Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Opbloeien in sfeer van houten keten

Home

Rob Pietersen

De club die jarenlang een enkeltje eerste divisie werd toegewenst staat dit seizoen vijfde in de eredivisie. Er is de afgelopen jaren keihard gewerkt bij RKC. Wie niet rijk is moet slim zijn.

WAALWIJK - Marcel Brands had in zijn laatste seizoen als prof in korte tijd een fiks pak dollars in Japan bij elkaar kunnen voetballen. ,,Ik was toen aanvoerder, we stonden laatste. Ik kón RKC op dat moment niet in de steek laten, anders had ik er nooit meer een stap over de vloer durven zetten.''

Het tegendeel lijkt de waarheid. Het is alsof Marcel Brands (39) nooit meer een stap buiten de deur van RKC zal zetten. Dat verhaal van die grijnzende zak geld in het land van de rijzende zon was van vier jaar geleden. De Waalwijkse club handhaafde zich, Brands stopte na 17 seizoenen profvoetbal en is nu algemeen directeur van 'zijn' clubje.

RKC voetbalde jarenlang op een 'rangeerstation', was het lelijke eendje van het betaalde voetbal. Brands kent de verhalen als geen ander. Hij voetbalde, na zijn start in geboorte- en woonplaats Den Bosch, elf seizoenen in Waalwijk. Een halfjaartje NAC, twee jaar Feyenoord. En toen weer terug naar die club met het slechte veld, de container met een paar zitplaatsen, de keten die dienst deden als bestuurskamer.

Er is veel veranderd sindsdien. Maar de sfeer van pils, polonaise en mayonaise bleef. Ook RKC heeft sponsors, maar niet van die types die achter het glas champagne willen drinken. Brands: ,,Die van ons willen het gevloek op het veld horen, de emotie voelen. Wij hebben skyboxen die bij de cultuur van de club passen.''

De cultuur van gemoedelijkheid. ,,Bij ons is de afstand tussen de wasvrouw en de duurste sponsor ontzettend klein. Bij ons zit de voorzitter niet in een glazen huisje en als ik op mijn deur een bordje 'Niet storen' zou hangen, zouden ze denken dat ik gek geworden ben'', zegt hij. Tussen alle vluchtige bezoekjes van medewerkers door.

Martin Jol neemt als trainer wekelijks de felicitaties in ontvangst. Achter de schermen neemt Brands het meeste werk voor zijn rekening. Hij vergadert met het bestuur, met politie, met technische staf, met de scouts, met sponsors, met alles en iedereen. Urenlang.

Als de deur in het stadion op slot gaat, begint er ergens op een achterafveldje wel een interessante wedstrijd. ,,Zo'n Lamey...'', vertelt hij over de bij Ajax 2 weggeplukte talentvolle vleugelverdediger, ,,die heb ik voordat we hem haalden een keer of zeven zien spelen. En Gudjonsson ook''. RKC kan zich, gezien het bescheiden budget, niet veel miskopen veroorloven.

Het bedrijfstakonderzoek van de KNVB toonde aan dat RKC nauwelijks bestaansrecht had. Brands: ,,Met Volendam hadden wij het kleinste achterland. Maar we roeien met de riemen die we hebben. Van de bedrijven uit onze regio is een heel hoog percentage aan de club verbonden. Op dat gebied scoren we dus weer heel hoog.''

,,Toen ik hier nog voetbalde stond er geen kapitaal op het veld. Er waren jongens gehuurd, er liepen jongens met aflopende contracten en er waren oudere spelers zoals ik, met restwaarde nul. Zoiets kan de doodsteek van een club zijn. Als je in financiële problemen komt, moet je iets te verkopen hebben.''

Vorig jaar had RKC, volgens de berekeningen van Brands, voor zo'n 25 miljoen gulden op het veld rondlopen. ,,In tweeënhalf jaar is er veel veranderd. We hebben met z'n allen een cultuuromslag teweeggebracht. Er staat een goede selectie, die straks ook nog geld waard is. Daar kunnen we mee verder.'' Het vakmanschap spat er vanaf. RKC is een heel leuke bundeling van afdankertjes en talenten. Mét vedetten die nog ouderwets last van clubliefde lijken te hebben (Govedarica en Petrovic).

,,Natuurlijk moet je genieten van dit succes, maar het heeft geen zin de hele dag naar de stand op Teletekst te kijken. Daar hebben we ook geen tijd voor. We zijn trots, maar moeten verder. Er zit eigenlijk heel veel tussen degradatie- en Europees voetbal.''

Brands geeft daarmee aan dat het succes onverwacht snel is gekomen. Jarenlang was RKC vaste deelnemer aan de nacompetitie, nu ineens lonkt een Europees startbewijs. ,,Nee, we staan niet te hoog... Je staat op de plaats die je verdient. Maar wij weten als geen ander dat we dit seizoen onderweg best wat geluk hebben gehad. Als je lager staat, heb je dat geluk vaak niet.''

Brands blikt vooruit. ,,Volgens het beleidsplan zouden we in 2003 met een begroting van 16 miljoen werken. Dat moeten we bijstellen, want we zijn al bijna zover. Maar waar we nog verder kunnen groeien? Misschien het tv-contract, wat meer publiek als we de hoeken van het stadion dichtbouwen, iets meer geld van de grote sponsors.''

Het wordt harken. Brands volgt elke ontwikkeling. Hij vertelt over die nieuwe wijk, met tienduizenden nieuwe inwoners. Die kopen misschien seizoenkaarten, leveren vast nieuwe talentjes op én trekken mogelijk nieuwe bedrijven.

,,En ik denk dat we qua salarissen van de voetballers wel aan de top zitten. In de eerste divisie is het nu al: saneren, saneren, saneren. Ook bij ons is die kostenpost geëxplodeerd. Maar het moet niet te gek worden.''

Het is natuurlijk al te gek. Brands vertelt over die 'gewone' werknemer die zo graag een opslag van honderd piek wilde. ,,Verderop in ons pand lopen er jochies die tonnen verdienen. Zoiets is moeilijk te verkopen.''

Marcel Brands verdient als algemeen directeur ook minder dan de beste voetballers. Hij haalt zijn schouders op. Voor het geld had hij naar Japan moeten gaan, maar dan had hij nooit meer terug durven komen en dat was het hem niet waard. ,,Zonder RKC zat Giovanni van Bronckhorst nu niet bij Glasgow Rangers. Regillio Vrede is hier al vier jaar weg, maar komt nog heel vaak kijken. Deze club heeft charme. Hier is nog steeds de sfeer van de houten keten.''

Deel dit artikel