Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Orthodoxen mogen niet verketterd

Home

ARJAN DASSELAAR

“Als ik het synode-besluit lees, vind ik het nog steeds een prachtig, wijs, genuanceerd besluit. Het alternatief is dat je als homo helemáál niet aan het Avondmaal mag”, zegt dominee Ynte de Groot (40), predikant in Assen èn vice-voorzitter van de generale synode van de hervormde kerk. De Groot - zelf homoseksueel - maakte deel uit van de commissie die het gewraakte advies opstelde om homoseksuelen die in één gemeente geweigerd worden aan het Heilig Avondmaal, door te verwijzen naar een andere gemeente.

Het advies werd overgenomen door de synode en vervolgens van alle kanten onder vuur genomen. Niet terecht, vindt De Groot. “Wij hebben gezegd: Als je dan toch meent homo's te moeten weren, maak dan duidelijk dat de kerk groter is dan jullie gemeente en zoek voor hen onderdak in een progressieve gemeente waar ze wel welkom zijn.”

De Groot moet toegeven dat het advies niet de gewenste uitwerking heeft gekregen. “Ik heb gezien hoeveel pijn dit besluit gedaan heeft. Mijn ideaal is nu dat de synode een keer zal uitspreken dat homoseksuelen er volledig bijhoren, punt uit. Alleen mag dat niet inhouden dat mensen die moeite hebben met homoseksualiteit verketterd worden.”

Wie homoseksueel is, heeft het in de orthodoxe hoek van de Nederlandse Hervormde Kerk niet gemakkelijk. Nog steeds heerst daar de mening dat homoseksualiteit een zonde is. Een afwijkende geaardheid wordt alleen aanvaardbaar geacht als de homo in kwestie in onthouding leeft. Wie een relatie heeft, kan in het kader van 'tucht' geweigerd worden aan het Heilig Avondmaal. Dat gebeurde in het begin van de jaren tachtig in de Schotse Kerk in Rotterdam. Twee homo's werden niet aan de Avondmaalstafel toegelaten; de theologische discussie rond homoseksualiteit barstte in alle hevigheid los.

In 1989 wees de synode tucht vanwege een homoseksuele levenswijze van de hand. Zonder ander resultaat dan 'een geweldige commotie', aldus De Groot. Het besluit werd teruggenomen na een paar maanden. “Men riep: waar bemoeit de synode zich mee? De synode gaat helemaal niet over de tucht, want kerkeraden zijn daarin zelfstandig. Daarom heeft de synode toen gezegd dat die afwijzing van tucht was bedoeld als een appèl op de kerkeraden, als een advies.”

Overigens kan de synode in theorie de gemeenten een opvatting dwingend voorschrijven. Maar De Groot is daar geen groot voorstander van. “De synode kan zogenaamde belijdende uitspraken doen over bepaalde onderwerpen, zoals met de apartheidsideologie is gebeurd. Daarover heeft de kerk gezegd: racisme is zonde en de apartheidsideologie is ketterij. Maar over homoseksualiteit zijn de meningen erg verdeeld. Het lijkt wel moedig ook daarover zo'n belijdende uitspraak te doen, maar wat schiet je ermee op? Mensen gaan niet anders denken omdat de synode dat zegt.”

Schaduwkerk

Radicale uitspraken over homoseksualiteit hoeven van De Groot niet. “Dan blokkeer je het gesprek. De katholieke kerk heeft een duidelijk standpunt over homoseksualiteit: het mag niet. En dus krijg je een tegenbeweging, een schaduwkerk, zoiets als de Acht mei-beweging. De gereformeerde synode heeft ooit uitgesproken dat homoseksualiteit mag en 'daar praten we niet meer over'. Daar is het gesprek óók geblokkeerd. Het is mij heel wat waard het gesprek open te houden, want dàn kom je verder.”

De hervormde synode besloot na het gekrakeel in 1989 de onenigheid op een andere manier op te lossen. Er werd een commissie in het leven geroepen, 'die zich moest gaan buigen over wat er nu precies in de bijbel staat', over de exegese. “We hebben niet aleen gekeken naar wat er in de bijbel staat, maar ook naar de hermeneutiek; hoe kun je wat er in de bijbel staat vandaag de dag toepassen?”

Het kostte de breed samengestelde commissie heel veel moeite het eens te worden. Er waren momenten dat ze er het bijltje bij neer wilde gooien, maar uiteindelijk kwamen de leden tot het inmiddels bekende voorstel: als een gemeente een homo niet wil toelaten tot het Avondmaal, dan moet de gemeente hem of haar doorverwijzen naar een gemeente die ruimer denkt.

In de meeste gemeenten heeft men overigens geen enkel probleem met homo's, volgens De Groot. Er zijn maar een paar gemeenten die blijven staan op hun recht homoseksuelen te weren. Tot hen richt zich het advies van de synode. “We wilden homoseksuelen een plaats aan tafel garanderen, zonder gemeenten te forceren. ”

Compromis

De goede bedoelingen kwamen niet over. Dat was al tijdens de behandeling van het advies in de synode duidelijk. Van de 75 synodeleden stemden er 22 tegen, onder wie . . . ds. Ynte De Groot. “Een compromis werkt alleen als het ook als compromis geaccepteerd wordt. Tijdens de vergadering merkte ik dat het niet werkte, dat er veel oppositie was. En dan is een compromis geen compromis meer. Daarom heb ik tegen gestemd, tegen het voorstel dat ik heb helpen bedenken. Als het vrijwel eenstemmig was aanvaard, was het een goed besluit geweest. Maar het was kennelijk te ingewikkeld of misschien echt niet goed. Ik weet het niet.”

De Groot bestrijdt dat de tegenstemmers stuk voor stuk uit de rechterflank van de kerk kwamen. “Daar waren er wel een paar van, maar het merendeel kwam uit het meer progressieve deel van de kerk. Die vonden het een discriminerend voorstel. Volgens hen is het toch een soort apartheidspolitiek; de kerkeraden krijgen de mogelijkheid zich erg gemakkelijk van mensen te ontdoen. Een ander argument tégen is de gedachte dat het uiteindelijk de Heer is, die uitnodigt tot het Avondmaal. Het pijnlijke van deze hele zaak is dat het getalsmatig om heel kleine groepen gaat, omdat de meeste homoseksuelen de kerk al uit zijn.”

Pijn

De discussie is “tot nu toe ten koste van de homoseksuelen gegaan,” zegt Ynte De Groot. “Daar moet een eind aan komen.” Dat betekent niet dat de deur naar de orthodoxen moet worden dichtgegooid. “Mensen met een oprechte mening moet je niet buitensluiten of belachelijk maken. Je moet gespreksruimte houden.”

“We zijn het in de kerk niet met elkaar eens over homoseksualiteit, en ik zie voorlopig ook niet dat we het eens worden. Ik vind dat de liefde teveel van één kant moet komen. Homoseksuelen mogen in de wachtkamer blijven zitten, tot de kerk er eindelijk eens uitkomt. Ik voorzie dat de kerk er voorlopig niet uitkomt. Dus moeten we tegen homo's zeggen: kom maar binnen wachten. Ik zou het bijzonder jammer vinden als de synode niet bereid is om zo'n uitspraak te doen. Het zou me tegenvallen.”

De Groot stelt een nieuw synodebesluit voor dat niet alleen een verdergaande strekking heeft, maar ook een heel andere vorm: “Misschien moet de synode niet zo in detail over deze dingen spreken. Misschien moet de synode volstaan met de hoofdlijnen. Laat de synode uitspreken dat homoseksuelen er volledig bij horen en het verder aan de wijsheid van de kerkeraden overlaten daar op een verantwoorde manier mee om te gaan. Dan kan de veiligheid van homo's gewaarborgd worden door beroepsprocedures.”

Een dergelijk synodebesluit zou al in maart kunnen vallen: “Het moderamen (het dagelijks bestuur van de synode - red.) praat er op dit moment over. We hebben al in november '94 opdracht gekregen in maart op de zaak terug te komen.” De Groot wil niet zeggen hoe zijn mede-bestuursleden er over denken.

Discriminatie

De orthodoxe vleugel van de hervormde kerk, de vleugel die de meeste moeite heeft met homoseksualiteit, vindt van zichzelf niet dat ze discrimineert. “Van links tot rechts zijn we het er over eens dat mensen niet vanwege hun geaardheid gediscrimineerd mogen worden, ook niet in de kerk. Op zich heeft ook de Gereformeerde bond geen bezwaar tegen homoseksuele gemeenteleden. Mits zij maar in onthouding leven. In de bond wordt verschil gemaakt tussen iemands geaardheid en wat iemand doet. Je mag het wel 'zijn', maar het niet doen.”

De Groot is het met die argumentatie niet eens: “Je kunt iemand niet losmaken van de natuur. Dan wordt er een wig in iemand gedreven. Als je je op artikel 1 van de grondwet beroept (dat discriminatie verbiedt - red.), dan zal men zeggen: 'Wij discrimineren niemand om wat hij is; het zijn bepaalde concrete handelingen, die wij afwijzen.' Iemand die alleen leeft, die zal in de Gereformeerde bond niet geweigerd worden.”

Er zijn 'bezwaarde' christenen die de bijbel als excuus gebruiken: “Mensen hebben moeite met homoseksualteit, en denken dan 'Ah, we hebben nog een bijbel en daar kunnen we wel wat nare dingen over homo's in vinden'. Een makkelijk excuus om er niet na te denken. Maar ik ken ook mensen die oprècht menen dat de bijbel homoseksualiteit verbiedt.”

Sommige orthodoxen bedienen zich van vreemde argumenten: “Er waren er die zeiden: 'Je kunt kleptomaan zijn van aanleg, maar dat betekent niet dat je mag stelen.' Ik vind dat een onzinnige vergelijking. Met stelen doe je iemand kwaad, en ik vind dat homoseksualiteit in het geheel niemand kwaad doet. Ik kan me niet voorstellen dat liefde, het mooiste geschenk wat er is, iemand kwaad zou kunnen doen.”

Desondanks wil De Groot de behoudend hervormden niet afvallen: “Ik vind het wel discriminatie, maar ik weet dat zij daar oprecht anders over denken. Ik berust daar niet in. Ik probeer die werkelijkheid te veranderen. Maar dat doe je niet door te roepen dat het anders moet. En er verandert wel wat. Ik, een homoseksueel, zit in het moderamen van de synode. Ik denk dat zoiets een jaar of tien geleden niet mogelijk was geweest. Het theologisch denken in het rechterdeel van de kerk zit een beetje vast. Ik zie daar ook weinig ontwikkelingen die mij aanspreken. Het wordt er wat dat betreft niet beter op.”

“Ik heb de stille hoop dat er wat verandert doordat mensen homoseksuelen persoonlijk leren kennen. Het gekke is dat sommige bezwaren daardoor minder worden. Ik hoop dat de theologie op de omgang volgt. Maar op korte termijn zie ik dat nog niet gebeuren. Wim van der Zee (de onlang overleden algemeen secretaris van de Raad van Kerken en fervent voorstander van homorechten in de hervormde kerk - red.) zei in 1984: over tien jaar is homoseksualteit nergens meer een probleem. Toen vond ik al dat hij er wel erg optimistisch over was, en hij had helaas ook geen gelijk. Maar er is de laatste twintig jaar wel veel gebeurd. Toen ik in 1972 de eerste discussies meemaakte was de vraag of homoseksuelen er nu wel of niet bijhoren. Op het ogenblik is de discussie veel meer: hoe kunnen we nog ruimte geven aan die mensen die moeite hebben met homoseksualiteit.”

Deel dit artikel