Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Orgaandonatie: principe versus pragmatiek

Home

Clazina Wansbeek en studeert filosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen

© ANP
Opinie

Het debat tussen voor- en tegenstanders van automatische orgaandonatie is nauwelijks op argumenten te beslissen. Tegenstanders beroepen zich op absolute plichten, voorstanders op de relatieve pragmatiek. De keuze voor één van deze twee wordt bepaald door ratio, levensovertuiging en emotie.

In de Volkskrant van maandag 20 augustus betogen Daan Spaargaren en Geerten Waling dat automatische donorregistratie een ernstige inbreuk zou betekenen op de zeggenschap die ieder individu heeft over zijn of haar eigen lichaam. Het menselijk lichaam zou zelfs worden gereduceerd tot een "...orgaanfabriek van de staat."

Het debat tussen voor- en tegenstanders van automatisch donorschap doet denken aan een klassiek ethisch debat tussen deontologie (plichtenleer) en utilitarisme (stroming die het algemeen nut voorop plaatst).
 
Spaargaren en Waling vertegenwoordigen de eerstgenoemde stroming. Deontologische ethiek rust op de aanname dat mensen de plicht (deon in het Grieks) hebben om bepaalde dingen wel of niet te doen.
 
Bij het beoordelen van de toelaatbaarheid van een handeling, moet je kijken naar het principe waar deze handeling uit voorkomt, zo leerde Immanuel Kant  (1724-1804) ons. In het geval van het automatisch orgaandonorschap is dit principe: het verlies van absolute soevereiniteit over het eigen lichaam. Ontoelaatbaar, vinden Spaargaren en Waling. En daarmee vinden zij automatische orgaandonatie ethisch verwerpelijk.
 
Het argument van Dijkstra is utilitaristisch aangezien zij rekening houdt met de gevolgen van een bepaalde handeling. John Stuart Mill is de bekendste vroege aanhanger van deze ethiek. Kijk bij het beoordelen van een handeling niet naar het, vaak abstracte, principe waar de handeling op gebaseerd is, verkondigde hij, maar streef naar 'maximalisatie van utiliteit'. Oftewel: een handeling is moreel toelaatbaar als de positieve gevolgen groter zijn dan de negatieve.
 
Dijkstra kiest voor de utilitaristische ethiek door het redden van 150 mensenlevens zwaarder te laten wegen dan de moeite die een aantal mensen moet nemen om zich uit het donorregister te laten schrijven.
 
Om een standpunt te kiezen in het debat over donorregistratie, is het noodzakelijk eerst te beslissen wat je in ethisch opzicht het belangrijkst vindt: absolute plichten of relatieve pragmatiek. Deze keuze is nauwelijks op grond van rationele argumenten alleen te maken. Vaak zullen levensovertuiging of emoties een rol spelen zodat het debat op een 'onbeslisbaar' dreigt uit te draaien.
 
Omdat de discussie over orgaandonatie raakt aan zoiets primairs als lichamelijk soevereiniteit, ben ik geneigd voor Spaargaren en Waling te kiezen; de deontologische ethiek van Kant. Maar omdat ik in andere gevallen meer neig naar het utilitarisme, kan ik worden beticht van ethische inconsistentie. Of dergelijke inconsistentie moreel verwerpelijk is, is wat mij betreft nog een open vraag.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie