Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Oud-SS’er welkom in Nederlands leger

Home

George Marlet

Morgen is het Veteranendag. Sommige Nederlandse veteranen hebben een ’gemengd verleden’: behalve voor het Koninkrijk hebben ze ook voor Duitsland gevochten.

De begroeting door zijn pelotonscommandant vergeet Jan Niessen nooit. „Ze hadden jullie daar kapot moeten schieten”, kreeg Niessen te horen toen hij zich in 1947 bij zijn eenheid meldde. ’Jullie’, dat waren Nederlanders die in de Tweede Wereldoorlog vrijwillig in het Duitse leger hadden gediend. Jan Niessen (1927) was een van hen. Ruim een jaar maakte hij deel uit van de gevreesde Waffen SS. Dat bleek geen beletsel om hem na de oorlog bij de Koninklijke landmacht in te lijven voor dienst in toenmalig Nederlands-Indië.

Niessen en zijn vroegere commandant zien elkaar nog regelmatig. Achteraf had Carel den Besten spijt van zijn knalharde begroeting. „Toen wist ik nog niet dat het een goeie knul was. Ik bedoelde er eigenlijk mee te zeggen: wat kom jij hier doen?” Niessen zou de verwensing in zijn latere leven nog vaker te horen krijgen, maar in Nederlands-Indië was het ’beslist geen probleem’ dat hij bij de Waffen-SS had gediend. „De meeste jongens waren blij als ik meeging op patrouille. Niet om te pochen, maar ik had toch meer ervaring dan zij.”

Naar schatting zo’n 22.000 Nederlandse jongens en mannen hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog bij de gewapende tak van de SchutzStaffel (SS; zie kader) gediend. Het is niet bekend hoeveel van hen ook in Nederlands-Indië hebben gevochten. Alleen al in Niessens eenheid, het dienstplichtig 2e eskadron van het regiment Huzaren van Boreel, zaten zeker acht militairen met een ’gemengd verleden’: behalve voormalig SS’ers ook veteranen van de Duitse land- en luchtmacht en chauffeurs van het Nationalsozialistisches Kraftfahrkorps (NSKK).

Het aantal van acht blijkt uit studie van Jacques Bartels, zoon van de toenmalige eskadronscommandant majoor J.A.C. Bartels. ’Jonge’ Jacques heeft voor het boek ’Tropenjaren; Ploppers en patrouilles’ honderden brieven en dagboeken doorgelezen. Daarbij stuitte Bartels op een terloopse vermelding die hem op het spoor van Jan Niessen zette. „Voor huzaren (de benaming van cavalerie-soldaten; red.) zelf is de aanwezigheid van mensen met een gemengde carrière nooit een punt geweest. Mijn vader heeft in mei 1940 op de Grebbeberg tegen de Duitsers gevochten en daarna drieëneenhalf jaar in Duitse gevangenschap gezeten. Maar hij zei: ’Voor mij zijn het in eerste instantie huzaren. We hebben elkaar nodig’.” In het veteranenblad Checkpoint bevestigde dienstmakker Henk van Hoorn deze indruk. „Nadat hij (Niessen; red.) in Indië zijn verhaal aan ons had verteld, werd hij door het hele peloton gewoon geaccepteerd. Niemand heeft het er ooit nog met hem over gehad.”

Jan Niessen groeide op in een slagersgezin dat ’niet anti-Duits’ was. In het zuiden van het land speelde het anti-communisme sterk. „Franco was een held. In de kerk werd voor hem gebeden.” Niessens vader sympathiseerde –zoals zoveel middenstanders– in de jaren dertig met de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB). Bewonderend zag Jan Niessen iets oudere jongens in 1941 terugkeren van het front, ’rondstappend in mooie uniformen en met geld te over’. In zo’n Duitsgezind milieu was het logisch om lid te worden van de Jeugdstorm, de jeugdafdeling van de NSB.

De vader van Niessen kwam op 6 december 1942 om het leven bij een geallieerd bombardement op Eindhoven. Het gezin zat zonder inkomen. Samen met een vriend besloot Jan Niessen min of meer in een opwelling om zich aan te melden voor de Waffen SS. „Welke jongen van 15, 16 jaar kan zoiets op een juiste manier inschatten? Nakaarten is makkelijk. Ik zat nog op de Mulo. Er was geen werk voor een jongen zoals ik, dus zag ik geen andere mogelijkheid.”

Net 16 jaar oud werd Jan Niessen goedgekeurd en in Duitsland opgeleid tot Panzergrenadier, soldaat bij een gemechaniseerde brigade. Voor vrijwilligers van buiten Duitsland kende de Waffen SS aparte regimenten. Niessen diende met andere Nederlanders bij het regiment ’General Seyffart’. In de zomer van 1943 vertrok het regiment naar Kroatië om de strijd aan te binden met partizanen. Van wandaden door SS’ers is Niessen niets bekend; wel door partizanen. Met stemverheffing: „Als ik het vergelijk met Indië, heb ik in Duitse dienst niets gedaan waar ik me voor hoef te schamen. Ik heb nooit ’Heil Hitler’ gezegd. Als we ergens binnenkwamen, zeiden we ’Drei Liter’, om te laten zien wat voor poppenkast we het vonden. We klapten echt niet de hele dag met de hakken tegen elkaar en liepen niet met de arm omhoog.”

In het najaar van 1943 moest het regiment naar Rusland om andere eenheden te ontzetten. Op de terugtocht uit Leningrad belandde de Kampfgruppe in de Estse stad Narva om een nieuwe verdedigingslinie tegen de Russische troepen op te werpen. De zes barre maanden in Narva hebben diepe indruk gemaakt op Niessen. Op een kaart wijst hij aan waar „in anderhalf uur tijd dertien mannen van mijn peloton sneuvelden”.

„Ik heb daar geen dag voorbij zien gaan zonder dat er iemand sneuvelde.”

Uitgeput, gewond en zonder munitie gaven de vrijwilligers zich in juli 1944 over aan de Russen. Voor Niessen was dat het begin van anderhalf jaar gevangenschap in Russische werkkampen. „Je leeft als een beest. Ik heb soms gras moeten eten om te overleven. Toen ik uit het kamp kwam, woog ik nog 44 kilo.” Terug in Nederland, midden 1946, moest Niessen in afwachting van zijn berechting naar Kamp Vught. Het Bijzondere Gerechtshof veroordeelde hem vanwege vreemde krijgsdienst tot een jaar voorwaardelijke gevangenisstraf. Opmerkelijk genoeg raakte Niessen zijn Nederlanderschap niet kwijt. Die straf is gebruikelijk als iemand in krijgsdienst is geweest van een land waarmee Nederland in oorlog was. Niessen weet nog steeds niet waarom hij zijn Nederlanderschap kon behouden.

Gevolg was wel dat hij werd opgeroepen voor militaire dienst in Nederlands-Indië. Zijn dienstmakkers waren ’heel plezierig’ tegen hem. „Mannen van het Knil (Koninklijk Nederlands-Indisch leger -red.) zeiden tegen me: ’Als ik in jouw schoenen had gestaan, was ik misschien ook wel bij de SS gegaan’.” Een enkele keer werd er een half-plagende opmerking gemaakt over ’die man met z’n mooie verleden’, maar daar bleef het bij.

Niessen kreeg pittige klussen zoals het onschadelijk maken van trekbommen die Indonesische strijders (’ploppers’) plaatsten om Nederlandse soldaten te doden. Zo’n bom lag verstopt langs een route en werd met een koord van afstand tot ontploffing gebracht. Bij het 2e eskadron sneuvelden in totaal veertien militairen van wie twaalf door trekbommen.

Het beveiligen van treinen gold ook als een gevaarlijke klus. Op een open wagen vóór de locomotief zaten huzaren die naar trekbommen moesten uitkijken. Net als andere militairen moest Niessen tientallen keren deze zenuwslopende treindienst doen. Acht keer haalde hij een bom onder de rails vandaan; twee keer werd hij daarbij beschoten. „Ik liep met die granaat in mijn armen over een wankel spoorbruggetje toen ik door ploppers werd beschoten. Ik moest de granaat in het ravijn gooien, waar hij explodeerde.”

Voorjaar 1950 keerde Niessen terug in Nederland. Daar bleek zijn oorlogsverleden hem meer te achtervolgen dan hij had verwacht. Zo gemakkelijk als hij ondanks zijn tijd bij de Waffen SS in Nederlandse militaire dienst kwam, zo lastig bleek het om aan een vaste baan te komen. Als het al lukte om ergens te gaan werken, dan was het meestal met een paar maanden of hooguit een jaar bekeken. Twee pogingen om te emigreren, mislukten door tegenwerking van ambtenaren. „Ik heb het gevoel dat het tot op de dag van vandaag doorwerkt”, verzucht Niessen. Uiteindelijk vond hij een baan als beheerder van een buurtcentrum.

Bij reünies van zijn vroegere eskadron vallen de jaren weg en is Niessen weer een van de sobats (makkers). Over de SS-tijd wordt niet gesproken. „We hebben altijd op elkaar kunnen rekenen en zijn altijd voor elkaar opgekomen.” Zijn vroegere commandant Den Besten, met een brede lach: „Onze achtergronden deden er niet toe. We vormden een zeer hechte groep en dat is nog steeds het geval.”

Deel dit artikel