Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ook de Veluwe is nu een zendingsgebied

Home

INTERVIEW | WILFRED VAN DE POLL

Of de kerk vol zit, doet er niet toe, zegt Herman Paul. Vanaf volgende maand is hij bijzonder hoogleraar secularisatiestudies. 'Ik droom van kleine groepen toegewijde mensen die eerlijk naar elkaars gedrag kijken.'

Ja, het onderwerp kwam vaak ter sprake in de hervormde kerk van zijn jeugd. Maar erg genuanceerd gebeurde dat niet, herinnert historicus Herman Paul (34) zich. "Er werden angstaanjagende beelden geschetst. Secularisatie, dat was een monster dat zijn duizenden versloeg. Een grote donkere wolk die over het land dreef, een storm die zich onheilspellend samenpakte." In sommige orthodox-protestantse kringen hoort hij die metaforen nog steeds. "Het zijn veelzeggende beelden, ze schilderen secularisering af als iets dat ons van buitenaf bedreigt."

Vanaf volgende maand gaat Paul zich als bijzonder hoogleraar bezighouden met 'secularisatiestudies' aan de Rijksuniversiteit Groningen. De leerstoel is ingesteld door de Inwendige Zendingsbond (IZB) en de Gereformeerde Zendingsbond (GZB), twee missionaire stichtingen uit de behoudende flank van de protestantse kerken in Nederland. Paul: "Zij hebben deze leerstoel in het leven geroepen vanuit een zekere verlegenheid met het onderwerp. Vanuit de vraag: hebben we wel in de gaten wat er gebeurt? Er is natuurlijk de nodige bezinning geweest, maar tot voor kort dachten veel mensen in orthodoxe hoek toch nog steeds: secularisatie, dat is een probleem van de grote stad. Daar hebben mensen in Amsterdam last van. Hier op de Veluwe of in Zeeland gaat het zo hard niet."

De storm pakte zich samen, maar had hen nog niet bereikt.
"Precies. Die tijd is voorbij: ook in de kleinste Veluwse dorpjes haakt de jeugd nu af en laat de moderne tijd zich voelen. Maar die hele manier van spreken in termen van een 'monster' of 'storm' is natuurlijk ontoereikend en misleidend. Het verraderlijke van die beelden is namelijk dat ze niet alleen een scheiding suggereren tussen 'daar' en 'hier', maar ook tussen 'wij' in de kerk en 'zij' die op zondag naar het strand gaan. Dat is veel te makkelijk. Binnen de kerk zijn we net zo goed ontzettend aan het seculariseren."

Hoe dan?
"Laat ik het heel concreet maken. Onze cultuur praat ons van alles aan, bijvoorbeeld dat we carrière moeten maken. Je bent wat je doet, en als je werkloos bent, ben je opeens niemand meer. Een heel krachtig verhaal, dat appelleert aan een verlangen naar succes en status. Ook mij spreekt het aan, meer dan me lief is. Want het staat ver af van de christelijke notie dat je door God bent geschapen en tot zijn eer moet leven. Je kunt op zondag twee keer in de kerk zitten maar ondertussen helemaal gepreoccupeerd zijn met je mooie carrière. En daarmee dus even 'seculier' zijn als de mensen buiten de kerk, op een heel existentieel niveau: onze dromen, drijfveren en ambities. Ik noem dat de secularisering van onze verlangens."

Uw leerstoel wordt gefinancierd door twee zendingsorganisaties. Ziet u zichzelf ook als een zendeling?
"Beslist. Zoals iedere christen dat zou moeten zijn."

Kunt u wel neutraal academisch onderzoek doen als u zo betrokken bent bij uw onderwerp?
"Nou, neutraal ben ik niet, dat klopt. De leerstoel is ook nadrukkelijk bedoeld om de kerk te helpen na te denken over secularisatie."

Een binnenkerkelijke aangelegenheid dus. Aan een openbare universiteit. Botst dat niet?
"De faculteit Godgeleerdheid in Groningen voelt sterk de behoefte om theologie niet te laten loszingen van de kerk. De strikte scheiding tussen kerk en academie leidt tot heel steriele theologie, en uiteindelijk vaak tot de opheffing ervan. De faculteit wil een brug slaan tussen de academie en de kerk."

Waarop richt uw onderzoek zich?
"Ik wil onderzoeken hoe er in de afgelopen eeuw over secularisatie is nagedacht binnen de kerk en welke rol sociologisch onderzoek daarbij speelde. Nederlandse kerken richtten na de Tweede Wereldoorlog hun eigen sociologische instituten op, vanuit het idee: we moeten de samenleving begrijpen, anders gaat het mis met ons. Zo kregen sociologen ontzettend veel invloed in het definiëren van de opdracht van de kerk. Dat stemt tot nadenken.

"Veel theologen baseerden zich op sociologische theorieën, zonder die kritisch te bevragen. Ze namen ze vaak klakkeloos over. Om een voorbeeld te geven. In het Duitsland van na de Eerste Wereldoorlog heerste er onder hoogopgeleide, gecultiveerde burgers een buitengewoon somber beeld over de samenleving. Men sprak over de 'massamens', de 'eendimensionale mens', sociologen schreven pessimistische studies over het einde van de beschaving. En wat er dan tot mijn verbazing gebeurt, is dat theologen en missiologen dat nogal ongenuanceerde verhaal één-op-één overnemen. In Nederland deed bijvoorbeeld de hervormde theoloog Hans Hoekendijk dat. Die ging dat helemaal uitventen: 'Willen wij als kerk nog toekomst hebben in deze barbaarse tijden, ja, dan zal echt alles anders moeten!'"

Is die invloed nog steeds zo groot?
"Ja. Dat merk je bijvoorbeeld in de aandacht voor statistieken. Kerken meten hun bestaansrecht vaak af aan de grootte van hun kaartenbak. Nog steeds laten ze zich leiden door clichébeelden die in de sociologie allang als achterhaald worden beschouwd, maar zich wel in het denken van veel mensen in de kerk hebben genesteld. Bijvoorbeeld het idee dat 'het front' zich in de steden bevindt, en dat het platteland erachteraan hobbelt. Dat idee werd geboren tijdens de industriële revolutie. De moderne fabriekssteden waren het nieuwe Babel, frontlinie van de verloedering. Dat beeld maakt de stad te zwart en plaatst het platteland in een te gunstig daglicht. Maar het heeft in de kerk nog steeds invloed. Gelukkig is dat aan het kantelen. Tot voor kort werkte de IZB alleen in de grote steden, daar lag immers het 'zendingsveld'. Sinds een paar jaar benoemt de stichting ook zendelingen in de dorpen."

Wat moeten protestantse kerken doen om te overleven in deze seculiere tijden?
"We moeten niet proberen ons zoveel mogelijk aan te passen aan de moderne tijd. Dat is in de jaren zestig geprobeerd en ontzettend mislukt. Het soort kerken waar ik van droom zijn kleine groepen van toegewijde mensen die elkaar, als het nodig is, het vuur na aan de schenen leggen en eerlijk naar elkaars gedrag kijken: wat voor levens leiden wij nu eigenlijk?

Of kerken vol zitten is uiteindelijk niet zo belangrijk. Statistieken zeggen niet alles. Er wordt aan die cijfers vaak zo'n massief verhaal gekoppeld: zie je hoe de statistieken bergafwaarts gaan, nou, dan zou het over twintig jaar wel eens gebeurd kunnen zijn! Daar geloof ik dus niet in. Naast kwantitatieve afname zie ik kwalitatieve groei. De mensen die overblijven in de kerk zijn toegewijd en betrokken. We moeten onze post-christelijke, seculiere omgeving aanvaarden als de plek waar God ons geplaatst heeft. Onze opdracht als kerk is om in die context getuige te zijn van God."

Dat klinkt wel een beetje vroom.
"Ik bedoel: het is zoals het is, ik vind secularisering niet alleen slecht. In Leiden liep ik laatst langs een gebouw uit de jaren twintig. Op de gevel stond: 'Chr. Jongelingsvereeniging Pred. 1:12a'. Dat kon toen nog. Iedereen wist wat daar stond, in Prediker 1:12a. Ik vroeg me af of ik in die tijd had willen leven. Mijn antwoord was 'nee'. Die stampvolle kerken heb ik nooit gekend. Op nostalgie zul je mij niet betrappen."

Wie is Herman Paul?
Herman Paul publiceerde dit jaar het boek 'Oefenplaatsen: tegendraadse theologen over kerk en ethiek', samen met predikant Bart Wallet. Met hem bracht hij in 2010 ook het boek 'Een robuuste kerk: christelijke ethiek voor een postchristelijke samenleving' uit, over de Amerikaanse theoloog Stanley Hauerwass, die vindt dat de kerk een tegencultuur moet zijn. Naast zijn hoogleraarschap in Groningen blijft Paul verbonden als historicus aan de Universiteit van Leiden.

Deel dit artikel