Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Pak de misdaad aan, maar niet de wagens

Home

HANS MARIJNISSEN en REDACTIE BINNENLAND

Pogingen van gemeenten om woonwagens weg te krijgen roepen vragen op over mensenrechten en discriminatie. Ook is niet duidelijk welk probleem ermee wordt opgelost.

Als de Nationale Ombudsman het 'uitsterfbeleid' op woonwagenkampen gaat onderzoeken, moet hij zeker naar Oss afreizen. Die gemeente wilde in 2014 een man uit zijn woonwagen zetten nadat hij jarenlang als mantelzorger zijn zieke moeder had verpleegd. Toen zij overleed, kreeg de zoon te horen dat de huurovereenkomst van de standplaats werd beëindigd en dat hier nooit meer een andere wagen zou mogen worden geplaatst.

Dat is nu precies de praktische werking van 'uitsterfbeleid'. Maar er zat meer leven in deze standplaats dan Oss verwachtte. De zoon voerde aan dat de huurovereenkomst moest worden voortgezet, omdat er in het verleden sprake was geweest van een 'duurzame gemeenschappelijke huishouding' met zijn moeder. De woonwagen was dus ook zíjn hoofdverblijf. De rechter gaf hem uiteindelijk in januari van dit jaar gelijk.

Rachel Dijkstra van de Universiteit Utrecht kwam in haar onderzoek naar het uitsterfbeleid in 2014 meer van dit soort voorbeelden tegen. Delfzijl en Tiel proberen op precies dezelfde manier de omvang van woonwagencentra 'op natuurlijke wijze' te verkleinen, terwijl de vraag naar standplaatsen groot blijft.

"Wat je hier ook van mag vinden", zegt ze, "in mijn onderzoek toon ik aan dat dit beleid op minstens drie punten discrepantie vertoont met uitspraken van het College voor de rechten van de Mens, Europese organen en het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties."

In dit beleid wordt volgens haar geen aandacht besteed aan het feit dat Roma en woonwagenbewoners als minderheden worden erkend, met daarbij de integrale band van deze mensen met de bewoning van een woonwagen. Populair gezegd: daar moet je extra voorzichtig mee omgaan, zegt de onderzoekster.

Ten tweede lijkt het uitsterfbeleid volgens Dijkstra onderscheid te maken tussen bewoners van een woonwagen en bewoners van een huis. Volgens het Europees hof van justitie is dat al genoeg om uit te gaan van discriminatie. Ook lijkt het beleid inbreuk te maken op het recht op privé- en familieleven.

Sjaak Khonraad, inmiddels lector Integrale Veiligheid bij Avans Hogeschool, promoveerde in 2000 op de woonwagenproblematiek. Hij waarschuwde toen voor de toenemende eigenrichting en criminaliteit in deze kampen. "Dat deze wordt bestreden, juich ik zeer toe", zegt Khonraad nu. "Maar het is natuurlijk van de gekke om de woonvorm aan te pakken. Alsof een verpleegkundige de ziekte bestrijdt door alle patiënten uit bed te halen en op de grond te leggen."

Hij heeft gezien hoe de overheid na de Tweede Wereldoorlog het woonwagenbeleid uitvoerde zonder in overleg te treden met de bewoners zelf. Die moesten eerst in kleine kampen wonen, dan weer in grote, en toen weer in kleintjes aan de stadsranden. "De laatste twintig jaar is de overheid vooral afwezig geweest, en het ontbrekende toezicht is door criminelen binnen en buiten de kampen misbruikt. Zij konden in alle rust gestolen spullen stallen, handelen in wapens en wiet kweken." De criminelen hebben het gezag in de kampen overgenomen, zegt Khonraad, ten koste van de goedwillende bewoners. Die zijn door de Nederlandse overheid aan hun lot overgelaten. Hetzelfde ziet de onderzoeker overigens gebeuren in de slechte wijken, waar criminelen en onschuldige burgers gewoon in huizen wonen.

Dus, zegt Khonraad, pak als overheid die criminaliteit aan. "Dat zou overigens een enorm emancipatoir gebaar zijn, als woonwagenbewoners door de politie hetzelfde worden behandeld als gewone burgers."

Maar blijf van het wonen in wagens af. "Dat hebben we nog maar twee jaar geleden tot immaterieel erfgoed laten verklaren."

Elke grotere gemeente heeft wel een kamp

De jongste landelijke cijfers over woonwagencentra zijn van 2006. Daarna kwam de verantwoordelijkheid voor de kampen in handen van de gemeenten. Woonwagenbewoners mogen niet als een aparte groep geregistreerd worden.

Nederland telt in 2006 ongeveer 8319 woonwagenstandplaatsen, verdeeld over 1181 woonwagencentra in 374 van de toen in totaal 471 gemeenten.

Alle gemeenten boven de 100.000 inwoners hebben 1 tot boven de 20 woonwagenlocaties van 1- 168 standplaatsen.

Woonwagenbewoners

In Nederland wonen naar schatting 60.000 tot 70.000 mensen in woonwagens, maar er is eigenlijk geen goede definitie van deze groep.

Woonwagenbewoners die in een huis wonen, voelen zich vaak nog steeds onderdeel van de eigen levensstijl en gaan na verloop van tijd soms ook weer terug naar een centrum.

Veel woonwagenbewoners stammen af van rondtrekkende dagloners en handwerkslieden als scharenslijpers, stoelenmatters en ketellappers.

Kermisexploitanten

De kermisexploitanten zijn de enige woonwagenbewoners die voor hun beroep ook nu nog rondtrekken - met in hoofdzaak als uitvalsbasis Apeldoorn.

Roma en Sinti

De Roma en Sinti vormen een etnische groep. Naar schatting zijn er tussen de 6000 en 10.000 Roma en Sinti in Nederland. In heel Europa zijn het er tussen de 8 en 12 miljoen.

BRON: WOONWAGENWIJZER

Deel dit artikel