Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ook zonder God mogen we ons gelukkig prijzen

Home

Ger Groot

'Roepen 'bedankt evolutie!, bedankt genenpakket!' klinkt niet alleen raar. Er is in zo'n dankzegging ook 'iets niet gelukt', zo zei Willem Jan Otten (foto) vorig jaar bij het ontvangen van de P.C. Hooftprijs.' © anp
Column

Ik zit met mijn vrienden in een café en het gesprek komt op God - zo vertelt de filosoof Jan Drost in zijn sympathieke levenskunst-boek 'Denken helpt'. 'Op een gegeven moment zegt een van ons: Waar moet een atheïst eigenlijk heen met zijn gevoelens van dankbaarheid? We kijken elkaar aan. Dan beginnen we te lachen.'

Dat is een goede vraag - en niet alleen op Bevrijdingsdag. De moderne 'massamens' is het vermogen tot dankbaarheid kwijtgeraakt omdat hij al het goede dat hem in de schoot geworpen wordt als vanzelfsprekend beschouwt: dat schreef de Spaanse denker Ortega y Gasset al in de jaren twintig in zijn (nu opnieuw vertaalde) essay 'De opstand van de massamens'. Ortega noemt het de 'psychologie van het verwende kind' dat de dankbaarheid verleerd is.

Dat is wat àl te snel en eendimensionaal geoordeeld. Het leven mag nog zo comfortabel geworden zijn, onzekerheid, stress en zelfs rampen blijven ook ons niet bespaard. Zijn we er misschien zelfs alleen maar gevoeliger door geworden sinds voor velen God geen realiteit meer is? En is het voor ons, omgekeerd, moeilijker dankbaarheid te voelen sinds we niemand meer hebben aan wie we die dankbaarheid kunnen betuigen?

'Bedankt evolutie!'
Op een dag als deze kun je je erkentelijk voelen jegens 'onze bevrijders'. En op andere momenten jegens de arts die je van een gevreesde ziekte heeft gered. Maar er is ook zoiets als dankbaarheid voor het leven zelf, en daar is voor de niet-godgelovige minder makkelijk een adres voor te vinden.

Want roepen 'bedankt evolutie!, bedankt genenpakket!' klinkt niet alleen raar. Er is in zo'n dankzegging ook 'iets niet gelukt', zo zei Willem Jan Otten vorig jaar bij het ontvangen van de P.C. Hooftprijs. Hij citeerde daarbij de hoofdpersoon uit een roman van zijn vrouw, Vonne van der Meer: 'Je kunt je dankbaarheid nu eenmaal niet in een gat gooien.'

Maar waar dan wel? Waar moet je heen met de hartsjubel waardoor de filosoof Martin Heidegger zich volgens Cornelis Verhoeven heel zijn leven lang stiekem leiden liet? Hoe aanvaard je het leven als een geschenk, een onverdiende surprise waaraan je niettemin alles te danken hebt, zonder de ervaring iets ontvangen te hebben direct te laten uitmonden in het gebaar van een schenker - die bij zo'n groot cadeau wel een Schenker moet zijn?

Hartsjubel
Is er, om die vraag te kunnen stellen, een levensdrama nodig? Een gebeurtenis die het hele bestaan omverwerpt en het verborgen om-niet zichtbaar maakt?

Misschien - maar dan wel met de aantekening dat ook die hartsjubel zo'n gebeurtenis kan zijn. Daar hoeft geen ramp aan te pas te komen, al zet een catastrofe de dankbaarheid wel in een scherp contrast. Het licht schijnt na de duisternis misschien niet feller, maar we zien wel duidelijker dát het schijnt.

In 1992 overleefde Annette Herfkens als enige een vliegtuigongeluk in Vietnam. Onlangs schreef ze er een boek over. In een interview dat ik las is er bij haar geen spoor van religiositeit merkbaar. Geen andere Redder dan de redders die haar na acht dagen wachten wegdroegen uit de jungle, de artsen die haar weer oplapten na de crash.

Ieder jaar herdenkt ze het ongeluk, waarbij de vriend omkwam op wie ze dolverliefd was. En ze houdt precies bij wat ze die acht dagen eet. 'Omdat ik dan extra dankbaar ben voor al het eten en drinken op mijn tafel.'

Meer niet. En meer hoeft dat niet te zijn. Ook zonder God mogen we ons gelukkig prijzen.

Lees verder na de advertentie
Je kunt je dankbaarheid nu eenmaal niet in een gat gooien

Deel dit artikel

Je kunt je dankbaarheid nu eenmaal niet in een gat gooien