Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Oud, rijk en gelukkig? Lang niet voor iedereen

Home

door Geert Braam

Het beeld van de krasse grijze duif die goed in de slappe was zit, is vertekend. Veel ouderen balanceren op de rand van armoede en dat worden er alleen maar meer.

Van ouderdom bestaan veel rooskleurige beelden. Ouderen zouden welvarend zijn, vitaal en ze zouden langer leven. Dit beeld wordt door velen, ook in de politiek en vakbond, gekoesterd. Dat heeft gevolgen. De pensioenen worden gematigd, de eigen bijdragen verhoogd en en er zijn regelmatig geluiden dat de pensioenleeftijd omhoog moet. De andere kant blijft onderbelicht. Er zijn nog steeds veel arme ouderen en handicaps, ziekte en sterfte blijven het onvermijdelijke lot in de ouderdom. Iedereen die even aan zijn grootouders of ouders denkt, beseft dit.

Neem een willekeurige alleenstaande vrouw van bijna 80 jaar. Ze durft de straat nauwelijks meer op, ze loopt krom en gebrekkig. Haar man is enkele jaren geleden gestorven en ze leeft nu van haar AOW, dit jaar ongeveer 870 euro per maand.

Natuurlijk geldt dit beeld lang niet voor alle ouderen. We zien ook mensen op leeftijd gemotoriseerd over golfbanen rijden en in heel dure motorboten varen. Dat zijn er niet zo veel, maar het contrast met deze vrouw is wel heel erg groot. De vrouw komt eerder in aanmerking voor de voedselbank, waar er de laatste jaren steeds meer van zijn gekomen. Dát zou de politici zorgen moeten baren. Maar minister Zalm bagatelliseerde de armoedeberichten rond de jaarwisseling: 'Armoede? Vroeger hadden we niet eens een kop koffie'. Zorgelijke reacties, want ook als maar een kwart van de mensen echt behoefte heeft aan die banken, is het veel te veel. En hoe kan die oude vrouw die voedselbank bereiken?

Vraag is nu bij hoeveel ouderen armoede voorkomt. In december verscheen de jaarlijkse armoedemonitor van het Sociaal en Cultureel Planbureau en het CBS. Er wordt onder andere vermeld dat de inkomenspositie van ouderen is verbeterd: het percentage ouderen met een laag inkomen is kleiner geworden, vermoedelijk door belastingmaatregelen. Maar ook wordt vermeld dat van die ouderen er veel zijn van wie het lage inkomen langdurig van aard is. Bovendien zijn er ook veel ouderen die maar net boven de inkomensgrens zitten.

Belangrijk is om hoeveel mensen dat nu precies gaat. Er mag dan wel van een afname van de armoede sprake zijn, maar er blijven altijd nog vele armen over. Uit nadere bestudering van CBS-cijfers over 2003 blijkt het volgende. Er zijn 123000 alleenstaande bejaarden, merendeels vrouwen, die niet of nauwelijk meer ontvangen dan de AOW (dat is ongeveer de armoedegrens). Daar komen nog 60000 mensen bij die gehuwd zijn. Samen genomen leven er dus 183000 ouderen op of onder de armoedegrens. Bezien we de aantallen die boven de AOW een klein aanvullende inkomen hebben, bijvoorbeeld een klein pensioentje, en leggen we daartoe de grens bij 250 extra per maand, dan zijn dat nog eens 209000 alleenstaanden en 160000 in huwelijken, in totaal 369000. Door deze kleine aanvulling lopen mensen al snel huursubsidie en korting op gemeentelijk lasten mis. Al met al leven globaal 550000 ouderen in of op de rand van armoede. Dat is een kwart van alle 65-plussers.

De vraag is of de armoedegrens voor bejaarden niet hoger zou moeten liggen (die grens is nu voor alle leeftijden even hoog). Want ouderen hebben vaak extra kosten door ziekte of gebreken. Eigen bijdragen voor de thuiszorg, niet-vergoede geneesmiddelen, het niet-vergoede gedeelte van brillen en gehoorappraten, geen korting wegens de no claim, extra reiskosten om boodschappen te kunnen doen en een bezoekje te kunnen afleggen, het loopt al snel op tot een bedrag tussen 50 en 150 euro per maand.

Tegelijk wordt achteloos gesteld, onder anderen door minister Brinkhorst, dat de pensioenleeftijd omhoog moet naar 67 jaar of hoger. Immers, de bevolking vergrijst en de lasten nemen toe. Eén van de oorzaken zou de toegenomen levensduur zijn. Maar volgens het CBS is de levensduur van mannen van 65 jaar sinds 1960 slechts gestegen van 79 tot 80,5 jaar. Er zijn onderzoeken waaruit blijkt dat de levensduur van mannen de laatste jaren helemaal niet meer stijgt en zelfs iets afneemt. Dit relativeert het vergrijzingsprobleem aanzienlijk.

De gemeenteraadsverkiezingen staan voor de deur. De gemeenten krijgen met de wet maatschappelijk ondersteuning meer taken voor zorg, zeker ook voor ouderen. Het is te hopen dat de raadsleden inzien met welke ernstige problemen de ouderdom gepaard gaat. Zij zouden zich daar ten volle voor moeten inzetten. De verkiezingsleuzen zinspelen hier maar zelden op.

Deel dit artikel