Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Oranje-huwelijk / 'De koning, die wil trouwen met een muiterswijf'

Home

door Ton Crijnen

Als de berichten kloppen dat Máxima haar katholieke geloof trouw blijft zal ze de derde gemalin van een Oranjevorst zijn die niet het protestantse geloof van haar man aanhangt. Een geloofsgenote en een Russisch-orthodoxe gingen haar sinds 1841 voor. Hopelijk deelt de Argentijnse noch het lot van de een noch dat van de ander.

De antipapistische eruptie van SGP'er Holdijk tijdens het recente debat over de toestemmingswet was niets vergeleken bij de reacties die losbarstten nadat het Algemeen Handelsblad op 11 maart 1840 haar lezers ,,met droefheid'' kond had gedaan van het feit dat koning Willem I -drie jaar weduwnaar- wilde hertrouwen met de Belgische, katholieke gravin Henriëtte d'Oultremont.

Het valt achteraf moeilijk na te gaan wat de protestantse meerderheid van de bevolking erger vond; dat de bruid in spe rooms was of dat ze de nationaliteit bezat van een gebied dat zich nog geen tien jaar daarvoor met geweld had afgescheiden van de Noordelijke Nederlanden. Waarschijnlijk hielden beide vooroordelen elkaar in evenwicht. In elk geval is nimmer een Nederlandse vorst in woord, beeld en geschrift zo belachelijk gemaakt als Willem I. Pamfletten en spotverzen over 'Willem Kaaskop' en 'Jetje Dondermond' deden de ronde. En iedereen zong: 'De koning, die wil trouwen met een muiterswijf'.

Er werd zelfs het uit de lucht gegrepen gerucht verspreid dat Willem (67) drie bastaardkinderen bij Henriëtte (47) had. Ruim een eeuw later, in 1950, kreeg deze bewering onverwachts actualiteitswaarde toen een zekere Julius Schatt zich erop beriep dat hij afstamde van een van die kinderen. Het 'bewijs' dat hij aanvoerde stond echter zo haaks op de feiten dat niemand de kwestie serieus nam.

Maar begin 1840 lagen de zaken anders. Jonkheer R.L. van Andringa de Kempenaer waarschuwde de vorst dat doorzetten van het voorgenomen huwelijk de gemoederen in Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel ,,zal doen losbarsten en alle liefde, eerbied en gehoorzaamheid voor den koning voor altijd verloren zal doen gaan''. Want: ,,Schrikbarend is de taal die het gemeen uitbraakt, taal die de haren ten berge doet rijzen. (...) Moord en doodslag komen er uit voort''.

Dat die voorspelling niet overdreven was ondervond gravin Van Hogendorp. De hofdame werd op de zeilpont over het Hollands Diep bijna met koets en al het water in geduwd toen medepassagiers haar aanzagen voor Jetje Dondermond.

De echte Jet was inmiddels Den Haag allang ontvlucht: eerst naar België, vervolgens naar Italië, waar de gravin, financieel ondersteund door de koning, als een ballinge van stad naar stad trok. Een murw gebeukte Willem liet haar op 22 maart schriftelijk weten dat hij van het huwelijk afzag. Maar een dag later al smeekte hij Henriëtte hem toch vooral te blijven schrijven: hij kon haar niet missen.

De vorst wist niet dat hij het slachtoffer was van een intrige waar zijn oudste zoon, de latere koning Willem II, achter zat. Diens verzet berustte minder op religieuze of nationalistische gronden dan op de angst dat hij, chronisch in geldnood verkerend, zijn erfdeel zou kwijtraken.

Hij nam de eerdergenoemde jonkheer in de arm. Deze begon, met de hulp van J.W. van den Biesen, hoofdredacteur van het gezaghebbende Algemeen Handelsblad, een hetze tegen het huwelijk. Inclusief het zenden van petities en anonieme brieven aan de vorst. Zelfs de buitenlandse pers en prominente hervormde predikanten werden ingeschakeld.

Laatstgenoemden bezwoeren de koning niet te trouwen met ,,eene Gemalin die naar derzelve Godsdienstige begrippen van de oppermagtigheid der Roomsch Katholieke Kerk zou moeten ijveren en hiertoe door het Jesutisme ernstelijk en dreigend zou worden aangezet''.

Deze vermaning schoot de rooms-katholieke 'Noord-Brabander' in het verkeerde keelgat. Dat blad beschuldigde de heren dominees van antipapisme.

Alles wat in het land over invloed beschikte was in de weer om stemming te maken tegen de trouwplannen van de koning. Inclusief het parlement, de ministerraad en het hof. Willem I verzuchtte tegen zijn kabinetssecretaris, de latere AR-voorman Groen van Prinsterer: ,,Ik gevoel me in een land van vreemdelingschap''.

Wat de adellijke dames en heren van het hof vooral dwarszat was het feit dat Henriëtte geen koninklijk bloed in de aderen had. Ze droeg 'slechts' de titel van gravin en was hofdame geweest van Willems eerste vrouw, koningin Wilhelmina. Een huwelijk 'ver beneden z'n stand' zou de koning in hun ogen nationaal en internationaal blameren.

Dat de beoogde bruid een charmante, fijnzinnige en hartelijke dame was en bepaald niet van de straat -ze stamde uit een van de oudste, meest prominente adellijke families in de Zuidelijke Nederlanden- telde niet. Vrijwel de enige die daar al snel anders over dacht was 's konings dochter, prinses Marianne. Zij besefte dat haar vader, sinds de dood van haar moeder eenzaam en daardoor vaak depressief, een zorgzame vrouw als Henriëtte nodig had.

Overigens had de gravin -volkomen overdonderd toen de koning haar in mei 1839 ten huwelijk vroeg- de boot eerst afgehouden. Ze voorspelde hem dat haar niet-koninklijke afstamming en geloof verzet zouden uitlokken. Dat dit zo fel en massaal zou zijn had ook zij niet verwacht.

Alle commotie raakte Willem tot in het merg. Toch al ontgoocheld door het verlies van België en door het feit dat hij bij de daarna gevolgde grondwetswijziging een begin van ministeriële verantwoordelijkheid had moeten toestaan, trad hij op 7 oktober 1840 af, ten faveure van zijn oudste zoon Willem II, maar met behoud van de koningstitel. Nu had hij de handen vrij om alsnog met zijn geliefde te trouwen.

Hij reisde naar Berlijn waar Marianne woonde, (ongelukkig) gehuwd met prins Albert van Pruisen. Beiden waren getuigen toen Willem en Henriëtte op 17 februari 1841 voor ds. Molière van de Berlijns-Waalse gemeente in het huwelijk traden. Daarna volgde, met dispensatie van de paus, eenzelfde viering in de katholieke Sankt Hedwigskathedraal.

Het bericht sloeg in Den Haag in als een bom. Opnieuw werd het land overspoeld met pamfletten en spotprenten. Willem II liet weten dat hij het huwelijk niet erkende; hij lag vervolgens maandenlang dwars toen zijn vader het ook bij de Nederlandse burgerlijke stand wilde laten registreren. Nadat Willem I in oktober 1841 met zijn vrouw naar Nederland teruggekeerd was en op het Loo logeerde, ontzegde zijn oudste zoon hem de toegang tot Den Haag. Beledigd vertrok pa weer naar Berlijn.

April 1842 werd Willem I ernstig ziek. Henriëtte verpleegde hem zo liefdevol dat de naar Duitsland geijlde prins Frederik zijn koninklijke broer in Den Haag meldde: ,,Men moet het als een waarachtig geluk voor Vader beschouwen dat hij haar om zich heen heeft, en zij verdient zonder enige tegenspraak de dankbaarheid van allen die Vader liefhebben''.

Na zijn herstel ontstond er al snel toenadering tussen Willem I en z'n opvolger. Ook Henriëtte werd aan het hof ontvangen. Toen de oude koning op 12 december 1843 aan een beroerte overleed was zij al zozeer geaccepteerd dat Willem II haar direct schriftelijk condoleerde en bedankte voor alle toewijding. Ook tijdens de begrafenis in Delft werd ze door de koninklijke familie met sympathie en tact bejegend. Ze bleef goed verzorgd achter en stierf op 20 oktober 1864.


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

Door een profiel aan te maken ga je akkoord met de gebruiksvoorwaarden en geef je aan het privacy statement en het cookiebeleid te hebben gelezen.

Deel dit artikel