Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Organist zonder ellebogen

Home

Monic Slingerland

Gert Oost was een orgelbespeler voor wie de doorsnee protestantse dienst onvoldoende podium was. Zijn loopbaan vlotte niet altijd.

Bestaat er een veelzijdiger instrument dan het kerkorgel? De grootste pijporgels hebben wel 100 registers, elk met een andere klank.

Je zou zeggen dat een organist zijn handen vol heeft aan dit instrument, en ook zijn voeten. Naast klavieren zijn er pedalen, met een eigen notenbalk.

Zo niet de Utrechtse organist Gert Oost. In zijn veelzijdigheid overtrof hij het grootste orgel.

Bij een gastcollege voor studenten theologie nam hij ook nog eens klankschalen mee. Hij componeerde, ook een opera, en liet koren boventonen zingen. Zelf zong hij ook. En begeleidde. En voerde in de Utrechtse Janskerk de traditie van de Evensong in, de vesperviering op Engelse leest. Dat was alleen nog maar zijn kant van uitvoerend musicus.

Gert was een man van twee werelden, zei zijn vrouw Hanne tijdens de muzikale afscheidsbijeenkomst in de Janskerk in Utrecht. De tweede wereld, dat was die van de wetenschap. Gert Oost was ook musicoloog. Cum laude afgestudeerd, gepromoveerd op een studie over de orgelmakers Bütz.

Tijdens concerten speelde hij naast het klassieke repertoire - Bach, Reger, Messiaen - ook vaak een stuk dat hij uit archieven had opgeduikeld en waar hij dan iets over te weten was gekomen.

Hij was trouwens ook als organist cum laude afgestudeerd.

Even veelbelovend als veelzijdig. Het kon met zijn carrière allerlei kanten op gaan, zo zag het er begin jaren zeventig naar uit. Hij zou organist van een groot orgel kunnen worden. In de Utrechtse Domkerk bijvoorbeeld, of in de Jacobikerk. Hij zou een internationale carrière als concertorganist kunnen gaan opbouwen. Van hotel naar hotel, CD's opnemen, toen nog platen. Of orgeldocent zijn aan een conservatorium.

Aanlokkelijk, maar het zou niets voor hem zijn, moest hij steeds weer toegeven. Een organist die tijdens een gewone protestantse viering voor ieder lied uit het Liedboek der kerken een kort voorspel doet, dan een register erbij trekt om aan de gemeente duidelijk te maken dat ze kunnen inzetten voor het eerste vers, zo'n organist was Gert Oost niet. Misschien had hij het willen zijn, en dan vooral graag in een kerk met een groot orgel. Maar eigenlijk was zijn talent daar niet voor gemaakt. Zijn belangstelling was breder, hij raakte ook geïnteresseerd in andere spirituele wegen dan de klassieke hervormde of gereformeerde, later PKN-liturgie.

Als kind uit een hervormd predikantengezin kende hij die bestaande liturgische taal natuurlijk maar al te goed. Dat gaf hem een basis om met Bach aan de gang te gaan, en een dissertatie over de orgelbouwers Bütz te schrijven.

De orde van dienst in een doorsnee protestantse kerk, die was hem te versteend, te gestold. Er zat te weinig speelsheid in, te weinig muziek.

Gert was een ludieke man, zeggen goede vrienden, maar het spel was hem wel een ernstige zaak. Het spel diende om diepe gronden te laten bovenkomen. Hij was op de wereld om God te loven, en daarvoor had hij veel meer nodig dan de bestaande liturgische etiquette. Om zijn doel te bereiken gebruikte hij de hele breedte van zijn talent, en daar hoorden ook klankschalen bij, zijn musicologische kennis en zijn voorliefde voor de Engelse manier van psalmen zingen.

Die voorliefde deelde hij met Pieter Oussoren, de Utrechtse predikant die, toen ze elkaar ontmoetten, begonnen was met het vertalen van de psalmen. Al gauw kregen die psalmen in de vertaling van Oussoren een toonzetting mee van Oost. In de Engelse traditie.

En typisch Engels, zei Gert Oost dan, was dat het in de landstaal was, dus in het Nederlands. Zo ontstond het idee van de Evensongs in de Utrechtse Janskerk. Een oecumenische vesperviering, met gezongen psalmen. De psalmvertaling van Pieter Oussoren breidde zich in de loop der jaren trouwens uit tot de hele Naardense Bijbel.

Gert Oost bleef in de Janskerk samen met de Schola davidica, het koor van dirigente Lisette Bernt, de Evensongs verzorgen, en daar konden dan best ook Franse liederen bij zijn, of Russische.

Hij was weleens teleurgesteld over zijn carrière. Het leverde ook gesprekken op over de juiste plaats waar iemand hoort, of over het wezenlijke van de dingen.

Gert Oost had wel ambities, maar, zeggen vrienden, geen harde ellebogen. Wat hij wel kon was disciplines met elkaar verbinden en als hij improviseerde in een kerkelijke viering, altijd zijn spiritualiteit mee laten klinken.

Zijn gezondheid was ook niet denderend, al gold hij in het domineesgezin waar hij uit kwam, als een van de sterkeren. Wat verlies was, dat wist hij. Een broer stierf jong, een zusje ook, en daarna nog een broer, en nog een zus.

Zelf had Gert Oost van jongs af aan pijn. Alleen als hij achter het orgel zat, voelde hij dat niet. Hij ging op zoek, in de wereld van de spiritualiteit, naar een wijze om met die pijn om te gaan. En ook, om beter te slapen.

Hij lag veel wakker. Een hoofd vol plannen, vol ideeën, voor nieuwe stukken, een nieuw boek, een studie naar het koninklijk huisarchief, een boek over muziektheorie voor kinderen, een opera over Job, een opera over Maria Magdalena, een tekst over goddelijke harmonie en innerlijke wijsheid: A Rose of Crystal,

De ideeën hielden niet op. Van project naar project ging het voort. Daarnaast had hij twee van die zeldzame betrekkingen als organist bij een wereldlijke instelling. Hij stond op de loonlijst van het ministerie van Binnenlandse zaken als organist van de Raad van State: hij speelde daar tijdens bijzondere gelegenheden op het Bützorgel in de Gotische Zaal. Daarnaast was hij ook organist van de Universiteit Utrecht.

Een half jaar geleden stuurde Gert Oost zijn vriend, predikant Aart van Lunteren, na een etentje een mail met komische ondertoon. Of die met zijn vrouw zijn afscheid zou willen verzorgen. Even ironisch mailde de predikant terug dat hij dat best wilde maar pas als Gert dood was, eerder niet.

Begin februari dit jaar meldde Oost zich bij de huisarts. Hij voelde zich niet helemaal lekker. Het bleek een hersentumor te zijn en er was niets meer aan te doen.

Hij zou het dus nooit meer meemaken dat zijn opera over Maria Magdalena, zijn tweede, die onvoltooid bleef, wordt uitgevoerd. Dat vond hij spijtig.

Hij wilde thuis sterven, rustig, hand in hand met zijn Hanne. Bij het afscheid speelden zijn dochters viool en cello.

De Schola davidica zong A Rose of Crystal. Dat lied past bij Obama en moet ook in New York klinken, vinden de vrienden van Gert Oost. Dat is dan weer het volgende project.

Lees verder na de advertentie
Organist Gert Oost (FOTO GERCO SCHAAP)


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel