Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Op zoek naar nieuwe doelen

Home

door Fred Troost

Eigenlijk was het échte afscheid al geweest. In april vormden de vier duels in de finale play-off het slotakkoord van zijn carrière.

Bas van de Goor denkt aan die afloop zonder vreugde terug. Niet vanwege het verlies, maar om de teleurstelling dat hij juist in de cruciale wedstrijden tegen Nesselande geblesseerd was. Dat hij niets kon betekenen voor Dynamo, de club die hem na al die jaren het liefst is. Dat zijn carrière zo is doodgebloed, zoals hij dat voelt.

Het lot heeft hem menigmaal getroffen en zo sloeg het ook toe in die play-off-serie: hard en meedogenloos. Het was toen, op die avond in april, dat bij hem de emoties toesloegen. Dat hij besefte dat het voorgoed afgelopen was; over en uit.

Bas van de Goor had al veel doorstaan; hij was somtijds een wandelend gezondheidsraadsel. Hij ging daar altijd open mee om, maar evenzeer terughoudend. Nooit etaleerde hij zich pront als een echt slachtoffer.

Hij hield altijd iets van het ooit zo verlegen jongetje uit Oss. Geen wonder, want Bas had alles tegen: “Ik was een lange slungel, had rood haar en droeg ook nog een brilletje. Daar ben ik wel mee gepest, maar dat heeft me eerder gemotiveerd om te willen presteren. Ik heb er zelfvertrouwen door gekregen omdat ik wat bereikt heb, en dat is veel meer dan alleen met een balletje tegen de muur stuiten. Ik heb me doelen gesteld en die voor ogen gehouden. En die doelen heb ik steeds verschoven, steeds weer scherper gesteld“, zei hij in 1997 tegen deze krant.

Het Osse jongetje is groot geworden, 2.09 meter om precies te zijn. En hij werd een van de beste volleyballers van Nederland. Met als hoogtepunt de olympische medaille in Atlanta. Het scherpst gestelde doel.

Hij speelde in Nederland en Italië, met de groten uit het volleybal. Hij werd een topper met, na vijftien jaar topsport, nieuwe doelen.

Bij zijn officiële afscheid, gisteravond, waren ze er tot zijn vreugde, zijn grote helden: Blangé, Zwerver, en de Italianen Vullo en Bracci. Dynamo, waar hij vanaf dit seizoen technisch directeur is, had een wedstrijd geregeld tussen het gouden olympisch team van 1996 en het Modena uit het successeizoen 1996-1997, toen hij er speelde. Dat was een mooi weerzien.

Ze speelden twee sets. Verzorgd volleybal, met herkenbaar de klasse van weleer en zonder libero. Aan moderniteiten werd gisteren niet gedaan. Zonder gegrap en gegrol was het niet, maar het ging toch bij iedere bal om de punten.

In de vermakelijke partij mocht Van de Goor de meeste punten binnenslaan, één set bij Modena, één bij het olympisch Oranje. Na afloop ging hij op Nederlandse en Italiaanse schouders, waren er toespraken, kreeg hij de erepenning van Apeldoorn en werd zijn shirt met rugnummer 12 tegen het plafond van de Dynamohal gehesen. Voor eeuwig, zoals dat heet.

Hij blijft nog eenmaal per week trainen, want sport zit in zijn bloed. In 2003 en 2004 beklom hij per fiets de Alpe d'Huez. De eerste keer deed hij daar 1:42:40 over, een jaar later 1:37:32.

Daar was hij erg tevreden over. Zomaar vijf minuten eraf, zomaar zijn pr verbeterd. Voor een sporter van zijn kaliber telt dat.

Volgend jaar wil hij de marathon van New York lopen. Steeds op zoek naar een nieuwe uitdaging. Ook dat past bij de sporter die Van de Goor altijd was... nee, ís.

Deel dit artikel