Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

PATCHWORK

Home

BAS DEN HOND

Elleke Haspels (1962), Karolien Helweg (1963) en Joanneke Meester (1966) vormen het kunstcollectief Patchwork, dat eerder baljurken liet dobberen in de hofvijver en Boeddha's vrede liet prediken in het Vondelpark. Gisteren openden zij hun vuurtorenproject in Katwijk en Noordwijk.

De hele dag door wordt er eigenlijk gepland. De beelden zoals we hier nu aan het maken zijn, dat worden kariatiden die het dak van een hooiberg dragen op de Country & Living Fair in Huis de Voorst, bij Eefde. Dat is helemaal nieuw, daarvoor ontstaan de technieken tijdens het werk. Eerst wilden we een frame maken, waar je de schapenvachten dan op bevestigt. Maar dat zou wel erg zwaar worden. Nu is het binnenste van hooi gemaakt dat bij elkaar gebonden is. Je kunt nu nog van alles veranderen aan de dames. En we kunnen er nu met zijn drieën aan werken. Dat is anders dan bij de Peace Boeddha's die we hebben gemaakt voor in het Vondelpark. Die wilden we allemaal precies hetzelfde hebben, dus daarvoor moest je een mal ontwerpen en dan stond het verder vast.

In '91 hebben we de koppen bij elkaar gestoken. Als we voorheen zo succesvol waren geweest, hadden we dat niet gedaan. Je moet constant mensen duidelijk maken dat je er bent. Het belt gemakkelijker in de vorm van 'wij', dan voor jezelf. We hebben een formule gevonden die interessant is, die je niet veel ziet.

Het zijn altijd grote, tijdelijke projecten. Ons eerste project was de Brandaris, in 1992 tijdens het Oerol-festival. We hebben er afbeeldingen aan bevestigd die vanuit de verte lijken op Makkummer tegels. Als je dichterbij komt, als de boot aan komt varen, zie je uiteindelijk dat het wasgoed is, blauwe overalls en witte verpleegstersjurken. Eerst vonden de mensen op Terschelling dat verschrikkelijk. Heiligschennis, het was hun Brandaris, de oudste vuurtoren van Nederland. Maar dan helpt het dat het maar voor tijdelijk is. En als je het dan weghaalt, valt het kunstwerk opnieuw op omdat het er niet meer is: toen vonden de mensen dat weer verschrikkelijk. Er worden nog steeds ansichtkaarten van verkocht.

Daarna kwamen de baljurken in de Hofvijver. Ook dat was een initiatief van onszelf. Met zo'n project ben je een jaar bezig: je moet zelf je publiciteit regelen, sponsors zoeken. Daarna, hebben we gemerkt, is het lekker om een jaar opdrachten te doen, waarbij iemand anders dat allemaal regelt. Die opdrachten komen ook. De baljurken zijn naar Gent geweest en naar Alphen aan den Rijn.

Voor Breda hebben we hooioppers gemaakt, op een plek waar die helemaal niet hoorden, in een parkje. We zochten iets à la Van Gogh, een romantisch beeld zoals hij het nog kon schilderen. En daaruit kwamen dan een soort vlechten. Daar kwam een oude man met zijn kleinzoon langs, en die ging hem vertellen dat zijn opa nog van die hooioppers had gemaakt. Het roept verhalen op, we maken geen abstract werk. Maar wel altijd multi-interpretabel. Aan de achterkant lijken het immers vrouwenhoofden die in de moerassige grond verzonken zijn.

Na de Brandaris hebben we geanalyseerd hoe dat werkt: We spelen altijd in op de geschiedenis of het tijdelijk gebruik van een lokatie. In Gouda had je op de Markt van die visbanken, een soort tempeltjes eigenlijk. Dat straalt een bepaalde rust uit en die wil je versterken. Zo kom je op hangmatten. Waar anderen dan weer bruggen in zien, of reptielen.

De Boeddha's, het project dat we daarna weer op eigen initiatief deden, gaan binnenkort naar Praag en naar Taiwan. In Praag komen ze op een brug naar de Burcht te staan. Daardoor worden het een soort wachters. Je loopt eerst tussen de Boeddha's door en dan kom je bij de echte wachtposten. In Taiwan willen we ze het liefst in een echte lotusvijver, die heb je in Nederland nu eenmaal niet. We zijn ook heel benieuwd naar de reacties van de mensen daar op het gebaar dat ze maken. Dat vredesteken is voor Chinezen, als je het wat scheef houdt, de manier waarop ze je gedag zwaaien.

Het duurt allemaal wel langer dan we gedacht hadden. In Praag is het gewoon bureaucratische vertraging bij de Vaclav Havel Foundation. En op Taiwan, waar ze heengaan in opdracht van SHV-Makro, hadden ze er in maart al kunnen staan, maar toen waren er verkiezingen, dat vonden ze daar geen goede tijd om iets te doen dat misschien controversieel zou zijn.

Ook de vuurtorens zijn een opdracht, van de Culturele raad van Zuid-Holland. Die hebben ons al meer opdrachten gegeven naar aanleiding van de baljurken. We zijn echt wereldberoemd in Zuid-Holland. Maar ze wisten niet eens dat we de Brandaris hadden gedaan! Het gaat erom, aandacht te vragen voor het industrieel erfgoed, in dit geval de vuurtorens van Noordwijk en Katwijk. We zijn in Katwijk naar het museum geweest. Daar zagen we hoe vroeger kinderen met hun voeten een gelakte vloer een bepaald motief gaven, als goedkope decoratiemethode. Dat hebben wij ook toegepast, en we hebben er de voetjes van Katwijkse kinderen voor gebruikt. Het verwijst ook naar voetstappen van kinderen in het zand. In Katwijk bestaan er legenden rond de toren, dat daar de kinderen vandaan kwamen. Daar hebben we bij aangesloten. De toren van Katwijk is daarom die van het welkom, de toren in Noordwijk juist die van het afscheid. De vrouwen zwaaiden daar de vissers uit en heel veel van hen zijn ook niet teruggekomen. Dat wilden we in beeld brengen, maar het moest één worden met de toren. Dat is die hangende zakdoek geworden.

Onderhand zijn we wel bij één uur aangekomen, dat is ongeveer de tijd dat we dingen gaan maken. Dat is vaak een hele klus, het zijn grote dingen. Deze hal op het Westergasfabriekterrein is heel belangrijk voor ons geweest. De kariatiden die we nu aan het maken zijn, wegen ongeveer honderd kilo. De Peace Boeddha's die we hebben gemaakt wogen 270 kilo. Maar het is heel leuk om te doen. Je kunt het ook niet uit handen geven, zelfs al is het repeterend werk. Zoals al die handjes van paraffine met een zakdoek erin die we hebben gemaakt voor de vuurtoren van Noordwijk. En ondertussen worden er veel discussies gevoerd over hoe je dat het handigst kunt doen. Toen we de baljurken maakten, hadden we het erover dat alles in Nederland zo zakelijk moet. En de laatste baljurken zijn veel uitbundiger en weelderiger en barokker geworden dan de eerste. Kraagjes, rozen. Maar dat heeft ook wel negen maanden geduurd.

Bij ons eerste project hadden we over ieder dingetje discussies. Dat kostte heel veel tijd. Toen hebben we besloten: als iemand iets wil, moet ze het gewoon doen. Het is soms nu eenmaal erg moeilijk om te verwoorden wat je bedoelt. En bovendien: als je het zelf gaat doen, merk je het soms al heel snel als het niet goed is.

Als we installeren, dan weet je nooit hoe het uitpakt. De reacties van de mensen, je zou ze eigenlijk op moeten nemen. En als alles er eindelijk staat, dan is dat een heel bevredigend gevoel. Dan kun je het loslaten. Dan hoef je er bijna niet meer heen.

Wat we vroeger hebben gemaakt, is bijna allemaal al weer gerecycled. In het begin wilden we nog wel bewaren, er nog iets mee doen, maar dat moet je dan weer allemaal organiseren. Het enige permanente dat er van ons staat, is voortgekomen uit de baljurken: er staat er een hier in de vijver in het Westerpark. En aan de kop van het park is een raadszaaltje van de deelgemeente. Mensen die daar trouwen, maken vaak foto's bij die vijver.

We werken door tot een uur of zes, zeven. Als een van ons een afspraak heeft, kunnen we eerder stoppen, maar het hoeft niet. En als het lekker gaat, bellen we onze mannen dat het iets later wordt. Het geeft wel eens het gevoel dat je getrouwd bent. Je moet niet zeggen dat je het altijd zo blijft doen, net zo min als je moet zeggen dat je altijd getrouwd zult zijn. Dus hoe lang we bij elkaar zullen blijven...

Totdat het niet leuk meer is...

Tot het project 'kinderen' begint...

Samen op een houtje bijten, dat kunnen we vermoedelijk niet. Daar gaan die gesprekken onder het werk dus ook over.''

Deel dit artikel