Overleeft de Unie de Euro?

home

Cees van der Laan

Nog nooit heeft de Tilburgse hoogleraar economie Johan Graafland een onderzoek gedaan dat zo politiek gevoelig ligt als zijn studie naar de mogelijkheden en kosten om als land de eurozone te verlaten. "Het onderwerp is sterk gepolitiseerd. Een objectief onderzoek naar de voor- en nadelen is er nauwelijks", vertelt Graafland.

Een spraakmakend, maar nauwelijks serieus genomen onderzoek ging over de kosten van de herintroductie van de gulden, uitgevoerd door het 'euro-sceptische' Britse bureau Lombard Street, in opdracht van de PVV.

ChristenUnie
Ook Graaflands onderzoek is verricht in opdracht van een politieke partij, de ChristenUnie. Die partij staat kritisch tegenover steunverlening aan Griekenland en verdere Europese integratie. Zelf positioneert Graafland zich tussen de ChristenUnie en het CDA, dat juist weer voor Europese integratie is.

Hij is niet bang dat critici zijn onderzoek naar de prullenbak verwijzen omdat het niet onafhankelijk zou zijn. "Ik ben een wetenschapper die de balans zoekt. Onafhankelijkheid en objectiviteit zijn voor mij vanzelfsprekend. Als ik een eenzijdig rapport aflever, schaadt het mijn reputatie als wetenschapper. Ik ben blanco het onderzoek ingegaan."

Bovendien, benadrukt Graafland, laat hij zich adviseren door de Nijmeegse hoogleraar internationale economie en lid van het CDA Eelke de Jong en de gepensioneerde bankier Niek Vogelaar, weliswaar lid van de CU, maar juist voorstander van verdere Europese integratie. "Daarmee is de objectiviteit en onafhankelijkheid van mijn onderzoek gewaarborgd," vindt de Tilburgse hoogleraar. Hij wijst erop dat hij sinds 2010 in opdracht van 'Brussel' een drie jaar durend Europees onderzoek doet naar de factoren die bedrijven aanzetten tot maatschappelijk ondernemen.

Gigantische kosten
Zijn euro-onderzoek is pas eind dit jaar gereed, dus wil hij niet nu al met definitieve conclusies komen. Toch zijn er volgens hem wel enkele voorlopige bevindingen op te maken. De belangrijkste betreft de kosten. "Of een land de eurozone verlaat, nationale munteenheden heringevoerd worden, de eurozone wordt opgedeeld in twee munteenheden (neuro's en zeuro's) of als de huidige eurozone wordt gehandhaafd, de kosten zijn gigantisch. Ook zijn er in al deze scenario's forse politieke en economische risico's. Waar het uiteindelijk om gaat is het perspectief op de zeer lange termijn, zeg vijftig jaar. Een munt moet houdbaar en duurzaam zijn. Daar richt mijn onderzoek zich op."

In dit perspectief treft hij allerlei onderzoeken, waarvan de opdrachtgevers nauwelijks moeite doen om hun politieke voorkeur voor zich te houden. Als voorbeelden wijst hij op recente studies van ING en de werkgeversorganisatie VNO-NCW. ING meent dat door het uiteenvallen van de eurozone de Nederlandse economie met 25 procent zou krimpen, met als gevolg dat 300.000 banen verloren gaan en bezittingen en beleggingen in totaal 200 miljard euro minder waard zouden worden. VNO-NCW voorspelt een 'diepe recessie'.

"Beide onderzoeken gaan uit van de zwartste scenario's als de eurozone uiteenvalt. De risico's van verdere integratie worden niet in beeld gebracht. Bovendien worden de voordelen van de Europese integratie en de invoering van de euro op één hoop gegooid. Ten onrechte, dat zijn verschillende zaken. VNO-NCW vindt dat haar rapport gebaseerd is op 'feiten', maar die hebben alleen betrekking op de cijfers uit het verleden. De effecten van veranderingen in de euro zijn met hoge onzekerheid omgeven. Die kun je niet als feiten presenteren."

Weeksalaris winst
Het vorig jaar verschenen onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB) naar de toekomst van de eurozone, 'Europa in crisis', biedt volgens Graafland een reëler beeld. "Het CPB concludeert dat de welvaartswinst van de interne markt voor de Nederlander een maandsalaris is. De invoering van de euro heeft een bescheiden winst opgeleverd van een weeksalaris."

Graafland meent dat de zijns inziens beperkte bijdrage van de euro ook blijkt uit het simpele feit dat EU-landen die niet aan de euro deelnamen (onder andere Denemarken, Zweden, Polen en Engeland) gemiddeld genomen sinds de invoering van de euro het even goed gedaan hebben als de eurolanden. "Als de euro zoveel zou hebben bijgedragen aan de economische groei, zou je verwachten dat eurolanden harder zijn gegroeid. Maar het omgekeerde blijkt het geval", stelt Graafland.

Toch ziet hij ook een zwakke plek in het CPB-onderzoek. "Over herinvoering van wisselkoersen schrijft het CPB welgeteld twee regels over de positieve effecten van devaluaties en vervolgens pagina's lang over de nadelen, terwijl er wel degelijk veel voordelen zijn aan de herinvoering van het stelsel van wisselkoersen voor een land. Griekenland kan er baat bij hebben," meent Graafland, die zelf veertien jaar bij het CPB heeft gewerkt.

Munt laten devalueren
Want een land met een eigen munt kan deze laten devalueren, zodat de export weer op gang komt. Zo wijst hij erop dat in het nabije verleden landen als Argentinië, Mexico, Zuid-Korea en Thailand door devaluaties er weer bovenop zijn gekomen. "Deze landen lieten na devaluatie een toename zien van de concurrentiekracht, economische groei en een daling van de rente op schulden."

Dichter bij huis kent Graafland drie recente voorbeelden: IJsland, Ierland en Letland. Net als de eerder genoemde landen kon IJsland zijn munt na de bankencrisis van 2008 devalueren. Ierland had de euro en kon dat dus niet doen. Dat land kon alleen flink besparen op de loonkosten, ook wel 'interne devaluatie' genoemd. Letland (wel EU-lid, ook lid van de monetaire unie, maar niet in de eurozone) kon kiezen: de Lat devalueren of het mes zetten in de loonkosten. Letland koos uiteindelijk voor loonsverlagingen.

Graafland: "Als je deze drie landen met elkaar vergelijkt dan springt IJsland er als beste uit. Het land kende een daling van de werkgelegenheid van 5 procent, Ierland 13 procent en Letland zelfs 17 procent tussen 2007 en 2010. De reden is dat 'interne devaluatie' in landen als Ierland en Letland nauwelijks heeft gewerkt, terwijl devaluatie van de IJslandse munt gezorgd heeft voor een sterkere export- en concurrentiepositie. IJslandse producten werden goedkoper. IJsland is zelfs weer in staat geld te lenen op de kapitaalmarkt. Kapitaalverstrekkers zien weer perspectief op de langere termijn. Kortom, de bewering van het CPB dat de devaluatie geen langetermijneffect heeft om- dat de inflatie die het teweegbrengt een eventueel concurrentievoordeel teniet doet, wordt niet gesteund door ervaringen van andere landen. Dat is een belangrijk gegeven bij de beoordeling van de vraag of landen als Spanje en Griekenland geholpen zijn met de invoering van flexibele wisselkoersen."

Interne verschillen
Volgens Graafland kent de eurozone enkele ernstige, structurele zwaktes, waarvoor op de langere termijn geen oplossing is gevonden. "De euro had moeten zorgen voor het ontstaan van één grote economische zone. Maar nu het erop aankomt is het tegendeel het geval: economieën in Europa groeien uit elkaar in een noordelijke en een zuidelijke. De euro blijkt de verschillen tussen landen te bevorderen, omdat de wisselkoersen-flexibiliteit is uitgeschakeld. Bovendien zijn er grote verschillen in concurrentiekracht, belastingmoraal en cultuur. Voor mij is de cruciale vraag in het onderzoek of die interne zwaktes en structurele verschillen oplosbaar zijn binnen de eurozone, en op welke termijn? De vraag is ook of er politiek voldoende draagvlak blijft binnen de diverse bevolkingen voor het handhaven van de euro. In Nederland kalft het draagvlak af. Ook moet er rekening mee worden gehouden dat er meer spanning ontstaat met niet-eurolanden binnen de EU, zoals Groot-Britannië en Zweden, die ten koste gaat van de interne markt."

Ondanks zijn kritische kanttekeningen wil Graafland nog geen definitief oordeel vellen. "Het beeld is genuanceerder dan menig voorstander van de huidige eurozone roept. Je moet zorgvuldig alle risico's van de verschillende beleidsopties meewegen. Want als er één les is die wij hebben geleerd uit de kredietcrisis, is het dat je geen risico's moet veronachtzamen. Wel is mij inmiddels duidelijk dat de terugkeer naar de gulden onwaarschijnlijk is. Dan zal het eerder een munt worden van landen die qua economie min of meer gelijkwaardig zijn."

Lees verder na de advertentie

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie