Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Oordeel vertaling ligt vast

Home

Lodewijk Dros

Buiten een clubje recensenten is nog niemand in staat geweest om de hele Nieuwe Bijbelvertaling te lezen, laat staan van een gewogen oordeel te voorzien. Toch tekenden zich de afgelopen maanden, weken en dagen al drie kampen af. En die zullen blijven bestaan.

Je hoort ze zelden, de sound bites komen van de andere kampen.

Toch is het rustige kamp I het belangrijkste, tenminste voor de verkoop van de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV). Terwijl de buitenkerkelijken goed zijn voor, zeg, enkele tienduizenden bijbels, gaan de afnemers van dit kamp er een paar honderdduizend aanschaffen.

Het zijn mensen die min of meer geregeld een kerk van binnen zien, en niet alleen in Frankrijk op vakantie. Ze kennen de bijbelverhalen, weten, om eens wat te noemen, wat Pinksteren is. Ze kunnen nog redelijk uit de voeten met de vorige grote vertaling, die van het Nederlands Bijbelgenootschap uit 1951 (NBG'51). Maar echt prettig leest die niet meer voor de gewone kerkganger. Dus is hij in voor de Nieuwe Bijbelvertaling. Het gros van de Nederlandse protestanten denkt zo, of ze nu van evangelische snit zijn, middenmoot of vrijzinnig hervormd. (Katholieken, zoals bekend, zijn nooit bijbelgrootgebruikers geweest.) De allertrouwste categorie bijbelgebruikers vormt geen kamp, want ze doen niet mee aan het debat. Het zijn - in de woorden van hun geliefde Statenvertaling - de 'stillen in den lande': de uiterst orthodoxe protestanten die de Bible Belt bewonen. Noem ze voor het gemak 'zwarte kousen', deze bevindelijk gereformeerden. Ze begrijpen de Statenvertaling, ze léven van het oude goud uit de 17de eeuw en verliezen hét plechtanker van hun geloof als hen de Statenbijbel uit handen wordt gerukt. Ze denken, voelen, ademenen die taal. Aan hen is die modernistische NBV niet besteed - ze maken zich liever druk over de vraag hoe ver je mag gaan in het bij-de-tijds maken van de Statenvertaling.

Zo ingetogen als kamp I is (en helemaal de 'stillen'), zo breed maken de kampen II en III zich op de televisie:

de literatoren, de kampvechters van de goede smaak. Ze zijn het erover eens dat de Bijbel een klassieker is die, net als Vergilius, om de zoveel tijd aan vertaling toe is. Maar ja, wat voor een?

Voor het eerst verschijnt de Bijbel als Literair Werk. Het Nederlands Bijbelgenootschap was zo kien om tientallen schrijvers van naam - kamp II - te betrekken bij de 'brontekstgetrouwe en doeltaalgerichte' vertaling. Meelezers als Rutger Kopland, Rascha Peper, Arnon Grunberg of Tom van Deel en Nicolaas Matsier, bekend uit Trouw, stonden garant voor de literaire kwaliteit - en voor brede steun voor de NBV als goedgeschreven boek.

Een andere groep literatoren wijst de NBV mordicus af. Dit is kamp III, het luidruchtigste van allemaal. Deze culturele, atheïstische elite lijkt lichtjaren van de 'zwarte kousen' af te staan, maar dat is bedrieglijke schijn. De literaire critici - het zijn vreemd genoeg allemaal mannen - hebben van huis uit de Tale Kanaüns meegekregen, de gebeeldhouwde woorden van de Statenvertaling.

Michaël Zeeman, Benno Barnard, Maarten 't Hart, ze vinden het niks, die NBV. Ze krijgen van godgeleerde zijde steun: Huub Oosterhuis, Nico ter Linden en Karel Deurloo hebben de vertaling weggezet als huttemetuttig, en je maag draait ervan om. Pikant detail: het zijn de gepasseerden, aan hen is niks gevraagd bij het maken van de Nieuwe Bijbelvertaling.

Deze heren, tikje high brow en linksig, wonen letterlijk en figuurlijk bij elkaar in de buurt. Zij vormen het in de krant en op televisie veelgeïnterviewde minikampje van nazaten van Frans Breukelman - de man die bij het uitkomen van de NBG'51 sprak van een 'ramp voor Nederland'.

De van huis uit streng protestantse Maarten 't Hart geeft graag af op de christelijke traditie, die hij merkwaardigerwijs wel het recht ontzegt om te veranderen, of het nu om achterhaalde christelijke geloofsopvattingen gaat (de aarde is plat), of om de taal - Predikers 'ijdelheid der ijdelheden' mág gewoon geen 'lucht en leegte' worden. 't Hart heeft de 'zware' gelovigen in het hart gesloten als ideaal spotobject en hun taal heiligverklaard.

Kamp III is de conservatiefste hoeder van de Tale Kanaüns, maar dan wel als gekoesterde dode taal. Een museaal stuk erfgoed, netjes uitgelicht en met de juiste luchtvochtigheid bewaard. Het is een monument, hardnekkig ontdaan van z'n eerste gebruiksdoel: geloofsboek.

Venijnig reageerde Anne van der Meiden - theoloog, communicatiewetenschapper én Twents bijbelvertaler - op mannen als 't Hart. (Dat is het mooie van de Bijbel & zogenaamd ontkerkelijkt Nederland: discussies erover worden altijd vol vuur gevoerd.) Geharnast als weinigen uit kamp I opent Anne van der Meiden in de NCRV-gids de aanval op 'jongens als Maarten 't Hart' . Hij maakt hen uit voor 'vitrinegelovigen'. ,,De Bijbel is niet voor kunstenaars die o zo ontroerd raken door de schoonheid van de taal. Ze zetten de Bijbel in de vitrine, want o wee als dat boek invloed zou hebben op hun leven! In de vitrine is het een doods boek.”

Deel dit artikel