Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Op 'urban safari' in Charleroi

Home

Alwin Kuiken

Bergen steenkoolafval, verlaten staalfabrieken, ongebruikte bouwwerken en het huis van Marc Dutroux. Deelnemers aan een Urban Safari krijgen ’het echte Charleroi’ te zien.

Sinds Ryanair in 2001 neerstreek in Charleroi trekt de stad weer toeristen, maar verder dan de luchthaven komt vrijwel niemand. Wie het echte Charleroi wil zien, gaat mee met Nicolas Buissart en Liv Vaisberg op Urban Safari.

De dagtocht langs vervallen fabrieken en verlaten metrostations waarmee de twee studenten in april 2008 begonnen, is het stadsbestuur van de Waalse stad een doorn in het oog. Eén van de straten, door de twee gidsen steevast de meest deprimerende van België genoemd, werd kort na publicatie van het predicaat ontdaan van autowrakken. Een onbedoeld bijeffect. „Dat wij iets voor elkaar krijgen, is mooi, maar het maakt weinig uit”, zegt Buissart. „Ik kan zo weer een nieuwe straat aanwijzen.”

Buissart (30) en Vaisberg (28) kennen elkaar van de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. Hij is geboren en getogen in de stad, zij in Rotterdam. De tour kost 35 euro en is een uit de hand gelopen studieproject. Veel Franse stelletjes doen mee, maar ook Nederlanders laten zich af en toe zien. „Laatst hadden we een sjiek stel uit Den Haag. Die zijn we helaas kwijt geraakt in een fabriek”, lacht Vaisberg. Eén van de doelen van het project: aantonen hoe de internationale media inspelen op creatieve ideeën. Met aandacht van de BBC en Le Monde is dat alvast gelukt. En altijd wordt dezelfde vraag gesteld. „Waarom we niet de mooiere kanten van de stad laten zien, zoals het fotomuseum. Dat doet de VVV al. Wij laten mensen het echte Charleroi zien.”

Intussen raast Buissart in een gehuurd Renaultbusje, druk gebarend, over de verhoogde stadsring. De weg, met een lengte van slechts vijf kilometer de kortste van Europa, kent opvallend genoeg maar één rijrichting. Wie een afslag mist, moet opnieuw rond. De weg biedt uitzicht op zogeheten terrils, met onkruid begroeide heuvels van kolenafval. De kunstmatige glooiing wordt afgewisseld met staalfabrieken, waarvan er één witte rook spuwt. De rest wacht op betere tijden.

De safari begint steevast op de top van de hoogste kolenheuvel, te bereiken via een steile klim. Ooit lagen er nog meer van deze afvalbergen, maar tijdens de energiecrisis sneuvelden er een paar, vertelt Buissart. Vanaf de top is goed te zien hoe de streek ten tijde van de industriële revolutie een baken van activiteit was. Nu ligt het schroot in de pakhuizen te wachten tot een nieuwe hausse op de staalmarkt. Sinds de hijskranen kort voor de Olympische Spelen China hebben verlaten, ligt bijna alles stil. „In de aanloop naar de Spelen was er zoveel staal nodig, dat de goedkoper producerende landen het niet meer konden leveren. Pas dan mag Charleroi meedoen.” Ondanks de industriële neergang en de werkloosheid van zo’n dertig procent, woont de kunststudent graag in Tchalerwè, zoals de Walen de stad noemen. „Ik heb voor 60.000 euro een prachtig art deco huis in het centrum gekocht. Waar kan dat nog?”

De citytrip in de Henegouwse stad vindt aansluiting bij het aan populariteit winnende dark tourism, waar ook reizen langs oude slagvelden toe behoort. Niet voor niets gaat de tocht langs het voormalige woonhuis van Marc Dutroux. Het pand wacht sinds de onteigening in 2009 op sloop. En memoire de tous les enfants victimes de pedophilie, ’in herinnering aan alle slachtoffers van pedofilie’ staat er in een marmeren gedenksteen gegraveerd. Houten panelen met opgeplakte kindergezichtjes schermen het pand sinds kort af. Zwarte graffiti ontsiert het plaatje. Buissart vloekt bij de aanblik. Ook een gids langs de randen van de stad kent zijn limiet. Toch vindt hij sightseeing bij het huis van de kindermoordenaar niet ongepast. „In Londen hebben ze Jack de Ripper. Wij hebben Dutroux. Het is onderdeel van onze geschiedenis.”

De reis gaat verder, naar een ongebruikt metrostation: exponent van de Belgische wafelijzerpolitiek. Tot de afschaffing hiervan in 1988 kreeg nieuwe infrastructuur in Vlaanderen een Waalse tegenhanger en vice versa. Vaak waren die dubbele investeringen niet nodig, met ongebruikte bouwwerken als gevolg. Onderweg houdt Buissart stil bij Château de Monceau, een 17de eeuws herenhuis. „Dat wilden we laatst als afwisseling laten zien aan Nederlanders. ’Rij verder’, zeiden ze. Ze waren niet voor pracht en praal gekomen.” Op de route naar het spookstation wemelt het van de vervallen panden. Er tussen staat, heel opvallend, een klein kapelletje. Vaisberg: „Dat hebben ze hier ooit gewoon neergezet. Heel bizar. De metaalwolken van de fabrieken geven het een vreemde dieprode kleur. Hier rijden we altijd even langs.”

Bij het station, struinen wat Vlamingen rond. Ze bezoeken door heel België grand travaux inutiles, grote nutteloze bouwwerken. Een veel gebezigde hobby, maar niet zonder gevaar, vertelt Buissart. „Er staat hier bijvoorbeeld stroom op de tussenrails tegen diefstal. Sommige terreinen worden door honden bewaakt. Je moet goed weten wat je doet.” De tour kent een merkwaardige afsluiting: een bezoek aan het prestigieuze Musée de la photographie. Vaisberg. „Wij straffen bezoekers met een gezonde dosis cultuur omdat ze zo voyeuristisch zijn.”

Lees verder na de advertentie
Nicolas Buissart: 'De VVV laat de mooiere kanten van de stad al zien.' (Trouw)

Deel dit artikel