Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ook studievisum zal Mauro niet baten

Home

Alwin Kuiken

© epa

De mogelijkheid dat de uitgeprocedeerde asielzoeker Mauro Manuel een studievisum krijgt, zoals het CDA wil, lijkt klein. Dat valt op te maken uit de regels van de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND). In de uitzonderingsgronden voor mbo'ers, zoals Mauro, staat dat een visum alleen afgegeven wordt als 'Nederland het meest aangewezen land' is om de betreffende mbo-opleiding te volgen.

"Dat betekent dat de ICT-opleiding die Mauro sinds september aan het ROC Eindhoven volgt, echt nergens anders moet bestaan", zegt Marije Hulsbosch, woordvoerder van de MBO-raad, de overkoepelende instantie voor alle mbo-opleidingen in Nederland.

De mentor van Mauro, die niet bij naam genoemd wil worden, geeft aan dat daarvan in zijn geval waarschijnlijk geen sprake is.

"Hoewel de combinatie van leren en werken en niveau 3 (een trede lager dan de oude mts, red.) bijzonder is, bestaat zoiets ook in Denemarken."

Volgens Hulsbosch geldt dat probleem niet voor typisch Nederlandse mbo-opleidingen, zoals die voor de land- en tuinbouwsector. Omdat er hier maar weinig van zulke unieke mbo-opleidingen zijn, is de groep leerlingen van buiten de Europese Unie die daarvoor in 2010 een studievisum kreeg klein. Vorig jaar betrof het volgens de IND vijftig tot zestig gevallen.

Voor het hbo of de universiteit geldt deze uitzonderingsgrond niet. De IND wil namelijk dat de afgestudeerde een 'positieve bijdrage' levert aan de ontwikkeling van het land van herkomst. En dat geldt vooral voor het hbo, de universiteit, of een unieke mbo-opleiding, zo vindt de IND.

Een overstap naar het hbo, waarvoor in 2010 enkele duizenden tijdelijke verblijfsvergunningen werden afgegeven, is niet mogelijk voor de 18-jarige Mauro. 'Zijn' niveau 3 biedt geen toegang tot het hbo en voor een toelatingsexamen moet hij 21 zijn. Andersom geldt overigens dat Mauro voor een succesvolle aanvraag moet aantonen dat hij zijn opleiding niet in Angola kan volgen.

Of er in het land in Zuidwest-Afrika inderdaad een vergelijkbare ICT-opleiding bestaat op mbo-niveau, kon de Internationale Diplomawaardering (IDW) gisteren niet zeggen. De dienst die voor vrijwel alle Nederlandse onderwijsinstellingen buitenlandse diploma's beoordeelt, boog zich in 2009 tien keer over een Angolees exemplaar. 'Een meerderheid' bleek volgens een woordvoerder wel degelijk vergelijkbaar met de Nederlandse tegenhanger.

Maar stel: Mauro's ICT-opleiding is uniek én bestaat niet in Angola; ook dan is de lijst met obstakels nog lang. Hoewel bronnen in Den Haag zinspeelden op de mogelijkheid dat Mauro zijn visumaanvraag in Nederland zou mogen afwachten, is de regel dat dat in het land van herkomst gebeurt. Normaal gesproken duurt dat minimaal drie maanden.

Daarnaast is voor de aanvraag een paspoort nodig, een document waarover Mauro niet zou beschikken. Het enige haalbare aan de kwestie lijkt de benodigde zak met geld. De Stichting voor Vluchteling-Studenten (UAF) meldde vrijdag een anonieme geldschieter gevonden te hebben.

Mocht er in termen van de IND 'een mouw aan te passen zijn', dan moet Mauro na zijn studie mogelijk alsnog terug naar Angola. De studie moet immers een 'positieve bijdrage' aan het land van herkomst bieden.

"Wij willen geen talenten uit zulke landen weghalen en hebben hier de kaartenbakken bovendien vol zitten", aldus een woordvoerder van de IND.

Deel dit artikel