor? "Dat de kans groot is dat de raad de oplossingen overneemt die ik aandraag. Met mijn overredingskracht is niets mis, maar als Kamerlid in de oppositie lukt dat simpelweg nauwelijks. Een motie aangenomen krijgen, een amendement, misschien een initiatiefvoorstel; dat zijn een beetje je successen. En dat blijft dan vaak toch een papieren werkelijkheid. Er zijn amendementen aangenomen die nul effect hebben op de praktijk, omdat ze iets regelen wat simpelweg niet voorkomt in de praktijk. Dan is je succes nogal betrekkelijk."

De lokale oplossingen zijn ook concreter, vervolgt Jansen, wijzend op de wandkaart van Utrecht. "Kijk, je hebt nog dit stukje hier, dat heet Rijnenburg. Dat is Utrechts grondgebied, vijftien jaar geleden overgenomen door Nieuwegein. Deze coalitie heeft gezegd: die polder gaan we deze vier jaar niet volbouwen. We zien nog genoeg mogelijkheden in de bestaande stad. Dat is ook waar mensen willen wonen, het liefst onder de Domtoren. Aan die omslag in het bouwbeleid heb ik als wethouder wonen een flinke bijdrage geleverd."

Ander voordeel van het wethouderschap: geen bubbel. "Je voelt hier veel meer de adem in je nek van de mensen waar je het echt voor doet. Als je in de Kamer naar de publieke tribune kijkt, zit daar alleen journaille en lobby – uitzonderingen daargelaten. Ik vond het jammer dat er niet meer bussen naar Den Haag kwamen. Wat meer emotie zou erg goed zijn voor de stemming. Bij het voetbal gaan ze dan toch ook beter spelen? In Utrecht zit de tribune vol echte mensen. Er is veel meer bemoeienis van buiten. De kans dat je niet snapt waar het over gaat, is hier veel kleiner omdat het je wel aan je verstand wordt gepeuterd."

• Paulus Jansen

Paulus Jansen (Roermond, 1954) is wethouder wonen, dierenwelzijn en sport in de gemeente Utrecht. Hij was in 2014 de eerste SP-bestuurder in een van de vier grote steden.

Kort na hem volgden Laurens Ivens en Arjen Vliegenthart als wethouders in Amsterdam.

Jansen was eerder fractievoorzitter in de Utrechtse Staten en gemeenteraad. Tussen 2006 en 2014 richtte hij zich als Tweede Kamerlid op het Nederlandse woon- en energiebeleid, ruimtelijke ordening en vastgoed. Jansen is getrouwd en heeft drie kinderen.

Deel dit artikel

Ik dacht: als je nog een keer gek wilt doen, moet je het nu doen

Zijn stijl was in zekere zin extinctie: hij praatte net zo lang door tot iedereen de moed opgaf.

Jansen over Balkenende

Met zijn coöperatieve inborst rekent Jansen zich tot de meer rekkelijke socialisten

Ander voordeel van het wet­hou­der­schap: geen bubbel