Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Over de laffe jood hoor je niemand meer

Home

Cokky van Limpt

Decennialang kwam en ging ze, maar steeds vond ze de weg terug naar de afdeling geschiedenis van de Universiteit van Amsterdam. De komende vijf jaar is prof.dr. Evelien Gans er een blijvertje. Vorige week donderdag aanvaardde zij het ambt van bijzonder hoogleraar Hedendaags Jodendom. Zionisme, antisemitisme, assimilatie en de joodse identiteit: in haar colleges wil zij de grote overkoepelende thema's aan de orde stellen die de moderne joodse geschiedenis en geschiedschrijving beheersen.

D>e joodse historica Evelien Gans (1951) groeide op in een seculier joods gezin. Na het gymnasium ging ze moderne geschiedenis studeren, met dramaturgie als bijvak. ,,Maar na mijn kandidaats hield ik het voor gezien. Ik was een linkse activiste, wilde geen leraar geschiedenis worden maar met arbeiderskinderen werken. Jarenlang heb ik dramatische vorming gegeven op huishoudscholen en lts'en.'' Eind jaren zeventig raakte Gans ook actief betrokken bij de kraakbeweging en werkte ze met meiden in het Meidenwegloophuis.

,,Maar op den duur kreeg ik last van het fragmentarische van mijn leven. Ik kreeg een grote behoefte aan verdieping en mijn joodse achtergrond werd belangrijker. Ik was weliswaar seculier opgevoed, maar door familieverhalen wél geobsedeerd door de oorlog. Ik ging mij realiseren dat ook ík tot de zogenaamde naoorlogse generatie behoorde. In 1985, elf jaar nadat ik de universiteit had verlaten, besloot ik mijn studie geschiedenis weer op te pakken.''

Juist in dat jaar startte Hans Blom, de huidige directeur van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (Niod), een werkgroep over de vraag waarom er in Nederland zoveel meer joden zijn weggevoerd naar de vernietigingskampen dan elders in bezet West-Europa. ,,Dat wilde ik beslist ook weten.'' Sindsdien legt Gans zich fulltime toe op joodse geschiedenis.

Als assistent-in-opleiding begon ze een promotie-onderzoek naar de veranderende identiteit van joodse sociaal-democraten en socialistisch-zionisten in Nederland in de twintigste eeuw. In de tussentijd gaf ze lezingen en publiceerde ze in tijdschriften en kranten over joodse geschiedenis en joodse actualiteit. Spraakmakend was haar boek 'Gojse nijd & joods narcisme'(1994), waarin ze aan de hand van actuele incidenten de verstoorde verhouding analyseert tussen joden en niet-joden in Nederland.

In 1999 voltooide ze haar bijna duizend pagina's tellende proefschrift 'De kleine verschillen die het leven uitmaken', waarvoor ze in mei van dit jaar werd onderscheiden met de Henriëtte Roland Holstprijs. Na haar promotie deed Gans bij de Stichting Onderzoek Terugkeer en Opvang (Soto) onderzoek naar antisemitisme en anti-joodse stereotypen in Nederland in de eerste jaren na de bevrijding, waarvan de resultaten dit jaar werden gepubliceerd. Sinds 2000 is ze gestationeerd bij het Niod, waar ze werkt aan een dubbelportret van vader en zoon Jaap en Ischa Meijer. Het is geen Niod-onderzoek in de strikte zin van het woord, want het wordt gefinancierd door andere fondsen. ,,Maar ik heb hier mijn werkplek en kan gebruikmaken van de faciliteiten. Bovendien sluit mijn onderzoek goed aan bij het werkterrein van het Niod, dat zich niet alleen richt op de oorlogsperiode maar zich uitstrekt tot de doorwerking van 1940-1945 in het leven van burgers in Nederland en Indonesië.''

Gans onderzocht de afgelopen jaren in vele projecten de grote thema's van de moderne joodse geschiedenis, waarmee zij ook in haar nieuwverworven hoogleraarschap aan de slag wil. Zionisme, emancipatie, assimilatie en joodse identiteit spelen een hoofdrol in haar proefschrift, terwijl zij in 'Gojse nijd & joods narcisme' en in haar Soto-onderzoek het vergrootglas legt boven antisemitisme en anti-joodse stereotypen.

Ook in haar Meijer-onderzoek keren de grote thema's weer terug. Tot nu toe heeft ze zich vooral gefocust op vader Jaap, aan wie zij vorige week ook haar oratie wijdde. De joodse historicus Jaap Meijer (1912-1993) was aanvankelijk een radicaal zionist. Hij beschouwde de Emancipatie -de politiek-juridische gelijkberechtiging van de joden aan het einde van de 18de eeuw- als mislukt, vanwege de hoge prijs die de joden voor hun nieuwe vrijheid hadden moeten betalen: het sociaal-culturele proces van assimilatie, waarin zij een of meer bindingen met het jodendom opgaven.

Deze ontwikkeling werd door de radicale zionisten als een groot gevaar gezien. Zij waren ervan overtuigd dat het 'galoeth', de 'ballingschap' waarin joden buiten Palestina leven, een doodlopende weg was. Er was maar één ware weg en die liep naar Palestina, waar zij zich moesten gaan wijden aan de opbouw van het joodse land. Geen assimilatie dus, maar juist dissimilatie luidde het parool.

In haar rede schetste Gans hoe Jaap Meijer (dichterspseudoniem: Saul van Messel) zich midden jaren vijftig geleidelijk losmaakte van de vooroorlogse zionistische kring. Hij besloot om niet, zoals veel van zijn zionistische vrienden wel deden, op aliya te gaan naar Palestina, na 1948 Israël. Voor Meijer liep de weg uiteindelijk niet meer van de ballingschap naar Eretz Israel, maar van galoeth naar gola: van ballingschap naar diaspora. Hij nam niet echt afstand van het streven van de vooroorlogse zionistische beweging, maar hield tegelijkertijd een pleidooi voor een jodendom in eigen land dat een alternatief zou moeten bieden voor een leven in de joodse staat -een jodendom als tegenwicht voor de assimilatiegerichte mentaliteit onder Nederlandse joden.

Afgezien van de absoluut catastrofale vader-zoonrelatie ziet Gans zeker parallellen tussen Jaap en Ischa (1943-1995) Meijer. ,,Jaap heeft het in 1965 al over Israëls te rigoureus nationalisme en patriottistische geestdrift. Dat zie je terug bij Ischa, die het in een interview begin jaren tachtig gevaarlijk noemt om van een utopie een werkelijkheid te maken, van het beloofde land een echt land. Ook waren beiden zeer alert op antisemitisme. Bij Jaap wordt de vernietiging van joods leven in de oorlog pas later, vooral in zijn gedichten, een hoofdthema. Bij Ischa zie je dat de oorlog hem intrigeert. ün hij is een van de eerste specialisten -als schrijver/

publicist, ervaringsdeskundige en direct betrokkene- in hoe die oorlog doorwerkt in het joodse gezinsleven en in de psyche.''

Gans wil beslist niet vervallen in stereotyperingen. ,,Het grote publiek is vooral geïnteresseerd in een geschiedenis van uitersten. Maar er zijn natuurlijk heel wat meer middelmatige joden geweest dan Spinoza's, Einsteins en Woody Allens.'' Ook in haar onderzoek naar antisemitisme en anti-joodse stereotypen hanteert zij die kritische maatstaf. Zo heeft zij in 'Gojse nijd & joods narcisme' niet alleen oog voor de afgunst, irritatie en nijd bij niet-joden, maar ook voor de neiging aan joodse zijde om zich terug te trekken op hun zelfbeeld van leed en trots.

Stereotypen die vlak na de oorlog in bevrijd Nederland de kop opstaken, zoals dat van de 'woekerjood' en de 'laffe jood' zijn inmiddels wat naar de achtergrond verdwenen. ,,Sinds Israël is uitgegroeid tot een militaristische staat, waar joden niet alleen arts, handelaar of artiest zijn, maar ook boer en soldaat, een land dat oorlogen voert, gijzelingsacties beëindigt en een geheime dienst heeft met een wereldwijde reputatie, hoor je niemand meer over de laffe jood.''

Door de bezetting van de Palestijnse gebieden is daar dit voorjaar echter een nieuw beeld voor in de plaats gekomen, bekend van de spandoeken waarop Sjaron met Hitler wordt vergeleken. ,,De gelijkschakeling van zionisme met nazisme, dat vind ik een zuivere vorm van antisemitisme. Er gebeuren vreselijke dingen in Israël, maar van een Endlösungs-politiek is geen sprake.

Het zou goed zijn, meent Gans, een onderscheid aan te brengen tussen antisemitisme, antizionisme (afwijzen van de staat Israël) en anti-Israëlisme. Tot die laatste categorie kan wat haar betreft ook Een Ander Joods Geluid worden gerekend, een groep Nederlandse joden die zich verzet tegen het bovenmatige geweld van Israël jegens de Palestijnen. ,,De eerste advertentie heb ik zelf ook ondertekend.'' Maar iemand als Gretta Duisenberg noemt zij 'geen goede bondgenoot', als het gaat om kritiek op Israël.

Hoeveel studenten er op haar colleges zullen afkomen, weet Gans nog niet. Wel, dat er van een tanende belangstelling voor joodse studies absoluut geen sprake is. ,,Aandacht voor cultuur en religie in het algemeen is de laatste tijd sterk toegenomen. En de actuele situatie in Israël kan juist een reden te meer zijn om de wortels van het zionisme te willen bestuderen. Ook door de Shoah zijn veel mensen geïntrigeerd door de joodse bevolkingsgroep. Zelfs in Polen, waar nauwelijks nog joden wonen, groeit die nieuwsgierigheid. Bovendien is de joodse geschiedenis lang, zit vol oorlogen, crises, vervolgingen, religie- en cultuuruitingen. Daarmee is het een geschiedenis geworden die raakt aan universele menselijke kwesties.''

Deel dit artikel