Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ontworteld en dolend. De moderne mens volgens Franz Kafka.

Home

door Rob Schouten

Er is vrijwel geen schrijver uit de vorige eeuw die niet is beïnvloed door Kafka. Met zijn hopeloze sprookjes heeft hij de cultuur na hem veranderd. ’Het proces’,

Het werk van Franz Kafka (1883-1924) is op een zeldzame manier spreekwoordelijk geworden. Ook als je het niet gelezen hebt voel je er iets bij, vanwege de aan zijn werk ontleende bijvoeglijke naamwoorden ‘kafkaësk’ en ‘kafkaiaans’ die iets als sinister, onheilspellend, nachtmerrieachtig betekenen.

Franz Kafka, van Tsjechisch-Joodse afkomst en schrijvend in het Duits, liet een oeuvre achter dat, vooral na de Tweede Wereldoorlog, het symbool zou worden voor de ontwortelde mens in de moderne tijd. Geplaagd door existentiële angst, levenspijn en onvervulde dromen, wanhopig op zoek naar het Absolute, God of wat dan ook, strandt hij steeds opnieuw in de onpersoonlijke en bureaucratische tentakels van de maatschappij.

Uiteindelijk is het natuurlijk Kafka’s werk dat het gevoel van onmacht in kaart brengt, maar zijn leven, waaruit die gevoelens voortkwamen, loog er ook niet om. Hij is zo’n beetje de belichaming geworden van een zwart noodlotsgevoel dat direct na hem, vooral in de tijd van het nazisme, de Tweede Wereldoorlog en de daarop volgende Koude Oorlog, de culturele stemming zou bepalen.

Zelf was hij als ambitieus jurist werkzaam bij een verzekeringskantoor in Praag, maar wist hij toch niet goed hoe hij moest leven. In emotioneel opzicht heeft hij zich nooit helemaal kunnen onttrekken aan de invloed van zijn overheersende, materialistische vader, aan wie hij de beroemde, onverstuurde ‘Brief aan mijn vader’ schreef, het oervoorbeeld van zulke afrekeningsdocumenten. Ondanks tal van affaires en zelfs verlovingen trouwde hij nooit. Zijn boeken schreef hij in de avonduren na zijn werk; bij testament bepaalde hij dat zijn ongepubliceerde werk, waaronder de grote romans ’Het proces’, ’Het slot’ en ’Amerika’, na zijn dood verbrand moest worden. Hij stierf, nog geen veertig jaar oud, aan tuberculose.

Zijn literaire werk, verhalen, romans, af en onaf, werd tegen zijn zin door zijn vriend Max Brod bewaard en gepubliceerd en wordt gerekend tot de meest fundamentele werken van de wereldliteratuur. Dat komt niet alleen doordat Kafka de akeligste nachtmerries en levensangsten van de mens onder woorden brengt, maar vooral ook omdat hij het op zo’n precieze en heldere manier doet. Hij beschrijft bijvoorbeeld hoe mensen opeens van uiterlijk zijn veranderd (in misschien wel zijn beroemdste verhaal ’De gedaanteverandering’), hoe ze hun weg proberen te vinden in een onontwarbaar labyrint (Het slot) of hoe ze om onduidelijke redenen worden getreiterd en gemaltraiteerd door de overheid en de bureaucratie (Het proces), allemaal onthutsende ervaringen, maar in zijn stijl laat hij zich nooit door emoties meeslepen. Zijn hoofdpersonen proberen het hoofd koel te houden, objectief en redelijk te blijven en te overleven; juist dat maakt ze in wezen diep-tragisch. Ze geloven in een goede afloop die niet komt.

Het proces, uit 1925, is Kafka’s meest nachtmerrie-achtige roman, met als min of meer toevallige bijkomstigheid dat het boek niet helemaal af is. ‘Iemand moest Josef K. belasterd hebben, want zonder dat hij iets kwaads had gedaan, werd hij op een morgen geearresteerd.’ Zo begint het verhaal en het eindigt ermee dat Josef K. op een nacht in een steengroeve wordt geëxecuteerd. Zomaar, zonder dat ooit iets duidelijk wordt van de aard van de beschuldigingen, het waarom van zijn arrestatie en de identiteit van de opdrachtgever.

Dat het in wezen om de weergave van een heuse nachtmerrie gaat, merk je aan alles. Ondanks de schijn van redelijkheid die iedereen tracht te bewaren, Josef K. zelf, zijn bewakers en beulen en ook zijn huiselijke omgeving, zijn de gebeurtenissen voortdurend ongerijmd. Na zijn arrestatie mag hij bijvoorbeeld weer gewoon verder werken. Zo nu en dan moet hij zich melden bij een soort tribunaal dat in een arme volkswijk op een vliering huist. Regelmatig loopt hij tegen mensen op die hem steun willen geven bij zijn proces maar waar hij uiteindelijk niks mee opschiet.

Ook vrouwen spelen bij voortduring een rol, zijn buurvrouw, de echtgenote van de griffie-bode, de assistente van zijn advocaat, het zijn allemaal sirenes op wie hij valt of die hem iets verleidelijks toefluisteren maar die hem niet kunnen redden. Steeds duiken er nieuwe personages op of lokalen die hij eerder niet heeft opgemerkt. Misschien zijn de meest karakteristieke regels wel zulke als: ‘Nu pas merkte K., dat de kamer, waarin onlangs alleen een wasteil had gestaan, nu opeens een volledig ingerichte woonkamer vormde’ of ‘Nu pas zag K. het deurtje in de muur’.

Ook de gebeurtenissen zelf herinneren aan droombeelden, hoewel ze (overigens ook net als in dromen) volkomen realistisch worden voorgesteld: de onduidelijke vergaderingen waar K. zich moet melden, de uitspraken van iedereen die hem beurtelings moed geven, dan weer doen vermoeden dat hij slachtoffer is van een ondoordringbaar complot, de vreemde bedompte kamertjes waar hij steeds in terechtkomt. En op het eind, na het schijnbaar eindeloos gerekte proces dat maar niet opschiet, vindt er opeens een tempoversnelling plaats en worden er met K. korte metten gemaakt.

Hoe benauwend ’Het proces’ ook van zichzelf is, je kunt het niet helemaal beoordelen zonder Kafka’s invloed op de literatuur erbij te betrekken. Er is vrijwel geen schrijver die niet iets van zijn invloed heeft gevoeld, of het nu Borges is of Jean-Paul Sartre. Kafka heeft met zijn hopeloze sprookjes de cultuur na hem veranderd. Dat het ook werkelijk fout zou lopen heeft het effect van zijn werk natuurlijk nog versterkt.

Voor hemzelf fungeerde het schrijven vooral als een vormgeving van zijn eigen innerlijke conflicten; de onderdrukkende vader onder wie hij niet wist uit te komen, de werkomgeving die hem trachtte te frustreren, zijn vergeefse poging om met een vrouw een gewoon burgerlijk bestaan op te bouwen, je komt het op een geobjectiveerde manier allemaal in ’Het proces’ tegen.

De vraag is overigens of je deze boeken wel zo donker en nachtmerrie-achtig moet lezen als wij inmiddels doen. Max Brod vertelt dat Kafka zijn werk graag aan vrienden voorlas en dat er daarbij vaak uitbundig gelachen werd. Het existentieel tekort, dat in de loop der jaren tot de vaste inboedel van de 20ste eeuw is gaan behoren, had voor die eerste luisteraars in de jaren twintig ook nog iets absurds. Het is goed dat te bedenken: misschien heeft Kafka wel niet voorzien dat het lachen ons zou vergaan.

Deel dit artikel