Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Open brief aan de moslims van Nederland

Home

Sylvain Ephimenco

De vliegtuigen van 11 september hebben zich niet alleen een weg geboord in beton, glas en vooral menselijke levens in New York en Washington, maar zorgen sinds die dag voor een steeds toenemende polarisatie tussen jullie, moslims van Nederland, en het overgrote deel van de niet-moslimse bevolking. De keus om me nu rechtstreeks tot jullie te richten wordt allereerst door een gevoel van onbehagen ingegeven. De angst ook dat wat vandaag nog bespreekbaar is, morgen niet meer zal kunnen worden besproken, door een escalatie tussen gemeenschappen.

Jullie gevoeligheid en trots zijn bijna spreekwoordelijk. Ik vrees dat naarmate de incidenten zich zullen opstapelen, jullie bereidheid tot luisteren naar confronterende geluiden aanzienlijk zal afnemen. In tijden van crisis vallen gemeenschappen met een sterke identiteit terug naar oude groepsreflexen die hun veiligheid lijken te waarborgen. Het zou niet alleen onjuist zijn maar zelfs contraproductief werken, om de weg in te slaan naar zelfgekozen isolement en de positie in te nemen van slachtoffer van een vermeende alomtegenwoordige vijandigheid.

Velen onder jullie hebben terecht opgemerkt dat men de afschuwelijke daad van terroristen die zich op hun geloof beroepen niet met de gehele islam moet verwarren. Of zoals een veertigtal Marokkaanse organisaties onlangs heeft gesteld, dat ,,de mythe waarin de islam gelijk wordt gesteld aan extremisme moet worden ontzenuwd'. Niemand zal ook ontkennen dat de moslims van Nederland in hun grote meerderheid vredelievende burgers zijn. Dat ze even goed als niet-moslims deel van deze samenleving uitmaken, waarin ze dezelfde rechten en plichten hebben. Moet je ze dan anders behandelen? Moet je, rekening houdend met hun gevoeligheid, trots of andere factoren, ze niet met aspecten confronteren die ze niet willen zien?

Nee, niemand ontkent dat jullie vooral vreedzaam willen leven. Maar het wordt ook tijd van jullie kant te beseffen en te erkennen dat binnen jullie geloof een nieuwe generatie krijgers is opgestaan, fanatieke dissidenten die door hun wreedheid en vastberadenheid de wereld doen sidderen. Het is wrang maar of jullie het willen of niet, de verwerpelijke daden van een minderheid die zich op de islam beroept, kunnen verwarring scheppen en direct of indirect het imago van de meerderheid besmeuren. Zeker in de beeldvorming van bange burgers die niet over de capaciteit beschikken een onderscheid te maken tussen een vreedzame moslim en een kwaadwillige extremist. Jullie moeten ook aanvaarden dat het vermogen om te onderscheiden niet wordt vergemakkelijkt door de feiten. De plegers van de aanslagen gedroegen zich als keurige moslimse burgers en in Rotterdam zijn al verschillende fundamentalisten ingerekend die zelfs door hun buren niet konden worden onderscheiden van de vreedzame moslimse allochtone bevolking. Verwarring kan leiden tot generalisatie.

Ik zal hier niet ingaan op het gedrag van de jonge Marokkanen in Ede of opiniepeilingen onder moslims die veelvuldig al zijn ontleed en overbelicht. Maar ik ben van mening dat sommige vooraanstaande moslims en religieuze leiders in Nederland de verwarring zelf in de hand hebben gewerkt. De afkeurende reacties op de aanslag zijn naar mijn smaak te vaak gepaard gegaan met een hoog enerzijds-anderzijds-gehalte. Enerzijds veroordelen, anderzijds zich voorzichtig ontvankelijk verklaren voor de beweegredenen van de daders door die te relateren aan de politiek van Israël en de VS in het Midden-Oosten. Zo kon El-Moumni, net als tal van andere imams in Nederland, in zijn preek van afgelopen week ,,aan de ene kant de aanslagen absoluut afkeuren maar aan de andere kant begrip van het Westen en Amerika vragen voor de situatie van de Pa-lestijnen'. Ik citeer hier het Rotterdamse raadslid Bourzik, die de preek heeft bijgewoond.

Voor vele Nederlanders versterken dergelijke uitspraken hun groeiende argwaan ten aanzien van deze vooraanstaande moslims, die ze van dubbelzinnigheid verdenken. Omdat de moord op duizenden onschuldige burgers en reddingswerkers in New York en Washington een misdaad tegen de menselijkheid is, waarvoor geen enkele verzachtende omstandigheid kan gelden. Ook niet het leed elders in de wereld van onderdrukte Palestijnen, waarvoor de zesduizend slachtoffers in New York geen verantwoordelijkheid dragen. Het leed van Palestijnen wil ik hiermee niet ontkennen, maar als deze scheiding in officiële verklaringen en uitspraken niet wordt aangebracht, dan zullen onherroepelijk verdere escalaties volgen. Hoe te reageren als morgen een terroristische aanslag de heilige plekken van de islam vernietigt en christenen in dit verband aan moslims begrip vragen, met een verwijzing naar de doden van 11 september? Terzijde: de oproep die Osama bin Laden richting moslims lanceerde om Amerika te bestrijden en haar burgers en militairen te vermoorden, werd voornamelijk gelegitimeerd door de aanwezigheid van Amerikaanse troepen op de heilige grond van Saoedi-Arabië. Anders dan een analyse van oorzaken en causale verbanden moet het plechtig afkeuren van een misdaad van deze omvang een zuiver proces blijven, op straffe dat het tegenovergestelde effect wordt bereikt.

Opmerkelijk is ook dat sommigen onder jullie weigeren in de aanslagen de hand van islamitische fundamentalisten te ontwaren, maar in totale contradictie met deze ontkenning, het probleem van de Palestijnen toch in stelling brengen.

Op het gebied van uitglijders die vertegenwoordigers van de islam in Nederland de laatste dagen hebben kunnen begaan, wil ik de uitspraken van imam Abdoellah Haselhoef aanhalen die in Trouw van afgelopen zaterdag suggereert dat de aanslagen het werk zouden zijn van de Amerikaanse of Israëlische geheime dienst. Dit is niet alleen krankzinnig, maar ook wreed en cynisch. Ik vraag me verder af of het de taak van een geestelijke is om in het kader van de aanslagen te onderstrepen dat 'Amerika uit is op het vernietigen van andere culturen' ? Moet ik, zoals alom wordt geroepen, deze imam als representatieve spreekbuis van jullie gemeenschap beschouwen?

Het is niet alleen verbijsterend maar ook gevaarlijk dat er zo weinig introspectie en zelfonderzoek is over de vraag hoe het komt dat je geloof een monsterlijke vertakking heeft gebaard en hoe deze onnatuurlijke filiatie het best bestreden moet worden. Gevaarlijk, onder andere voor je zelfbeeld en wat betreft de aanvaarding van niet-moslims dat de islam daadwerkelijk een religie is die vreedzaamheid en tolerantie predikt.

Door niet te willen onderkennen en bespreekbaar maken dat er binnen de islam een aanzienlijke minderheid bestaat, leunend op een nog grotere groep instemmers die de leer perverteren door vernietiging en moord te zaaien, wrok en ressentiment te prediken, werken traditionele islamitische autoriteiten de generalisatie zelf in de hand. Hoe lang nog zullen sommige imams en moslimse verantwoordelijken, evenals sommige gelovigen, wegkijken wanneer in naam van de islam, hoe valselijk ook, onverdraagzaamheid en geweld worden gepropageerd? Je kunt een kwaadaardige tumor niet genezen zonder duidelijke diagnose en bestrijding. Niemand is ooit beter geworden door zijn ziektebeeld te ontkennen. Het gevaar is dan reëel dat je door gebrek aan daadkracht ongewild toestaat dat de islam door zijn extreme elementen in gijzeling wordt genomen. Om de hoek loeren formi-dabele botsingen die door deze kwaadwillige krachten worden nagestreefd: die tussen religies, culturen en beschavingen.

Hoe heilzaam was het niet geweest - dit is maar een persoonlijke wens - teneinde de kloof te dempen, als kort na de aanslagen moslims en niet-moslims gezamenlijk en massaal hun aversie van het terrorisme op straat hadden geuit. Te laat is het natuurlijk nooit. Ook niet om de vertrouwde stellingen van het 'slachtofferisme' te verlaten zodat vooroordelen van niet-moslims beter kunnen worden ontkracht.

Tot voor kort werden dat soort onderwerpen zorgvuldig gemeden en in de taboesfeer gedompeld. Maar het klimaat is in Nederland veranderd. Misschien is met het verdwijnen in 1998 van extreem-rechts van het politieke toneel de voornaamste remmende factor verdampt om het debat met elkaar aan te gaan. Op zich is dit een goede maatschappelijke ontwikkeling en een teken van volwassenheid. Als je met elkaar vredig samenleeft moet je elkaars standpunten en gedrag ter discussie kunnen stellen. Een brede discussie kan heilzaam werken en is te prefereren boven wederzijdse onbekendheid, onverschilligheid of nog erger, vijandigheid. Bovendien zijn jullie in het uiten van kritiek jegens de Nederlandse samenleving of overheid nooit belemmerd. Daar is niets op tegen en de mondigheid van een elite onder de moslims kan alleen duiden op een geslaagde integratie van deze groep. Alleen wanneer deze mondigheid, sterk beïnvloed door groepsreflexen en identiteitscorporatisme, in een agressieve retoriek verandert, kan het averechtse effect worden bereikt. Je kunt niet van niet-moslims verlangen dat ze met je specifieke gevoeligheid rekening houden en vervolgens zelf niets daar tegenoverstellen.

Hoe mondigheid in gewelddadige en eenzijdige retoriek kan resulteren, werd begin deze maand door Ibrahim Farouk en Mustafa Aboustib, een Egyptische filmmaker en een Marokkaanse schrijver, geïllustreerd. In een interview met de Volkskrant stellen beide oprichters van de Arabische partij dat Nederland zich schuldig heeft gemaakt aan dertig jaar 'leugens en valse beloftes' aan moslimse Arabieren die in Nederland 'als derderangs burgers' worden behandeld. Het criminele gedrag van Marokkaanse jongeren werd vergoelijkt door het te omschrijven als 'wraakneming van de jongeren op de Nederlandse overheid die hun gezinnen heeft kapot gemaakt'. Het interview, dat enkele dagen voor 11 september werd afgenomen, eindigde met deze woorden: 'Laat de oorlog maar beginnen. Na dertig jaar verwaarlozing hebben we niets te verliezen'. Een voorbeeld dat nog beter bij de huidige situatie aansluit is de verklaring van het Rotterdamse GroenLinks-raadslid Boezrik over een mogelijk Amerikaanse aanval op de Taliban: ,,Dan breekt hier in Rotterdam de pleuris uit. Er zijn hier twee werelden en die komen dan bloot te liggen.' Schokkende woorden, die bij sommige niet-moslims zoals ik niet alleen overkomen als verkapte dreiging of chantage, maar die impliciet het failliet van de multiculturele samenleving zonder schroom celebreren.

Had ik dit allemaal beter niet kunnen opschrijven, de confrontatie uit de weg moeten gaan? Het lijkt er soms op dat voor jullie het bespreekbaar maken van pijnpunten gelijk staat aan een daad van vreemdelingenhaat of een poging tot uitsluiting. Vergis ik me daarin? Maar ik denk dat ik gelijk heb als ik schrijf dat we in een fase van urgentie zijn terecht gekomen. Een fase waarin de tijd dringt en de nood hoog is.

Deel dit artikel