Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Pas op, het neoliberalisme heeft zich vermomd

Home

Leonie Breebaart

Thomas Biebricher © Maartje Geels
Interview

Na de kredietcrisis durft niemand zich meer neoliberaal te noemen. Toch staat het geloof in de vrije markt nog rechtovereind, meent de Duitse neoliberalisme-expert Thomas Biebricher.

Het is een broeierige middag aan de Amsterdamse Zuidas. Glimmende flatgebouwen schieten omhoog, andere staan nog in de steigers - billboards adverteren met 'luxury rental apartments'. De crisis is voorbij - maar is de mentaliteit die de crisis veroorzaakte dat ook?

Lees verder na de advertentie

Niet volgens Thomas Biebricher, die schuin tegenover, in de betonnen kolos van de Vrije Universiteit, uitlegt waarom we opnieuw moeten praten over het neoliberalisme, een theorie die de markt zo veel mogelijk ruimte wil geven - en die na 2008 de wind van voren kreeg. "Niemand wil een neoliberalist genoemd worden'', erkent Biebricher. Maar intussen is het neoliberale denken volgens de politicoloog uit Frankfurt nog springlevend - het heeft zich alleen vermomd.

Hoe komt u daar eigenlijk bij?

"Om dat te begrijpen, moet je terug naar de bron. Het neoliberalisme ontstond in de jaren dertig van de vorige eeuw als reactie op de crisis, de opkomst van het fascisme en het communisme. Die hadden laten zien dat het negentiende-eeuwse liberalisme van 'laissez-faire' niet werkte: die kon zelfs links totalitarisme uitlokken. Hoe kon het liberalisme nog gered worden? Volgens een groep politiek denkers, onder wie Friedrich Hayek (1899-1992), moest de staat meer doen dan loslaten, ze moest harder proberen een maatschappij te scheppen waarin de markt haar werk kon doen. Daarvoor was wel een nieuw type mens nodig. Een mens die bereid is zich ondernemend op te stellen, die risico's durft te nemen maar ook voorzichtig is, creatief maar tegelijk gedisciplineerd. Het probleem is natuurlijk dat die eisen zo met elkaar in strijd zijn dat de meeste mensen erdoor overweldigd en uitgeput raken."

Dat klinkt bekend: de prestatiemaatschappij vraagt te veel van ons. Maar als het ideaalbeeld is ontstaan in de jaren dertig, hoe heeft het al die decennia tot 2017 dan overleefd?

"Kijk, de ideeën van Hayek en andere neoliberalen hebben decennialang een slapend bestaan geleid, omdat hun tegenstander, de econoom John Maynard Keynes (1883-1946), veel meer navolging kreeg. Pas in de jaren tachtig, met de Amerikaanse president Ronald Reagan en de Britse premier Margaret Thatcher, bloeide het weer op.

"Thatcher was een groot fan van Hayek, het is bekend dat hij haar brieven schreef om haar te adviseren, al volgde ze zijn adviezen niet altijd op. Wel geloofde ze, net als Reagan, dat de verzorgingsstaat mensen lui maakte. Dat idee leefde breder. In de jaren negentig kwam daar nóg een golf overheen die je neoliberalisme van links zou kunnen noemen, met New Labour in Engeland en met Bill Clinton in Amerika."

Rekent u democraat Bill Clinton tot de neoliberalen?

"Jazeker, Reagan is ermee begonnen, maar Clinton heeft de liberalisering van de financiële markten aangezwengeld door het ontbinden van de Glass-Steagall Act die toezicht op banken regelde. Bovendien heeft Clinton in een hervormingsplan van 1996 een einde gemaakt aan 'welfare as we know it', zoals hij het zelf uitdrukte, omdat die mensen afhankelijk zou maken.

"Het idee dat je burgers die werkloos of arm waren moest helpen, veranderde in een model waarin mensen daarvoor gestraft worden. Dat veel Amerikanen toch warme herinneringen aan Clinton bewaren, komt doordat hij het geluk had te regeren vóór de crisis."

Ik neem aan dat u de Franse premier Macron beschouwt als het perfecte voorbeeld van links neoliberalisme ?

"Ik ben bang van wel."

Ik noem Frankrijk, omdat je je toch kunt voorstellen dat er iets moet gebeuren aan de macht van de vakbonden, die het land totaal verlammen. Precies het effect waar neoliberalen voor waarschuwen.

"Ik begrijp uw punt. De macht van de vakbonden heeft in Frankrijk een dubbele arbeidsmarkt geschapen, met vrij goed beschermde mensen in het hart van de arbeidsmarkt en daarbuiten een lagelonen-markt, waar zulke afspraken niet gelden. Veel jonge mensen komen daarom de arbeidsmarkt niet op. Toch kan de oplossing alleen komen van het sluiten van compromissen mét de vakbonden, zodat iedereen profiteert. Maar ik ben natuurlijk geen politiek adviseur."

Terug naar de theorie dan. U stelt dat neoliberalen, anders dan we denken, vaak niet genoeg hebben aan 'laissez-faire', aan een zwakke staat. De staat moet juist sterk zijn, om weerstand te bieden aan krachten die haar in een pluralistische democratie willen beïnvloeden, zoals vakbonden. Hebben ze daarmee - zie Frankrijk - niet een punt?

"Natuurlijk, neoliberalen als Margaret Thatcher zullen zeggen dat de vakbonden alleen voor hun eigen leden opkomen, maar het belang van het algemeen vergeten. Dat is de logica. Maar daarmee zeg je ook dat je niet meer verantwoordelijk bent voor de werkloosheid, dat is tenminste wat Thatcher beweerde en Reagan ook. En als je zegt dat het jouw zaak niet meer is, maar iets dat de markt moet beslissen, dan hoef je dus ook niet meer te luisteren naar de vakbond."

Dan ligt de last bij het individu, dat gewoon wat handiger moet inspelen op de markt.

"Ja, werkloosheid is dan niet meer iets dat de gemeenschap moet oplossen. Neoliberalen die pleiten voor een sterke staat, zeggen eigenlijk dat de regering onafhankelijk kan beoordelen wat voor specifieke groepen van belang is. Het voordeel van die ideologie is dat je als regering een consistent en coherent beleid kunt voeren: je hebt geen last meer van al die veranderlijke deelbelangen. Maar ondemocratisch is het wel."

Toch is ook onze democratie verre van perfect. Zo hebben lobbyisten veel invloed op de politiek.

"Inderdaad, de diagnose wordt ook wel gedeeld door links. Tenslotte zijn het niet alleen de vakbonden die de politiek beïnvloeden, maar ook de industriële lobby's van Wall Street. En die laatste winnen vaak. Dat is een probleem. Toch geloof ik niet dat de autoritaire staat een oplossing is. We moeten gewoon toegeven dat een pluralistische democratie wordt bepaald door verschillende belangen. Al moet je daar wel regels aan stellen: in de VS vloeit zoveel geld de politiek binnen, dat het de democratie ondermijnt."

Waar ziet u die eigenlijk, die autoritaire regimes die doof blijven voor interne kritiek?

"Nou, autoritair kapitalisme is zeker in opmars, in de VS, in Turkije en in Rusland, maar vooral in China. Maar je ziet het ook in Europa: de macht van de Europese Commissie is zwak onderbouwd. Het was altijd een kernrecht van een natie te beslissen waarop ze bezuinigt, maar inmiddels kan Europa landen als Griekenland allerlei verreikende adviezen aan de hand doen, vooral als zo'n land in onze ogen niet competitief genoeg is. Maar is het echt zo zinvol om dit, vrees ik, nogal Duitse kapitalisme in heel Europa te installeren? Daarmee misken je het feit dat er binnen Europa verschillende opvattingen van kapitalisme bestaan.

"De Grieken hádden misschien kunnen concurreren als ze niet hadden vastgezeten aan de euro, maar dat past niet in het EU-framework: je moet productiever zijn, je moet je prijzen en lonen omlaag doen. Sommige landen kunnen met die eisen beter overweg dan andere - dat inzicht zou de EU kunnen helpen."

U werkt in Frankfurt. Dat was altijd een bolwerk van linkse filosofen als Theodor Adorno en Jürgen Habermas. Is dat nog altijd zo?

"Ook de Duitse universiteit is inmiddels onderworpen aan de neoliberale mentaliteit. De studenten moeten sneller afstuderen, opdat ze sneller productief zijn. Meer discipline, meer controle. Maar iets van die linkse theorie staat nog wel overeind. Niet dat we allemaal Adorno lezen, maar zelf voel ik de behoefte kritisch te blijven."

Wat is de kern van uw kritiek op denkers als Hayek?

"Hayek was eigenlijk een interessant geval, omdat hij geen hoge pet op had van onze cognitieve kwaliteiten. Hij vond de markt gewoon de beste manier om het beste te halen uit onze beperkte mogelijkheden en kennis. Dat zou burgers uiteindelijk de meeste vrijheid geven.

"Maar die vrijheid is wel dat je je altijd aanpast aan de markt. Als die verandert, verander jij mee. Dat klinkt in mijn ogen niet als vrijheid, maar als onderwerping aan slecht begrepen krachten."

Thomas Biebricher: 'Onvermoed en onvermijdelijk. De vele gezichten van het neoliberalisme'. Stichting Critical Ethics of Care en Valkhof Pers; 120 blz., € 15,-

Wat is neoliberalisme?

De term is allereerst verbonden met Friedrich von Hayeks bestseller 'The Road to Serfdom' (De weg naar slavernij, 1944). Daarin betoogt de Oostenrijkse econoom en politiek denker dat de staat zich zo min mogelijk met de markt moet bemoeien. Neoliberalen zien de markt als een systeem van vraag en aanbod dat zichzelf moet reguleren en zien overheidsbemoeienis (bijvoorbeeld de poging bepaalde sectoren te beschermen) als een gevaarlijke inmenging in de ideologische onafhankelijkheid die de vrije markt burgers biedt. Daarom ijveren ze voor een 'kleine staat'. Een invloedrijke moderne denker in deze school is Milton Friedman.

Dan zijn er nog de zogenaamde ordoliberalen, die pleiten voor een 'monolitische' en autoritaire staat die zich actief verdedigt tegen verlangens van belangengroeperingen, zoals vakbonden.

Wie is Thomas Biebricher?

Thomas Biebricher (1974) is hoogleraar politieke theorie en filosofie aan de Goethe Universiteit in Frankfurt. Hij promoveerde in 2003 op het werk van Jürgen Habermas en Michel Foucault en heeft zich de laatste jaren - zowel in de VS als in Duitsland - beziggehouden met het politiek denken van neoliberalen als Friedrich von Hayek, Walter Euchen en Milton Friedman. Zijn belangrijkste these is dat neoliberalisme niet zomaar een economische theorie is, maar ook een politieke theorie. De echo's daarvan ziet hij onder meer terug in de reactie van de EU op de financiële crisis.

Lees ook

De rechtse verbeelding is aan de macht. Twee filosofen over waarom links het zo slecht deed bij de laatste verkiezingen.

Trumps protectionisme is een keerpunt. Historicus Jan Luiten van Zanden over wat het betekent voor de wereldorde dat Trump zich van de vrijhandel afkeert.

Columnist Stevo Akkerman over de drie van elkaar vervreemde Europa's. "Het neoliberalisme, met zijn verheerlijking van de vrije markt, heeft overal in Europa middenvliedende krachten ontketend."

Deel dit artikel