Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ook polderimam moet bijklussen

Home

Mohamed Ajouaou, theoloog en schrijft een proefschrift over de islamitische geestelijke verzorging

Voor zijn religieuze werk in de moskee mag een imam geen loon ontvangen. Hij moet ook ondernemer zijn.

’Polderimams komen niet aan de bak’ kopte Trouw vorige week. Er wordt volop gespeculeerd waarom dit project niet de verwachte vruchten afwerpt. Twee hoofdredenen worden aangevoerd: gelovigen vinden de afgestudeerde polderimam te duur, en ze zouden geen vertrouwen hebben in de theologische koers van deze imams. Maar is dat zo?

Wat het eerste motief betreft, het klopt dat de meeste vaste moskeebezoekers armlastig zijn. Ze zijn vaak oud, hebben een klein pensioentje, moeten daarnaast verre familieleden onderhouden enzovoort. Koopkrachtige moslims, meestal van de tweede en derde generatie, bezoeken de moskee minder en staan vaak niet op de vaste lijst van donateurs.

Wanneer het inkomen van de vaste moskeebezoekers rond het minimumloon ligt, is het niet logisch dat de imam een hoger inkomen gaat genieten, redeneert men. Een imam die een salaris conform de academische titel ambieert, is dan aan het verkeerde adres. Ook moskeeën hanteren namelijk hun eigen Balkenende-norm.

Maar ook als het gemiddelde inkomen van de vaste moskeebezoekers omhoog schiet, is de vraag of de imam op een hoger honorarium mag rekenen. Hier speelt niet zozeer een economisch maar eerder een theologisch uitgangspunt. Al bij het ontstaan van het beroep imam hebben gezaghebbende historici en schriftgeleerden zoals al-Ghazali en al-Mawardi erop geattendeerd dat de moskee-imam voor zijn zuiver liturgische en andere geestelijke arbeid in de moskee geen ’loon’ behoort te ontvangen.

Voor zover een moskee-imam wel een honorarium ontvangt uit de staatskas in geval van staatsmoskeeën of rechtstreeks van de gemeenschap in geval van zelfstandige moskeeën, moet het honorarium beschouwd worden als een tegemoetkoming voor andere bijkomende bestuurlijke en beheerstaken, maar niet voor de zuiver religieuze taken. Dat zou namelijk zijn waardigheid en toewijding aan God aantasten.

Met andere woorden, de imam moet zijn ondernemerscapaciteiten aanspreken om bij te verdienen voor een hogere levenstandaard. Veel imams die dat wensen, ook vroeger, verkopen andere diensten om dit doel te bereiken, van handel tot makelaardij, gewone handarbeid en religieuze consultaties buiten de moskee. Maar over het algemeen geldt dat wie voor het ambt kiest, niet al te gericht is op de aardse beloningen maar voor soberheid kiest.

Daartegenover staat dat de imam op immateriële waardering mag rekenen. Hij geniet hoge sociale eer en daar doet hij het voor. In de imamopleidingen zijn deze elementen nog onvoldoende uitgewerkt en dat leidt tot teleurstellingen.

Overigens doet dit niets af aan de zeer hoge eisen die aan de moskee-imam worden gesteld met betrekking tot kennis, geestelijke gesteldheid en geschiktheid voor het ambt.

Met betrekking tot het veronderstelde wantrouwen van de gelovigen in de ’polderimam’ is het relevant de positie van gevestigde imams en gelovigen te begrijpen. Zo kan de aangeprezen polderimam ook overkomen als een beunhaas die de arbeidsmarkt met onvoldoende kwaliteit probeert in te dringen. Immers: de gevestigde moskee-imam heeft geen inbreng noch inspraak, noch direct noch indirect, in de wijze waarop de polderimam wordt opgeleid. Zo’n inbreng is gebruikelijk bij andere professies. En daar ligt kennelijk de basis van het wantrouwen.

Ook de gelovigen, de daadwerkelijke afnemers van de diensten van de imam, voelen zich niet of in onvoldoende mate gehoord als het gaat om de inrichting van de opleidingen tot polderimam.

Zijn de opleidingen islamitische theologie en de daaruit afgeleide imamopleidingen daarom mislukt? Geenszins. Ten eerste dienen deze opleidingen een veel breder doelstelling dan alleen het leveren van geestelijke ambtsdragers. Deze investering dient ook voor het opbouwen van de theologische expertise die past bij de Nederlandse islamitische gemeenschap en de samenleving als geheel. Ook dienen deze opleidingen voor het kweken van theologisch kader dat in de toekomst onder meer de imams kan opleiden.

Mohamed Ajouaou is theoloog en schrijft een proefschrift over de islamitische geestelijke verzorging.

Lees verder na de advertentie
Suikerfeest voor kinderen in de Amsterdamse Poldermoskee. (FOTO ANP)

Deel dit artikel