Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Oude zorgen, nieuwe liefde

home

Alwin Kuiken

Diana Meerman met haar nieuwe partner: 'Nu wil ik weer genieten, samen leuke dingen doen'. © Koen Verheijden

Met hun zieke partners wilden ze niet oud worden. Twee mantelzorgers werden verliefd en kozen voor hun eigen geluk.

Nadat een vrachtwagen haar man van de fiets had geschept, was Diana Meerman (47) blij dat ze op haar huwelijk bewúst niet had gezegd: tot de dood ons scheidt. Tijdens haar werk in de zorg had ze daarvoor te veel narigheid gezien.

Mensen die door hersenletsel van karakter veranderen, bijvoorbeeld.

Ruim 25 jaar na haar huwelijk, en tien jaar na het noodlottige ongeluk is Diana niet meer samen met haar man. Samen met haar nieuwe partner Bert Kelder (47) zit ze gelukkiger dan jaren tevoren op de bank in een plaatsje langs de Rijn. Het interieur is een allegaartje van kringloopspullen en meubels van een overleden tante.

Net als Diana verliet ook Bert kortgeleden zijn zieke partner. Geen vrachtwagen, maar een hersenbloeding veranderde zijn partner in een wrak.

Beiden weten wat er kan gebeuren als je partner door hersenletsel verandert in een ander mens. Haar partner, een boom van een kerel - van het type niet lullen, maar poetsen - veranderde volgens Diana in een verwarde, kwaaie man.

Ineens liep hij anderhalf uur met de hond door de buurt. Als hem gevraagd werd om vlees bij de Aldi te kopen, kwam hij terug met groente van de Lidl. Als dingen niet precies liepen zoals ze hoorden te lopen, raakte hij buiten zichzelf. Eenvoudige uitjes met de stacaravan zaten er niet meer in.

Als een van hun drie kinderen een pot pindakaas verkeerd neerzette, kon hij in razernij ontsteken. Eén keer werd hij zo kwaad dat een van de drie kinderen naar de buren vluchtte totdat zijn moeder 's avonds laat thuiskwam.

Op tafel in het nieuwe huis staat zwarte koffie. Bert rolt tijdens het gesprek af een toe een shagje. Aan de muur hangt een foto op canvas van de drie kinderen van Diana. Een nog pril interview is net onderbroken door een telefoontje van de ex-vrouw van Bert.

Lichtpunt
Het ging over zijn 17-jarige zoon, een van zijn drie nog thuiswonende kinderen. Hij ziet het niet meer zitten, had hij tegen zijn moeder gezegd. Hij dacht er over om voor de trein te springen, zegt Bert. Van leren had hij geen kaas gegeten, net als zijn vader. Een plekje op een beroepsopleiding, een lichtpunt in nare tijden, lijkt hem door de vingers te glippen. Verkeerde vrienden, blowen, het ging al een tijdje de verkeerde kant op.

"Ik denk wel dat de hele situatie ermee te maken heeft", zegt Bert. "Hij heeft van kinds af aan naast me gelopen. En nu is pappa ineens weg."

Dat pappa weg is, heeft wel een reden, zegt Bert.

De hersenbloeding van zijn inmiddels ex-vrouw had enkele jaren geleden van een levendige vrouw een wrak gemaakt. "De hersenbloeding werd gevolgd door een hersenvliesontsteking en een lange coma. Ze is voor de dood weg gehaald."

Daarna zag ze nog maar de helft. "Als ze een bord met stamppot at, liet ze de linkerkant liggen. Als ik haar vroeg om de cijfers van de klok in een rondje te tekenen, tekende ze de cijfers 1 tot en met 12 allemaal aan één kant. Door de hersenschade bestaat de rechterkant van de wereld niet meer."

Een lange revalidatie volgde. Eerst lopen. En dan voorkomen dat ze telkens tegen de muur aan liep. Achter een rollator, traplopen, kleine stapjes. Maar zijn vrouw was van binnen niet meer dezelfde, zegt Bert.

Ineens was het boeren en winden laten, en de benen op tafel.

"Als ik haar niet vertelde dat ze moest douchen, of een andere trui aantrekken, deed ze dat niet. Seksueel werd ze ook heel vrij. Ineens was het om de haverklap: 'Ik wil met je naar bed'. Ik hoefde bij wijze van spreken maar te fluiten. Dat was ik helemaal niet gewend."

Ga je dan minder van iemand houden?

"Absoluut. Je schaamt je dood."

Bert ging drinken. En gokken. In het café. Om te vergeten. Vijf- tot zesduizend euro ging er doorheen.

Op een bijeenkomst over mantelzorg viel het kwartje, zegt Bert. Er was een vrouw op het podium in een enorm pak, met te lange mouwen. "Het idee achter dat pak was: je moet je handen uit de mouwen steken, maar het is nooit genoeg. Ik was 45 en alleen maar bezig om te zeggen: je moet dit, je moet dat. Douchen, andere kleren aandoen; ik moest álles regelen. Er kon nooit meer iets onverwachts; daar kon ze niet tegen. Geen tv. Geen prikkels. De gordijnen moesten altijd open, want dan kreeg ze rust in haar hoofd. Het was niet huiselijk meer. Ik dacht: zo wil ik niet oud worden."

Diana en Bert kenden elkaar op dat moment al jaren van de lotgenotengroep voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel. Met z'n vieren gingen ze af en toe een weekendje weg. Ver voordat de vlam vorig jaar tijdens een weekendje weg oversloeg, waren er al gevoelens, zegt Bert.

Hij kan zich een avond na een lange wandeltocht herinneren. "Het was te laat om nog met het openbaar vervoer terug te gaan. We zouden allemaal bij Diana blijven slapen. Op een bepaald moment sliep mijn vrouw, en sliep haar man. Ik wilde wel, maar ik deed het niet."

Tot vorig jaar april, een weekendje weg. Hun beide partners deden hun gebruikelijke middagdutje, en zij zaten aan de waterkant. Toen was het zoenen, en tranen. Dikke tranen. "Alles kwam er uit", zegt Bert. "Mijn hart ging op en neer. Ik weet het nog goed. Het was bijzonder en zwaar tegelijk."

Die zondagavond zaten ze met z'n vieren in de auto terug. Hoewel niemand iets over het voorval had gezegd, moet zijn vrouw iets opgepikt hebben. Want toen hij die avond in bed stapte, zei ze: "Wat is er?"

"Ik wil scheiden", zei ik. Ik heb mijn kleren weer aangedaan. Toen mijn jongste me op de bank zag liggen die nacht, en hoorde wat er gebeurd was, zei hij: 'Dat had ik een half jaar eerder al verwacht.'"

Razernij
Bij Diana liep het anders toen ze het een paar dagen later vertelde. Haar man reageerde eerst gelaten, maar dat sloeg om in razernij. "Mijn jongste zoon kon hem nog net tegenhouden. Anders had hij me buiten de poort gezet. Een paar weken later mocht ik terugkomen. Toen hoefde het van mij niet meer."

En toen kwamen de reacties. Op de manege waar Bert werkte, bijvoorbeeld. Tien jaar lang was hij er bijna dag en nacht. Ook zijn ex-vrouw was er een graag geziene gast. "Ik moest ineens de vervelende klusjes doen", zegt Bert. "Mesten, vegen, de boel schoonspuiten, dat soort dingen. Ik zei tegen mijn baas: 'Wat is er aan de hand?' Hij zei: 'Het staat me niet aan dat jij van je vrouw afgaat.' Dat viel me vies tegen. Ik heb er meteen een streep onder gezet. Ik zeg tegen Bert, want zo heet hij ook: "Bert, het ga je goed. Ik heb ontslag genomen. Nu zit ik in de rolluiken."

Diane: "Sommige mensen snappen het. Anderen zeggen: Hoe kun je je zieke man nu achterlaten? Je laat de kinderen in de steek. Dat is niet waar. Ik doe nog steeds de post, en de financiën. Het is wel jammer dat het gezin uit elkaar valt. Vroeger waren de kinderen altijd thuis. Nu zitten ze overal en nergens."

Met het beeld van een hulpeloze, achtergelaten partner hebben Bert en Diane moeite. Het viel hen namelijk op dat hun partners meer bleken te kunnen dan toen ze nog samen waren.

Bert: "Ineens hoeft mijn ex niet meer tussen de middag te rusten. Vrijwilligerswerk wat nooit kon, kan nu wel. Het geluid van de televisie kan ineens aan. De kinderen mogen vriendjes mee naar huis nemen. Ik denk wel eens: wie houdt nu wie voor de gek?"

Diane: "Voor zijn werk bij een kringloopwinkel moest en zou mijn ex elke ochtend stipt om kwart voor acht weg. Nu kan het ineens óók over achten."

Oerkracht moet het zijn, denken Bert en Diane. Nu ze wel móeten, kunnen ze het ook, is de gedachte. Beiden vrezen wel dat hun ijverige partners over een half jaar volledig instorten.

Schuldig zouden ze zich daar niet over voelen, zeggen ze. "Toen we onze partners verlieten, hebben we geprobeerd om ze naar begeleid wonen te krijgen. Dan is er continu iemand aanwezig die een oogje in het zeil houdt. Maar dat wilden ze niet, eigenwijs als ze zijn. Meer kun je niet doen."

Dat de weigering om te verhuizen naar een andere omgeving met meer begeleiding ook ingegeven kan zijn door een gebrek aan ziekte-inzicht, bestrijden Bert en Diane. "In hoeverre zijn ze ziek, vraag je je af als je ziet wat ze nu allemaal kunnen", zegt Diane een beetje geagiteerd. "Laatst nog", sneert ze: "Ik belde. Zat hij in de bus, op weg naar het zomerfeest wat we hier hebben. Toen we nog samen waren, moest ik daar altijd alleen naartoe omdat hij het niet aankon. Dat is wel wrang."

Sinds kort heeft haar ex-man zelfs een nieuwe vriendin, een oude jeugdliefde. "Nou ja, als hij daarmee gelukkig is, dan moet hij het zelf maar weten." Nee, ze voelt zich tekort gedaan. "Hij heeft mij en de kinderen veel onthouden. Ouderavonden, diploma's, hij was er nooit bij. En als ik nu zie wat hij ineens allemaal kan, dan denk ik: Had dat eerder gedaan."

Alleen verder

De hele mantelzorgervaring maakt dat Bert en Diane er nu anders instaan, mocht een van beiden ziek worden. Mocht een van hen als gevolg van hersenschade veranderen in een mopperende chagrijn, zo zeggen ze, dan ligt het voor de hand dat ze alleen verder gaan, helemaal als dat gebeurt als ze nog jong zijn.

Diane: "Wetende wat ik nu weet, was ik eerder bij mijn man weggegaan. Ik weet nu wat er allemaal op je pad komt. Daar heb ik geen zin in. Je bent nog jong. Je wilt ook een beetje van het leven genieten."

Bert: "Kijk, als zoiets je nou overkomt als je zeventig bent, dan zou ik zeggen: de vijftien jaar die je dan misschien nog hebt, daar slaan we ons ook wel doorheen. Maar als je nog geen vijftig bent, dan is het even anders."

En dan zijn de grappen snel gemaakt. Over het verbergen van griep, of hoofdpijn. De ander kan immers zomaar weg zijn. "Maar even serieus", zegt Bert. "Diane heeft vaak last van hoofdpijn. De eerste keer schrok ik me dood. De hersenbloeding van mijn vrouw begon met erge hoofdpijn. Binnen de kortste keren werd ze paars. Dat beeld krijg ik niet meer uit mijn hoofd. Ik stond niet meteen met de koffers in de gang, maar ik kreeg het wel even benauwd."

Met het hele idee van 'in voor en tegenspoed' heeft Diane sowieso niets, zegt ze. Tijdens haar werk in de zorg had ze al te veel ellende gezien toen ze in 1988 in het huwelijk trad.

"Ik heb daarom expres niet gezegd 'tot de dood ons scheidt'. Achteraf ben ik daar blij mee. Dan heb je geen belofte gebroken. Nu wil ik weer genieten, samen leuke dingen doen. Fietsen en wandelen, daar houden we van. Tijdens het vrachtwagenongeluk was ik 38. Nu ben ik 47. Je mooie jaren gaan wel door."

De namen in dit artikel zijn om privacyredenen gefingeerd.

Scheiden van zieke partner uit taboesfeer?
Hoe vaak het in Nederland voorkomt dat mensen scheiden vanwege gezondheidsproblemen, is niet goed in kaart gebracht, zegt het CBS. Voor het laatst is in 2003 aan scheidende stellen gevraagd naar de reden voor de breuk. Met tien procent staan gezondheidsproblemen op plek 4, na 'botsende karakters' ( 38 procent), 'iemand anders in het spel' (38 procent) en 'op elkaar uitgekeken' (25 procent). Opvallend: vrouwen kiezen iets vaker voor hun eigen geluk als hun partner ziek wordt. 11 procent geeft dit aan als reden voor de scheiding, tegenover 9 procent van de mannen. Rond de zomer komt het CBS met nieuwe cijfers. Een toename is niet de verwachting, zegt Rob van Coolwijk, voorzitter van de VFAS, de vereniging van Familierecht Advocaten Scheidingsmediators. Bij zijn eigen kantoor, waar vijf mensen zich met scheidingen bezighouden, komen ze het een paar keer per jaar tegen. Hoewel dat aantal volgens hem niet toeneemt, denk hij wel dat mensen gemakkelijker afscheid nemen van hun zieke partner dan vroeger. "De solidariteit binnen het huwelijk is beduidend minder; mensen kiezer sneller voor zichzelf. Wat meneer pastoor ervan vindt, maakt niet meer uit. Als vrienden het contact verbreken, wat voorkomt, dan bouwen mensen elders een nieuw leven op. Het eigen geluk gaat voor."

Dat denkt ook Jan Voortman, van Professionals in NAH, een organisatie die mensen met niet aangeboren hersenletsel begeleidt. Volgens hem hikken overbelaste mantelzorgers soms tegen scheiden aan en raakt het onderwerp uit de taboesfeer. Dat de zieke partner opleeft, zoals bij het geïnterviewde stel lijkt te gebeuren, is goed mogelijk, zegt Voortman. "Voor mensen met hersenletsel kan samenleven met anderen zeer intensief zijn. Wanneer dat niet meer hoeft, kun je zien dat ze energie overhouden. Dat gebeurt ook vaak als ze naar de dagopvang gaan. Door mensen er op te wijzen dat hun partner zich niet aanstelt, proberen wij scheidingen te voorkomen, vaak met succes."

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie