Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ook toptalent strandt soms onderweg

Home

Antal Crielaard

In de jeugdopleiding van Vitesse behoorden drie voetballers uit Kameroen tien jaar geleden tot de grootste talenten. Toch redden Komol, Sone en Mbamba het uiteindelijk niet.

Ze hadden het hoofd nog vol met dromen, toen ze op vijftienjarige leeftijd in Arnhem neerstreken. Job Komol, Emile Mbamba en Kalle Sone, drie jongens van vijftien jaar. De beste van hun lichting waren ze; dat had Jan Streuer goed gezien toen ze in Frankrijk op een jeugdtoernooi speelden. De stap van Kameroen naar het koude Nederland viel niet mee. Maar ze waren samen en kregen bij Vitesse alle medewerking om goed te kunnen aarden. De familie mocht soms overkomen en in de vakantie vlogen ze terug naar huis.

In het begin sliepen ze in het hotel van mevrouw Streuer, maar later kregen ze een eigen plek op Papendal, waar de jeugd van Vitesse trainde. Matthew Amoah was er toen al, hij woonde bij de schoonzus van Streuer. Later sloten ook Zongo en Diarra aan, maar die hoefden niet in de jeugd te voetballen – die waren iets ouder. Zes Afrikanen in het geel en zwart van Vitesse en een blinkende toekomst in het verschiet. Ze zouden het gaan maken, daar waren ze heilig van overtuigd.

Tot die vreselijke dag in november 2000. Job Komol was ziek teruggekomen uit Kameroen, de eerste diagnose was tbc. Bij een controle testte hij ook positief op hiv. Zomaar ineens vervloog een droom, met één simpele mededeling. Terwijl Mbamba en Sone het eerste haalden, vocht Komol tegen zijn ziekte. Een zware tijd. De ziekte en het voetbal bleken onverenigbaar. Streuer regelde nog een stage bij Go Ahead Eagles en later kon hij terecht bij hoofdklasser De Bataven. Maar het lukte niet meer.

Nu voetbalt hij in de vierde klasse van het amateurvoetbal, bij de Arnhemse club SML. Veel lager kun je in Nederland niet spelen. Over Vitesse spreekt hij liever niet meer. „Ik wil best vertellen over de tijd dat ik naar Nederland kwam, maar dan moet ik ook over mijn ziekte praten. Dat wil ik niet. Ik heb een moeilijke tijd gehad en die wil ik niet oprakelen. Ik heb het overlegd met mijn vrouw in Kameroen, maar we vinden het allebei beter om niet te doen. Sorry.”

Jan Streuer, tegenwoordig als hoofd scouting in dienst van de Oekraïense club Shakhtar Donetsk, haalde de drie jonge Afrikanen als technisch directeur van Vitesse naar Nederland. Nog steeds heeft hij af en toe contact met de voetballers. „Ik snap wel dat Job er niets over wil zeggen. In zijn land is het echt een taboe als je hiv hebt. Heel veel Afrikanen zijn besmet, maar er wordt bijna niet over gepraat. Hij heeft er na de bekendmaking eigenlijk nooit meer over gepraat. Dat doet een Afrikaan niet.”

Komol woont nog steeds in Arnhem. Door zijn ziekte hoefde hij na het voetbalavontuur bij Vitesse niet terug naar Kameroen, waar zijn vrouw en pasgeboren kind wonen. Hij kreeg een verblijfsvergunning met een medische status. „Hoe wrang het ook is”, zegt Streuer, ,,Vitesse is wel zijn redding geweest. Als hij niet naar Nederland was gekomen en die medische status uiteindelijk niet had gekregen, was hij er nu veel erger aan toe geweest. Hoe het zich verder ontwikkelt is afwachten.”

Maar ook met Sone en Mbamba gaat het in de periode na hun doorbraak steeds minder. Ze maken hun opwachting in het eerste elftal, maar blijken minder goed dan gehoopt. Op vijftienjarige leeftijd waren ze uitblinkers in de jeugd, maar de stap naar een goede eredivisiespeler hebben ze niet kunnen maken. „Toen ik ze voor het eerst zag spelen op een jeugdtoernooi in Frankrijk vielen ze me meteen op. Het waren goede voetballers, spelers met mogelijkheden. Hoe het dan uiteindelijk uitpakt, weet je nooit van te voren.”

Sone voetbalt inmiddels in Roemenië. Mbamba speelt in Indonesië, geen land met een grote voetbalhistorie. Na zijn tijd bij Vitesse leidde hij een nomadenbestaan. Via twee Israëlische clubs en het Portugese Vitoria Setubal belandt hij bij Arema Malang. Ook Sone voetbalde in Israël en is nu aan zijn derde club in Roemenië bezig. Vorig jaar was hij in de tweede divisie vrij succesvol. Hij scoorde 16 keer in 32 wedstrijden.

Streuer had het graag anders gezien, maar heeft geen spijt van het aantrekken van de Afrikanen. „Diarra en Amoah hebben het wel goed gedaan, de rest wat minder. Zongo had pech met zijn knieën en Komol is een heel sneu verhaal. Maar vergeet niet dat ze hun droom wel hebben waargemaakt. Op Job na zijn ze allemaal professioneel voetballer geworden. En dat wil iedere Afrikaanse voetballer van vijftien jaar. Het is vaak hun enige kans.”

Komol verpietert inmiddels in de spelonken van het amateurvoetbal. Het contrast met Diarra, die wekelijks uitblinkt bij Real Madrid is immens.

Dat Komol het niet haalde, had te maken met pech. De hiv-besmetting kostte hem zijn voetballeven, maar zorgde er ook voor dat hij er nu nog is. En hij heeft nog dromen, vertelt Streuer. „Hij wil iets voor zichzelf beginnen in Kameroen. In het laatste plan was dat een taxibedrijf. Ik ben benieuwd.”

Lees verder na de advertentie
Matthew Amoah juicht na weer een goal voor NAC. (ANP)

Deel dit artikel