Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Op de linker rijstrook

Home

WOLFGANG SACHS

“Van meet af aan is de auto verwelkomd als de ultieme tijdbespaarder, die op wonderbare wijze de tijd verkort die nodig is om een gewenste bestemming te bereiken. Wat is er met die belofte gebeurd? Anders dan gewoonlijk wordt gedacht, besteden automobilisten niet minder tijd aan vervoer dan niet-automobilisten. En de verklaring daarvoor is niet dat automobilisten vaker op weg gaan: ze gaan juist iets minder vaak het huis uit dan niet-automobilisten.” Waar is de gewonnen tijd dan weer verloren gegaan? De .... Wolfgang Sachs over snelheid.

“De vuurspuwende draak vooraan wacht snuivend, grommend en bulderend tot de twintig rijtuigen aan zijn staart zijn vastgemaakt, en dan beweegt hij deze, alsof ze zo licht als kinderen zijn, met uitermate hoge snelheid voort over de vlakke sporen. Dwars door bergen heen is er een baan gebroken, dalen zijn opgehoogd; de draak spuwt vonken en vlammen in het nachtelijk duister van de gewelfde tunnel. Maar ondanks al het geweld en al het gebulder legt een mens het monster zijn wil op door het alleen maar even met zijn vinger aan te raken.”

Tijdens een reis door Engeland schreef de Duitse aristocraat Friedrich von Raumer in een brief naar huis het eerste ooggetuigeverslag van wat een revolutie zou blijken te zijn in de geschiedenis van de mobiliteit: de spoorweg tussen Liverpool en Londen. De spoorweg schiep in de geest van de mensen een landkaart van bereikbare plaatsen, die over de kaart van de door spierkracht bepaalde wereld heen kwam te liggen en de grenzen daarvan ruimschoots overschreed.

In 1843 bracht de in Parijs woonachtige Heinrich Heine deze nieuwe ervaring onder woorden in zijn bekende opmerking: “Ik heb het gevoel dat de bergen en bossen van alle landen steeds dichter bij Parijs komen. Ik ruik hier al de geur van de Duitse lindebomen, de golven van de Noordzee breken op mijn stoep.”

Met de komst van de spoorweg ontstond een nieuwe werkelijkheid. De snelheid van machines verdrong de snelheid van organische lichamen. Dit betekende een radicale breuk, die het 'tijdperk van de versnelling' inluidde. In de tijd tussen Caesar en Napoleon was er amper toename van snelheid geweest. Pas vanaf het moment dat de fossiele voorraden diep onder het aardoppervlak werden aangeboord om brandstof te winnen voor de aandrijving van voertuigen, zijn de poorten naar het nieuwe tijdperk opengegooid.

De uitvinding van de verbrandingsmotor maakte het mogelijk dat de schatten van de aarde werden omgezet in snelheid van voertuigen. In de daarop volgende decennia werden trein, auto en vliegtuig in slagorde opgesteld om te strijden tegen de weerstand van tijd en ruimte. Wordt in de natuurlijke ruimte de voortbeweging beperkt door vaste duur en vaste afstand, in de door machinaal vervoer bepaalde ruimte veranderen duur en afstand in variabelen die kunnen worden gemanipuleerd. En sindsdien is alles wat ver is, té ver. En alles wat duurt, duurt ons te lang.

Geen levend lichaam kan bestaan zonder de vertering van natuurlijke voedingsstoffen en de uitscheiding van afvalstoffen. Evenmin als een lichaam staat een sociaal systeem los van de natuur; allebei zijn ze onlosmakelijk verbonden met de biosfeer en de geosfeer. De 'stofwisseling' van de moderne maatschappij heeft zo'n omvang en snelheid bereikt dat de natuur waarvan zij afhankelijk is tot wanorde dreigt te vervallen. In deze steeds hachelijkere situatie gaat het er niet zozeer om dat de natuur wordt gebruikt, maar hoeveel ervan wordt gebruikt, en met welke snelheid. De ecologische crisis kan worden begrepen als een conflict tussen verschillende tijdschalen: de tijdschaal van het moderne leven botst met de biologische tijd.

Elk jaar verbruikt de industrie evenveel fossiele brandstof als de aarde in een miljoen jaar heeft opgeslagen. Zo bezien kunnen we zeggen: de voorraden van de planeet zullen binnen één seconde verdwijnen, in het vuurwerk van het industriële tijdperk.

Een ander voorbeeld is het broeikaseffect, de dreigende opwarming van de aarde als gevolg van de verbranding van fossiele brandstoffen. Als dit broeikaseffect echt plaatsvindt, zal ook de levende natuur slachtoffer worden van het versnellingsproces. De migratie van bepaalde boomsoorten langs de Amerikaans-Canadese grens bijvoorbeeld, die al duizenden jaren plaatsvindt met een snelheid van zo'n halve kilometer per jaar, zou een snelheid van wel vijf kilometer per jaar moeten hebben om de verschuiving van de klimaatzone te kunnen volgen, als door het broeikaseffect de temperatuur inderdaad binnen 30 jaar met 1 of 2 graden stijgt. Voorbijgestreefd, uitgeput en ten slotte verslagen zijn de bomen gedoemd om slachtoffer te worden in de ongelijke race tussen industriële en biologische tijd.

Deze voorbeelden vormen voldoende aanwijzing dat snelheid een kritische factor is in de vernieting van het milieu. Het snelheidsregime van de moderne maatschappij voert het tempo waarin de natuur wordt gebruikt als mijn en stortplaats steeds verder op. De verwerking van energie en materialen verloopt met zo'n snelheid dat de natuur, die op zichzelf het vermogen heeft om op de herhaalde aanvallen te reageren, geen adempauze meer wordt gegund.

Snelheid fascineert omdat zij macht verleent. Het is een genot zich meester van tijd en ruimte te voelen - door in een snelle auto te rijden of door electronische pulsen over de aardbol te zenden. Ook in dit opzicht is Descartes' toekomstbeeld van de mens als 'meester en eigenaar van de natuur' werkelijkheid geworden. Deze macht is echter dubbelzinnig. De schrijver C.S. Lewis (1898-1963) vestigde in 'The Abolition of Man' de aandacht op de minder fraaie kant van deze macht. Doelend op de atoombom en de radio schrijft hij dat de mens evenzeer slachtoffer als bezitter van macht is, omdat hij ook zelf het doelwit van die macht is: “De macht van de mens over de natuur blijkt een macht te zijn die door sommige mensen over andere mensen wordt uitgeoefend, met de natuur als instrument ... Elke nieuwe macht die door de mens wordt verkregen is tevens nieuwe macht over de mens.”

Een minderheid van de wereldbevolking heeft de macht over de natuur vergaard en is bevangen door drang naar hogere snelheid. Slechts acht procent van de mensheid heeft een auto tot zijn beschikking, en momenteel heeft maar zo'n drie procent toegang tot een computer.

De overwinning op duur en afstand brengt zeer hoge kosten met zich mee. Snelheid is niet gratis. Een voorbeeld: het brandstofverbruik van een auto uit de middenklasse ligt bij een verdubbeling van de snelheid niet twee maar viermaal zo hoog. En als hogesnelheidstreinen hun snelheid opvoeren van 200 naar 300 km/u verbruiken ze niet 50% maar 100% meer energie. In het algemeen geldt dat de toename van het brandstofverbruik zich eerder exponentieel dan evenredig verhoudt tot de toename van de snelheid.

Sommigen hopen dat de komst van de elektronische communicatie een einde zal maken aan het tijdperk waarin snelheid een zware aantasting van de brandstofvoorraden betekende. Voorvechters van de informatiemaatschappij verkondigen dat de elektronische pulsen, zich verplaatsend met de snelheid van het licht, uiteindelijk het onmogelijke zal volbrengen: gelijktijdigheid en alomtegenwoordigheid kunnen dan worden bereikt zonder schade aan de natuur.

Ze hebben het bij het verkeerde eind. Ongetwijfeld kan de data-snelweg worden bereisd zonder lawaai en uitlaatgassen, maar de elektronische netwerken vereisen heel wat apparatuur. De voorlopige resultaten van een door het Wuppertal Institut verrichte studie naar de hoeveelheid natuurlijke hulpbronnen die wordt aangesproken voor de vervaardiging van pc's, tonen aan dat de elektronische uitrusting een veel grotere aanslag op het milieu betekent dan doorgaans wordt aangenomen.

Wat hier telt is niet zozeer de verbruikte elektriciteit (zoals je op het eerste gezicht zou verwachten), maar de hoeveelheid natuurlijk materiaal die moet worden ontgonnen en bewerkt voor de produktie van de hardware. Bepaalde componenten vereisen het gebruik van hoogwaardige mineralen, die alleen kunnen worden verkregen door omvangrijke mijnontginningen en energieverslindende bewerkingsprocessen. Het blijkt dat er voor de fabricage van één computer uiteindelijk maar liefst 15 tot 19 ton energie en materiaal wordt verbruikt - gerekend over de totale levenscyclus. Wanneer we dit cijfer vergelijken met dat van een auto uit de middenklasse, voor de produktie waarvan zo'n 25 ton nodig is, wordt duidelijk dat het ecologisch optimisme rond de verwachte online-toekomst misplaatst is. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat massale computerisering een geringere belasting voor de natuur zal betekenen dan massale motorisering.

Een blik in de geschiedenis van vervoer en telecommunicatie levert beslist geen antwoord op omtrent de vraag of de Herculesstrijd tegen de ketenen van tijd en ruimte de nobele inspanning echt waard is geweest. Goed, niets is frustrerender dan in een langzame rij te wachten, maar is sneller altijd beter? Betekent grotere snelheid steeds een verrijking van ons leven?

Om te beginnen zouden we ons kunnen afvragen waarom wij, ondanks het groeiende aantal tijdbesparende machines, meer dan ooit tevoren het gevoel hebben onder tijdsdruk te staan. De auto kan ook hier goed als voorbeeld dienen. Van meet af aan is hij verwelkomd als de ultieme tijdbespaarder, die op wonderbare wijze de tijd verkort die nodig is om een gewenste bestemming te bereiken. Wat is er met die belofte gebeurd? Anders dan gewoonlijk wordt gedacht, besteden automobilisten niet minder tijd aan vervoer dan niet-automobilisten. En de verklaring daarvoor is niet dat automobilisten vaker op weg gaan: ze gaan juist iets minder vaak het huis uit dan niet-automobilisten.

Waar is de gewonnen tijd dan weer verloren gegaan? Wel, degenen die een auto kopen, nemen geen adempauze om te genieten van extra uren vrije tijd. Ze reizen naar verder verwijderde bestemmingen. De gewonnen tijd wordt weer geïnvesteerd in langere afstanden. En na verloop van tijd komt er verandering in de ruimtelijke verdeling van bestemmingen en worden lange afstanden de norm. Mensen gaan nog steeds naar school, werk en bioscoop, maar zijn gedwongen langere routes af te leggen. Het gevolg is dat de Duitse burger tegenwoordig gemiddeld 15.000 kilometer per jaar aflegt, tegen slechts 2000 kilometer in 1950.

De auto is geen uitzonderlijk geval. Over de hele linie is tijdwinst omgezet in grotere afstand, grotere opbrengst, meer afspraken, meer activiteiten. Na een tijdje dwingt de uitbreiding van activiteiten tot de introductie van weer andere tijdbesparende apparaten, zodat de hele cyclus weer opnieuw begint. Tijdbesparingen bieden hooguit een kortstondige bevrijding, omdat ze verdere groei in de hand werken. Toename van snelheid is de snelste weg naar de volgende opstopping.

Als grotere snelheid tot groei dwingt en groei op zijn beurt weer tot grotere snelheid, dan is de hele maatschappij doortrokken van de behoefte aan snelheid. Elke aandrang tot grotere snelheid, van welke aard ook, heeft een epidemische uitwerking: hij verbreidt zich onder alle sociale levensdomeinen en in de individuele geest. We arriveren sneller en sneller op plaatsen waar we steeds korter blijven. De aandacht die wordt gewijd aan de beweging gaat ten koste van de aandacht voor het verblijf. Hoe vaker mensen onderweg zijn, des te moeilijker wordt het ze te ontmoeten. De grote moeite die wordt gedaan om roosters op te stellen en agenda's op elkaar af te stemmen is een onmiddellijk gevolg van de toename van de circulatie. Het doel, samenkomen, dreigt uit het oog te worden verloren door het gebruikte middel, de verhoging van de snelheid. Dus ieder die dat doel wil beschermen zal moeten kiezen voor selectieve traagheid.

Het ligt voor de hand dat in de negentiende eeuw, toen de maatschappij nog een kalme tred en een plaatsgebonden karakter had, snelheid en versnelling de belofte van een stralende toekomst leken te zijn. Aan het einde van de twintigste eeuw echter, is dit utopia van kleur verschoten. Waar toenemende snelheid de alledaagse norm is geworden, wordt traagheid een non-conformistisch avontuur.

Het vermoeden rijst dat een samenleving die zich steeds op de linker rijstrook voortbeweegt, nooit duurzaam kan zijn, ecologisch of maatschappelijk. Maar zou vooruitgang ook het weloverwogen besluit kunnen impliceren om de weerstand van tijd en ruimte te accepteren. Door zo'n verandering zou onze samenleving aantonen dat zij is ontgroeid aan de dwang om een negentiende-eeuwse verlangens mee te slepen naar de eenentwintigste eeuw.

In een recente studie van het Wuppertal Institut, 'Duurzaam Duitsland' hebben we aandacht gevraagd voor de noodzaak om een afname van de Snelheid te overwegen. Gezien het feit dat de topsnelheden die thans bereikbaar zijn een onevenredige hoeveelheid energie opslokken, opperden wij de mogelijkheid om bij het ontwerpen van auto's en treinen welbewust uit te gaan van een lagere topsnelheid. Geen enkele auto zou sneller moeten kunnen rijden dan 120 km/u. Aangezien materialen, gewicht, comfort en vormgeving zouden zijn afgestemd op deze constructienorm zou er een nieuwe generaties van 'bedaarde wagens' in het verschiet liggen.

De eenentwintigste-eeuwse utopie van een elegant leven waarin grenzen worden gesteld aan de snelheid, komt dus in het domein van de techniek tot uiting in het ontwerpen van motoren met een beperkt vermogen. De hooggestemde verwachtingen dat online-communicatie uiteindelijk het vervoersprobleem zal oplossen zijn waarschijnlijk illusies. Beter is het er rekening mee te houden dat de ontwikkeling van de informatiemaatschappij tegenstrijdige gevolgen zal hebben. De geschiedenis van de telefoon laat zien dat technische communicatie aan de ene kant een vervangingsmiddel voor fysiek verkeer wordt, maar aan de andere kant nieuw fysiek verkeer bevordert, uit nieuwsgierigheid naar de nieuw opgedane contacten. Met de computer zal het niet anders gaan. Beide gevolgen, vervanging en uitbreiding van fysiek verkeer, zijn te verwachten.

Met een variatie op de bekende leus kunnen we zeggen: slow is beautiful. Langzaam blijkt echter niet alleen mooi te zijn, maar vaak ook redelijk. Zelfs wij als gebruikers van Internet zouden er goed aan doen lid te worden van de vereniging die onlangs in Oostenrijk is opgericht, namelijk het Genootschap voor de Vertraging van de Tijd.

Deel dit artikel