Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Paul Haldan heeft even geen tijd voor tafeltennis

Home

GÿRALD RENSINK

APELDOORN - Precies om 11.00 uur draait de Olympische auto van tafeltennisser Paul Haldan de parkeerplaats van het Centraal Station Apeldoorn op. Na een verloren bekerduel komt hij rechtstreeks uit Duitsland en stapt uit. Ongeschoren, wallen onder de ogen en vier uur slaap achter de rug. “Ik heb geen rekening gehouden met een foto, bovendien vind ik de achtergrond niet mooi,” zegt Haldan en stuurt de fotograaf naar huis. De ex-Roemeen ten voeten uit.

Eigenzinnig, perfectionistisch en soms moeilijk toegankelijk. Maar een kop koffie doet wonderen. De 29-jarige Haldan deelde, bijna twee weken geleden, de nieuwe bondscoach Peter Engel mee, dat hij had gekozen voor een full-time baan. “Ik heb een eigen bedrijf als systeemanalist/computerprogrammeur en heb net een contract met de Nederlandse Spoorwegen ondertekend. Ik beheer hun technische systemen en tegen die opdracht kon ik geen 'nee' zeggen. Bovendien wil ik met een paar vrienden, die elk hun eigen specialiteit hebben, nog een ander bedrijf opzetten.” Stoppen? “Neen. Ik snap niet hoe die berichten in de pers zijn verschenen. De journalisten van Veronica-Sport hebben mij niet eens gesproken. Ik vind dat echt riooljournalistiek. Ik doe alleen een stap terug, meer niet. Ik ben pas afgeschreven als ik dat zelf zeg.”

Dat Haldan voor zijn werk heeft gekozen, betekent dat Engel Haldan in principe niet meer voor het Nederlandse team selecteert. “Ik wil alleen met mensen werken die onvoorwaardelijk voor de tafeltennissport kiezen,” zei de bondscoach in een eerdere verklaring. “Wat Engel met mijn verhaal doet, moet hij weten. Ik kan geen open kampioenschappen en centrale trainingen meer volgen. Ik kan dus niet meer aan de plichten voldoen en daardoor heb ik ook geen rechten meer.”

Haldan vindt het een goede zaak dat Engel nu de jeugd gaat inpassen. “Dat heeft hij ook direct tegen mij gezegd en dat vind ik fair. Nee, Engel heeft me ook niet overgehaald om te blijven. Als ik ooit nog een keer voor een interland word gevraagd, moet dat ruim van tevoren gebeuren. Ik wil altijd het team de helpende hand toesteken. Het is dus veel te prematuur om te zeggen dat ik nooit meer voor Oranje speel,” aldus de 144-voudige international.

In de zomer toog Haldan nog met de selectie naar China voor een trainingskamp. “Nee, de beslissing was toen nog niet gevallen. Dat besluit neem je ook niet van de ene op de andere dag. Ik heb diverse gesprekken gevoerd met NOC*NSF, Engel en Sluiter (voorzitter topsportcommissie NTTB - red.). Bij NOC*NSF heb ik een topsportplan ingediend. Ze konden heel veel eisen van mij inwilligen, maar de aanbieding van de NS kon ik niet laten lopen. Ik heb de afgelopen jaren gemerkt, dat ik naast het tafeltennis het werk miste. Als je bijna dertig bent moet je ook aan je maatschappelijke carrière denken.”

Politiek

De tafeltennisloopbaan van Paul Haldan werd veelvuldig vertraagd door sportbestuurders en blessures. In 1983 bleef hij na een Europacupduel tegen de Veluwe achter in Nederland. “Het had niets te maken met de politiek in Roemenië, ik deed het puur voor de sport. Bijvoorbeeld: In 1982 trainden we heel hard voor de EK in Boedapest. Twee dagen voor het begin van het toernooi zeiden de autoriteiten plotseling dat we niet gingen, omdat er geen geld was.” Na zijn vlucht werd Haldan door de Roemeense bond voor twee jaar internationaal geschorst. In 1985 had Haldan het WK in Gothenburg kunnen spelen, maar werd door de toenmalige bondscoach Bert van der Helm niet geselecteerd. Een jaar later, tijdens de EK in Moskou, had Haldan nog geen Nederlands paspoort en durfde uit angst voor represailles van de Roemenen niet te gaan. “In 1987 speelde ik dus pas mijn eerste WK. Als je nu kijkt naar Danny Heister, die speelde in 1989 op 17-jarige leeftijd al zijn eerst WK en misschien doet Jörg de Cock (talent van 15 jaar - red.) nog wel eerder internationale ervaring op.” In november 1987 plaatste Haldan zich tijdens het kwalificatietoernooi in Karlsruhe voor de Olympische Spelen in Seoul, maar van het NOC mocht hij toen niet gaan. Daarna ging het een tijdje goed. Haldan bereikte tijdens de EK in '88 en '90 in het enkelspel de laatste acht, won in 1991 twee partijen tegen China in de wereldbeker, terwijl Oranje met 2-3 verloor en haalde in hetzelfde jaar de finale van de All Star-toernooi. “Eigenlijk heb ik maar heel kort topprestaties kunnen leveren. In juni 1990 deed ik al een klein stapje achteruit en besloot om de sport met werken te combineren. In het verleden werd topsport niet geaccepteerd en werd je voor gek verklaard als je vertelde dat je de hele dag tegen een balletje aansloeg. Nu is het veel beter. NOC*NSF heeft twee jaar van tevoren al een kernploeg voor de OS in Atlanta geformeerd. Dat is heel goed, want als topsporter moet je geen zorgen aan je hoofd hebben.” In de 'nadagen' van zijn carrière speelde Haldan nog zeer verdienstelijk. De mannenploeg werd twee jaar geleden vijfde op de EK en op de Olympische Spelen in Barcelona haalde Haldan de laatste zestien in het enkelspel.

Knallende ruzie

De laatste jaren 'vocht' Haldan continu met zijn lichaam. Een onwillige rechterknie speelde hem parten. In 1992 werd hij geopereerd en in oktober van dat jaar, na weer een operatie, borg Haldan het batje voor zes maanden op en werkte heel langzaam aan zijn herstel. “Daarnaast heeft Carel Deken als bestuurslid Topsport de verbetering van een goed tafeltennisklimaat enorm vertraagd. Ik vraag me af wat Deken wèl goed heeft gedaan. Ik heb twee keer met hem gesproken en tweemaal knallende ruzie gekregen. Maar ja, wie niet. Als je met hem geen heibel hebt gehad, dan ben je een . . . Ach, we (hij doelt op Bettine Vriesekoop - red.) hebben veel pionierswerk verricht. In 1988 mocht ik niet naar de OS en vier jaar later was dat geen probleem. Dankzij ons zijn er ook nieuwe spelers opgestaan. Dat Danny Heister en Trinko Keen nu zo goed presteren is een gevolg van wat wij hebben gedaan. Engel en Sluiter zijn twee aanwinsten voor het Nederlandse tafeltennis.” Haldan is vooral verheugd over de komst van Sluiter. “Hij is open, eerlijk en luistert goed. Hij vroeg wat de NTTB kon doen om mij te behouden. Toen heb ik een topsportplan gemaakt. Nee, de inhoud vertel ik niet. Hij heeft dat direct ingediend bij NOC*NSF. Het was meteen geregeld. Bij Deken mocht je niets en hij wees alles af. Nu spelen Vriesekoop en Hooman weer in het vrouwenteam, terwijl ze zonder die twee toppers wel zijn gedegradeerd op het EK in Birmingham, eerder dit jaar. Het is gek, dat één man zoveel verschil kan uitmaken.”

Haldan wil niet over de jeugd of zijn opvolgers oordelen. “Ik ben geen coach. Maar zodra de spelers bijvoorbeeld Danny en Trinko kunnen verslaan, dan zijn ze rijp voor een internationale doorbraak. De komst van een tafeltennisinternaat zou dat proces wel kunnen versnellen. De spelers moeten reizen, gaan 's ochtends vroeg weg en zijn 's avonds laat weer thuis. Ze trainen twee en een half uur en gaan twee uur later opnieuw oefenen, terwijl een uur training twee uur herstel vergt. Zo'n instituut kan succes opleveren. Je ziet het aan de Fransen. Die hebben een internaat waar de overheid veel geld heeft ingepompt. Maar ze zijn wel Europees kampioen en hebben de wereldkampioen Gatien in huis.” Toch stagneert de aanvoer van nieuwe talenten volgens Haldan in Europa. “Als je bij de junioren kampioen bent, heb je bij de senioren nog niets te zoeken. Het niveau is enorm hoog en dat komt omdat de Europese spelers het tafeltennis professioneel zijn gaan benaderen. Op dit moment moet je over de juiste techniek beschikken, een ijzersterke conditie hebben en het spel zelf is veel sneller geworden.”

Haldan speelt voor de eerste Bundesliga club Altena, onder de rook van Dortmund. “We zijn heel laat gepromoveerd omdat Steinhagen zich terugtrok. Het is een heel zwak team, waardoor we ook weer snel zullen degraderen. Maar het is hartstikke leuk. Vaak speel je voor 500 toeschouwers en alles is perfect geregeld. Nee, ik hoef daar niet te trainen. Dat doe ik in Apeldoorn met Ron en Henk van Spanje, meestal toch nog zo'n twee uur per dag.”

De nummer 38 van de wereld vindt het jammer dat het Nederlandse publiek altijd negatief is ingesteld. “Onbegrijpelijk als bepaalde mensen andere mensen beoordelen, terwijl ze zelf niets hebben gepresteerd.” Een positieve eigenschap van de Nederlanders? Haldan denkt heel lang na. “De mensen zijn hier erg correct.”

In de toekomst hoopt Haldan nog een keer te kunnen werken voor de NTTB. “Ik zou het jammer vinden als zij geen gebruik maken van de kennis en ervaring die ik heb opgedaan. Met 14/15-jarigen zou ik graag willen werken. Het is leuk om aan spelers te sleutelen en hun speelstijlen te verbeteren. Ik denk dat ik goed kan coachen. Je moet dan rekening houden met zes verschillende persoonlijkheden. Ik denk dat ik dat kan. Maar eerst wil ik zelf nog een paar jaar spelen, daarna zie ik wel weer.”

Deel dit artikel