Opperrabbijn: Spinoza’s ban blijft bestaan

home

Jolanda Breur

Op de grootste filosoof die Nederland ooit heeft gehad, Baruch Spinoza, rust sinds 1656 een ban. En dat blijft ook zo, zegt opperrabbijn Jacobs. „Hij heeft zijn denkbeelden toch nooit bijgesteld?”

Arnhem, 22 februari 2009. Installatie van Binyomin Jacobs (met grijze baard) als opperrabbijn van het Interprovinciaal Opperrabbinaat. ( FOTO WERRY CRONE, TROUW)

Hij heeft het gedachtengoed van Baruch Spinoza nooit diepgaand bestudeerd, toch heeft opperrabbijn Jacobs naast het joods-zijn iets met de filosoof gemeen. „Mijn vader was opticien en ik sleep wel eens glazen voor hem.” De zeventiende-eeuwer Spinoza was lenzenslijper van beroep. „Glazen en lenzen hebben alles te maken met kijken naar en dus met visie.” Maar daarmee houdt de vergelijking op. Want de visies van beiden lopen uiteen en Spinoza staat in de filosofielessen aan de Talmoedhogescholen niet op het programma.

De Amsterdamse Spinoza (1632-1677) werd zelfs verbannen uit de Portugees-Joodse gemeenschap waarvan hij lid was (zie kader). Recent onderzoek lijkt aan te tonen dat het hierbij ging om een erfeniskwestie, maar opperrabbijn Jacobs weet het nog zo net niet. „Ik ben geen historicus, maar iemand wordt niet zomaar verbannen. En hij was een hoogbegaafd man, niet de eerste de beste. Men zal in hem een gevaar hebben gezien voor de gemeenschap. Zijn ideeën strookten niet met die van het jodendom. Die erfenisaffaire was vast een aanleiding.”

Juist Spinoza’s joodse achtergrond vormde deze bedreiging, volgens Jacobs, zelf afkomstig uit de chabad-chassidische traditie en opperrabbijn van het Inter Provinciaal Opperrabbinaat.

Hij ziet schakels tussen de twee denkwerelden. „Zo ging het ook bij de oude Grieken. Zij vonden het jodendom geweldig en hadden daarom veel Joden in hun achterban. De Thora, de Talmoed, alle geschriften bekeken ze met een wetenschappelijke blik. Ze hadden slechts één kritiekpuntje: het woord ’God’ moest er uit. Ze rationaliseerden het jodendom en daarin schuilt het onheil. Dat was minder groot geweest als ze hadden gezegd: we lusten jullie niet. Deze ondermijning van onze religie werkt als een sluipende inflatie. Mensen schrikken pas wakker bij een beurskrach. Als het te laat is.”

Een van de schakels tussen het jodendom en Spinoza’s denken is de visie op God. „Wij zien, net als hij, ook geen oude man met baard op een wolk”, licht Jacobs toe. „Dit is een vertaling naar de menselijke maat, om God te kunnen bevatten. God overstijgt echter ons verstand, dus wat we erover zeggen, klopt niet. Denk aan de leraar die uitlegt dat je met een raket in het oneindige terechtkomt. Dat snappen we, maar eigenlijk snappen we er helemaal niets van.”

Anders dan Spinoza, geloven traditionele joden toch in een persoonlijke God die iets van hen wil en contact heeft met de wereld. „Hij verwacht dat we op een bepaalde manier leven, zonder dat we dit altijd begrijpen”, vertelt Jacobs. „Je kunt je afvragen of het belang van koosjer eten niet een beetje te klein is voor zo’n entiteit als God. Maar op dat moment ben je hem al aan het vermenselijken, verkleinen. Spinoza gelooft wel in een Schepper, want de wereld is er. Hij begint irrationeel, maar rationaliseert de rest van het verhaal. Dat heeft niets meer met de joodse leer te maken. Hij koppelt de mens los van de Allerhoogste.”

Zowel in het jodendom als in Spinoza’s leer speelt het verstand een grote rol. Met de rede kunnen we pogen onze emoties te sturen. De vrijheid om voor het goede te kiezen is bij Spinoza echter beperkter. Die is afhankelijk van wat de natuur je heeft meegegeven en deze mogelijkheden zijn met het verstand te achterhalen. Volgens de joodse leer is de mens absoluut vrij om te kiezen welke weg hij inslaat, alhoewel God bij voorbaat weet wat het wordt.

De joodse traditie geeft weliswaar alle ruimte om te discussiëren, maar aan axioma’s valt niet te tornen. En daaraan maakte Spinoza zich schuldig. Hij twijfelde onder meer aan de goddelijke oorsprong van Thora en Bijbel en een hemels plan voor de wereld. Jacobs: „Onze wetten zijn niet zwart-wit. Ik ben chassidisch, de opperrabbijn van Amsterdam duidelijk niet. Toch twijfel ik niet aan de correctheid van zijn rabbinale uitspraken. We gebruiken immers hetzelfde systeem. En dan kan het best gebeuren dat hij in zijn afwegingen tot andere oplossingen komt. Zoals twee bekwame artsen verschillende therapieën kunnen voorschrijven. Maar als je, zoals Spinoza, niet gelooft dat God zich met van alles bemoeit, val je buiten het systeem.”

Daarmee beperkt de traditie ook de vrijheid van meningsuiting. Want je mag alles zeggen, zolang je anderen niet aanzet tot haat en ongeloof. God is onlosmakelijk verbonden met de mens. Zodra je Hem verloochent, misken je je naasten, aldus de opperrabbijn. Jacobs kent zelf geen mensen uit zijn gemeenschap die werden verbannen. „Het kwam en komt zelden voor.” Wel wordt er druk uitgeoefend op leden, bijvoorbeeld wanneer iemand weigert mee te werken aan een echtscheidingsprocedure en daardoor een ander schade berokkent.

Toch maakt het onheil dat Spinoza’s ideeën zouden brengen, hem nog geen slecht mens, benadrukt Jacobs. „Dat werkt in het christendom anders. Als een christen zich niet aan de wet houdt, is hij al snel een zondaar. In het jodendom is het naleven van de wet niet zo sterk gekoppeld aan goed en kwaad. Een verbanning zegt dus niets over het goed of slecht zijn van de persoon.”

Bannelingen kunnen boete doen om hun verbanning op te heffen, iets wat Spinoza nooit deed. Wordt het na ruim 350 jaar geen tijd voor de joodse gemeenschap om hun beroemde zoon symbolisch weer in de armen te sluiten en de verbanning op te heffen? „Dat is niet aan mij”, meent Jacobs. „Hij was lid van het Portugees-Israëlitisch Kerkgenootschap. Maar het zou een belediging zijn voor de gemeenschap en haar rabbijnen van toen. Het getuigt niet van respect voor hun beslissing. Ikzelf zie geen reden voor een herroeping; hij heeft zijn denkbeelden toch nooit bijgesteld?”

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie