Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Opgroeien in de digitale stad

Home

Romana Abels

,,Die virtuele gemeenschappen op internet zijn helemaal niet zo zorgend en steunend als men zegt dat ze zijn.'' Marianne van den Boomen schreef 'Leven op het net', een boek over de sociale betekenis van virtuele gemeenschappen, groepen mensen die elkaar via internet ontmoeten. Mensen zoeken op het net niet naar een 'wij-gevoel', schrijft ze. ,,Mensen zoeken antwoorden op hun dagelijkse vragen. Ze zoeken eerder de confrontátie dan gelijkgestemden.''

Dat haar boek eindelijk af was, schreef Marianne van den Boomen opgelucht in de mailing- en discussiegroepen op internet waar ze haar kennen. Want al studerend en kijkend heeft Van den Boomen ook zelf altijd meegedaan: vragen stellend, meningen spuiend, antwoorden gevend. Voordat ze het wist was haar naam bekend bij tientallen mensen die ze in een vorig decennium nooit zou hebben ontmoet.

Bij internetondernemingen is 'gemeenschap' een toverwoord geworden. Iedere provider heeft ze, grote websites laten bezoekers samenkomen, bedrijven organiseren consumenten rond een product. En dan zijn er ook nog de ouderwetse nieuwsgroepen, babbelboxen en mailinglijsten. Groepen zijn overal op internet, georganiseerd rond een bepaald onderwerp. Er zijn werkelijk overal gemeenschappen: van tientallen discussiefora over tweedehands Mercedessen en nieuwsgroepen over en met kinderporno, tot virtuele cafés waarin stamgasten elkaar ontmoeten, omdat ze er nu eenmaal stamgasten zijn.

Dat is behalve leuk en aardig voor de internetters zelf, ook mooi voor adverteerders, die bij het discussieforum over tweedehands auto's weten dat ze een gehoor hebben gevonden voor berichten over auto-onderdelen of verzekeringen.

Maar, zo schreven alle kranten twee jaar geleden, de mensen in die virtuele gemeenschappen zijn niet de gelukkigsten. Het gebruik van internet zou leiden tot eenzaamheid en depressiviteit. Anderen schreven weer dat internet juist voor mensen met een gebrek een enorme ondersteuning kon zijn: via internet zouden ze lotgenoten vinden.

Het Instituut voor Publiek en Politiek, een organisatie die zich sterk maakt voor vormen van tele-democratie, wilde daarover een boek. Ze vroegen Van den Boomen, die vijf jaar geleden al een boek schreef dat 'internet-ABC voor vrouwen' heette. Dat was nog -het lijkt eeuwen geleden- in de tijd dat vrouwen bijna niet vertegenwoordigd waren op het net.

,,Net als toen ze me vroegen voor het vrouwenboek, had ik er helemaal geen zin in'', zegt de internet-antropoloog. Maar na erover nagedacht te hebben, besloot ze het toch te doen. 'Leven op het net', het boek dat voortvloeide uit de opdracht, werd gisteren gepresenteerd.

Van den Boomen, afgestudeerd in de psychologie, is in het dagelijks leven webredacteur van de Groene Amsterdammer. ,,Ik noem mezelf internet-antropoloog. Dat maakt duidelijk hoe ik naar het medium kijk.'' Van den Boomen kijkt met afstandelijke interesse. Maar behalve als studie- of werkobject is Van den Boomen ook zelf fanatiek internetter, vanaf het moment dat het medium in Nederland opkwam.

,,Ik was vanaf het begin gefascineerd door computers. Omdat ze zoveel leken op een schrijfmachine. Ik was eindredacteur. Mijn beeld van internet is ook dat het allemaal draait om tekst. Iedere website, iedere bijdrage aan een discussie, iedere boodschap bestaat uit tekst.''

In internetland is Van den Boomen een oudgediende. ,,Ik was er vanaf het eerste begin bij. Ik las iets in een computerblad over internet en dacht: dat moet ik meemaken. Ik ging in 1993 naar een kamp voor hackers en raakte gefascineerd: een camping vol jongetjes waar je normaal een straatje voor zou omlopen, discussieerden dagen- en nachtenlang over vraagstukken als privacy en democratie. Ze probeerden berichten van mensen die in de Gaza-strook leefden door te geven aan de rest van de wereld. Ik kwam vers uit de vrouwenbeweging in deze jongenswereld en ik vond het geweldig.''

Op de camping in 1993 werd het idee geboren voor een digitale stad, de eerste gratis internet- en e-mailprovider in Nederland. ,,Er was nog geen world wide web of niks. Je moest wat onhandig navigeren via een zwart scherm met daarop een tekstmenuutje. Maar het werkte. In die digitale stad ben ik groot geworden, zou je kunnen zeggen. Toen begonnen ook de experimenten met discussiegroepen en nieuwsgroepen. Groepen kregen te maken met gekken, met scheldpartijen en racisten. Hoe ga je daarmee om? Dat moest helemaal opnieuw worden bedacht. Op grotere schaal zijn nu dezelfde mechanismen aan het werk.''

De ene virtuele gemeenschap is de andere niet, dat weet ook Van den Boomen. ,,Het is nogal een verschil of je in een hulpgroep zit of in een groep waarin je samen een spel speelt. Maar ik denk wel dat het onderliggende mechanisme steeds hetzelfde is. Overal wordt gevraagd wat deugt, wat waar is van alle informatie die we krijgen. Wat voor soort gemeenschap je ook hebt, onder het onderwerp schuilt altijd onzekerheid, over wat te maken van media en moraal. Ik vind dat relatief veel mensen daar tijd in steken.''

Nu heeft 'de markt' de gemeenschap ontdekt. ,,Het is hetzelfde als wij destijds deden, alleen is nu het geld dat kan worden gegenereerd doorslaggevend'', zegt Van den Boomen. Maar de gratis e-mailproviders komen zichzelf nog wel tegen. ,,Het is wel werken om een groep ergens te houden. Anderzijds: heel sterke gemeenschappen kunnen zich tegen je keren. De gemeenschap van een van de eerste zoekmachines, Yahoo, keerde zich tegen de zoekmachine-eigenaren toen die bekendmaakten dat het auteursrecht op de bijdragen in discussies voortaan bij Yahoo zou liggen. Dat is toen niet gebeurd.''

,,Het beeld dat bestaat van virtuele gemeenschappen is dat van softe, eenzame mensen die achter hun computer wanhopig naar contact op zoek zijn. Die zullen er heus wel zijn, maar daar gaat het niet om. De gemeenschapszin op internet is een sociaal-culturele vernieuwing waarmee mensen een poging doen chocola te maken van een steeds ingewikkelder wereld.''

,,In welke gemeenschap je terechtkomt is eigenlijk toeval. Op een gegeven moment stuit je ergens op en denk je 'hé, hier zitten mensen die antwoord weten op mijn vragen'. De eerste vraag van iemand die nieuw is in een gemeenschap op internet is altijd een wat-vraag. Het mooiste is dat je ertoe doet. Als je het antwoord weet op een vraag, dan zeg je dat meteen.''

Deel dit artikel