Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ook mijn doodgeboren dochter hoort erbij en heeft bestaansrecht

Home

ROOS SCHLIKKER en COLUMNIST EN SCHRIJVER

De tranen kwamen pas toen ik het polsbandje zag dat ze had gedragen in het ziekenhuis. De dagen daarvoor hadden in het teken van handelen gestaan. Nadat de woorden van de arts - 'triploïdie', 'chromosoomafwijking', 'niet verenigbaar met het leven' - tegen de wanden van de echokamer waren gekaatst, moesten mijn man en ik allerlei beslissingen te nemen.

We konden de zwangerschap voldragen, maar ons kind stond slechts pijn te wachten en zou maximaal een jaar leven. Dat wilden we niet. En dus nam ik enkele dagen later een pil die de bevalling op gang bracht.

Op 24 november 2008 werd ons eerste kind geboren. Twee dagen later begroeven we haar op Zorgvlied. Er vlogen halsbandparkieten over.

Lees verder na de advertentie

Plastic polsbandje

Toen ik bij thuiskomst de enveloppe van het ziekenhuis met het bevallingsverslag opende, viel het er uit. Dat plastic polsbandje. 'Liv. Dochter van mevrouw Schlikker en meneer Perrier.' Pas toen kon ik huilen.

Want daar stond het. Wij hadden een dochter gekregen. Een dode dochter weliswaar, maar ze was ons kind. Deze woorden gaven de erkenning dat we ouders waren geworden.

Zeven jaar en twee gezonde kinderen later, lees ik in de krant dat mijn dochter toch niet bestaat. Althans niet voor de wet. Natasja Geyteman is de petitie 'Ik wil ook in het BRP!' gestart. Deze moeder ontdekte dat haar doodgeboren dochter Jolie niet is bijgeschreven in de Basisregistratie Personen en dat dat voor alle doodgeboren kinderen geldt. Want de wet zegt: komt een kind dood ter wereld, dan wordt het geacht nooit te hebben bestaan.

Een pijnlijke zin die een nog pijnlijker praktijk oplevert. Want ouders die een kind kregen dat nooit heeft geademd, zijn wel degelijk ouders geworden. Stevo Akkerman beschreef in Letter & Geest van 21 mei de ervaring die zijn ouders hiermee hebben.

Er ligt een lijfje op het kerkhof, wellicht koesteren ze foto's, een pluk haar, een voetafdrukje. Allemaal tekenen dat hun kind en hiermee hun geschiedenis echt bestaat. Dat míjn geschiedenis echt bestaat. Maar kom ik bij de burgerlijke stand voor een nieuw paspoort, dan zegt een montere ambtenaar: "Ik zie dat u twee kinderen heeft." Nou nee, ik baarde er drie. Eentje mocht alleen niet blijven.

Ik sloot me bij Natasja en andere betrokkenen aan en inmiddels hebben ruim 82.000 mensen de petitie getekend. We mochten op gesprek komen bij minister Plasterk. Hij toonde begrip, maar zegde slechts toe dat hij zich zou beraden of de hij de wet wilde wijzigen. Hij keek er moeilijk bij, alsof zo'n verandering zeer complex is.

Eén ademteug

Maar dat is natuurlijk een beetje mal. Overleden kinderen worden al lang bijgeschreven in het BRP. Zodra een baby één ademteug buiten de baarmoeder heeft genomen, heeft het volgens de wet bestaan. Waarom zou dat niet gelden voor kinderen die vlak daarvoor het leven lieten? Baby's met rondje billen, met nageltjes, met hersens, met ogen in de kleur van hun vader of moeder. Waarom hebben die geen plek?

Een buitenstaander zal zich wellicht afvragen wat zo'n papiertje ertoe doet. Maar ook overleden kinderen maken deel uit van een gezin en verdienen derhalve registratie (mits ouders daar behoefte aan hebben). Erkenning mag niet alleen komen van een doorgeknipt plastic polsbandje uit het ziekenhuis.

Ooit vroeg iemand me: "Dus Liv is de dochter die je nooit hebt gekregen?" Ik schudde mijn hoofd.

Liv is de dochter die ik wél heb gekregen, zij kreeg alleen het leven niet. Maar bestaansrecht heeft ze wel.

Deel dit artikel