Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ook een beetje gif nekt de bij

Home

Rob Buiter

Landbouwgif heeft wel degelijk grote invloed op bijen en hommels, laat vandaag gepubliceerd onderzoek in Science zien. Ze groeien minder hard en produceren minder koninginnen.

Hommels en bijen die heel even aan een lage dosis landbouwgif zijn blootgesteld hebben daar flink last van. Dat blijkt uit twee onderzoeken die vandaag verschijnen in het wetenschappelijke tijdschrift Science. "Dit is belangrijk onderzoek dat een brug slaat tussen proeven in het laboratorium en in het veld", zegt de Wageningse bijenonderzoeker Tjeerd Blacquière.

In het ene experiment kregen volken met hommels twee weken lang stuifmeel te eten met daarin een klein beetje van het landbouwgif imidacloprid. Eenzelfde aantal volken kreeg schoon stuifmeel te eten. Vervolgens werden de volken onder normale, natuurlijke omstandigheden in het veld gezet. Na zes weken in het veld waren de 'gif-volken' twaalf procent minder gegroeid dan de schone volken. Bovendien produceerden de volken die aan het gif waren blootgesteld tot 85 procent minder koninginnen.

Bij hommels overwinteren de koninginnen in hun eentje. Het aantal koninginnen dat uitvliegt, bepaalt dan ook hoeveel nieuwe volken het komende seizoen kunnen worden geproduceerd. "Dit onderzoek laat dus zien dat het aantal hommels onder invloed van imidacloprid drastisch achteruit kan gaan", zegt Dave Goulson van de Universiteit van Stirling, een van de auteurs van het artikel in Science.

Voor het tweede artikel rustten Mickaël Henry en collega's van het Franse Instituut voor Agrarisch Onderzoek INRA honingbijen uit met een minuscule chip op hun rug. Daarmee konden zij automatisch hun komen en gaan bij de kast registreren. Een deel van die gechipte bijen stelden zij kortdurend bloot aan een lage, niet-dodelijke dosis van het gif thiamethoxam. Net als imidacloprid is dat een zogenoemd neonicotine: een synthetisch landbouwgif dat lijkt op de nicotine die tabaksplanten bij wijze van 'natuurlijk insecticide' in hun bladeren maken. Van de met gif behandelde bijen keerden twee tot drie keer zoveel werksters niet terug naar de kast. Henry concludeert in Science dan ook dat het gif de oriëntatie van de bijen meetbaar aantast.

Eerder deze maand publiceerde Tjeerd Blacquière samen met collega's een wetenschappelijk literatuuroverzicht, waarin zij concluderen dat er nog geen hard bewijs is voor een rol van neonicotinen en andere gifstoffen in de massale sterfte en de achteruitgang van bijen. "Dit nieuwe onderzoek uit Science werpt daar zeker een nieuw licht op", zegt Blacquière. "Vooral het onderzoek met de hommels laat zien dat een lage gifdosis, om en nabij een dosis zoals je die ook onder normale omstandigheden op een akker kunt tegenkomen, een meetbaar effect heeft op hommels.

"De gechipte bijen kregen in één keer een gifdosis binnen die de dieren onder normale omstandigheden pas na tien keer op en neer vliegen naar een akker voor hun kiezen zouden krijgen. Maar in het algemeen zijn dit allebei studies die bevindingen in het laboratorium verbinden met veldonderzoek. Tot nu toe was er eigenlijk alleen laboratoriumonderzoek gedaan, meestal met hogere gifdoses dan je in het veld vindt. Dat liet een groot effect zien van landbouwgif op bijen. Veel veldonderzoek liet juist géén effect zien."

Toch zijn ook de twee artikelen in Science volgens Blacquière nog geen reden om de neonicotinen nu meteen in de ban te doen. "Net als in ons literatuuronderzoek van eerder deze maand zeg ik ook nu nog dat je met goed onderzoek, zoals dit, een verdere brug moet slaan tussen theorie en praktijk. De hommels en bijen uit deze proef hadden bijvoorbeeld geen vrije keus in hun voedsel. Is het misschien zo dat deze insecten in het wild, als ze wél een vrije keus hebben, automatisch niet-vergiftigde bloemen opzoeken? Of wordt de kans op problemen in de praktijk domweg kleiner omdat de meeste van de beschikbare bloemen niet giftig zijn?"

Op de vraag of je dat soort onderzoek niet zou moeten doen vóórdat een middel op de markt wordt gebracht, zegt Blacquière: "Voor het dossier dat een fabrikant moet indienen voor toelating van een middel wordt al veel, zij het vertrouwelijk, onderzoek gedaan. Maar het college dat over de toelating van die middelen beslist, het CTGB, heeft altijd de mogelijkheid om een middel te herbeoordelen op basis van nieuw onderzoek. Dit soort onderzoek naar hele lage doses zou daar een aanleiding toe kunnen zijn. En er is natuurlijk altijd ruimte voor voortschrijdend inzicht."



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie