Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ontwikkelingsbank leent via belastingparadijs Mauritius

Home

Jan Kleinnijenhuis en Karlijn Kuijper en Martijn Roessingh

© Brechtje Rood
Paradise Papers

De Nederlandse ontwikkelingsbank FMO probeert met leningen en investeringen economische groei te bevorderen in ontwikkelingslanden. Maar dat geld stroomt geregeld door belastingparadijzen.

Dit is een mijlpaal, zei Huub Cornelissen in 2014 toen de ontwikkelingsbank 40 miljoen dollar beschikbaar stelde voor de bouw van een grote energiecentrale in Nigeria. De toenmalige energie-directeur van de Nederlandse Financierings Maatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO) was niet voor niets enthousiast. De bouw van deze centrale, die draait op een gasturbine die 450 MW elektriciteit kan opwekken en die volgend jaar moet zijn voltooid, kan een stevige impuls geven aan de elektriciteitsvoorziening in Nigeria.

Lees verder na de advertentie
Private bedrijven zouden beter in staat zijn om het enorme elek­tri­ci­teits­te­kort op te lossen, was het idee

En dat is nodig ook, want de energiemarkt in het Afrikaanse land rammelt. De helft van de 98 miljoen Nigerianen heeft geen toegang tot elektriciteit, terwijl het land vol zit met olie – het exporteert jaarlijks voor 38 miljard dollar. De overheid investeerde jarenlang te weinig in de elektriciteitssector en het geld dát er was verdween volgens de Nigeriaanse non-gouvernementele organisatie (ngo) Serap geregeld in de zakken van corrupte ambtenaren. Alle reden dus voor toenmalig president Goodluck Jonathan om vanaf 2013 de energiemarkt te privatiseren, in samenwerking met de Wereldbank. Private bedrijven zouden beter in staat zijn om het enorme elektriciteitstekort op te lossen, was het idee.

Azura Power, de centrale in Benin City in de Nigeriaanse deelstaat Edo, was een van de eerste projecten die na de privatisering van start gingen. Kort daarvoor was het bedrijf opgericht door een fonds van drie investeerders die in Nigeria werkzaam waren als consultant en bankier. Slechts een van hen had ervaring in de energiesector. Gegevens over de onderneming duiken op in de Paradise Papers, de gelekte database met bestanden van onder meer advocatenkantoor Appleby.

Met als een van de financiers van het project dus FMO. De bank is in 1970 opgericht om met investeringen in private bedrijven bij te dragen aan economische ontwikkeling in arme landen en is voor 51 procent in handen van de Nederlandse staat. Daarnaast stelt het ministerie van buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking bijna 700 miljoen euro beschikbaar aan FMO voor de financiering van projecten.

Jaarlijks zet FMO 2,5 miljard aan nieuwe leningen uit om projecten te financieren die anders moeilijk van de grond zouden komen. Zo investeert de bank in 87 landen, met als missie, zoals de site het samenvat, ‘ondernemers te versterken bij het bouwen van een betere wereld’. In dit geval de ondernemers van Azura Power. IFC, de investeringstak van de Wereldbank, leende 80 miljoen dollar aan dit nieuwe bedrijf. FMO verstrekte nog eens 40 miljoen dollar en zorgde er samen met IFC voor dat commerciële partijen 177,5 miljoen dollar meefinancierden.

Uit de Paradise Papers blijkt dat bij de opzet van het bedrijf belastingplanning een belangrijke rol speelt. Azura Power heeft hoe dan ook enkele jaren belastingvrijstelling en kan daarna via drie bedrijven op Mauritius – een eiland zo’n 1800 kilometer oostelijk van het Afrikaanse vasteland dat bekend staat als belastingparadijs – de winst voor een belangrijk deel het land uit laten stromen. Het Mauritiaanse bedrijf dat direct eigenaar is van de onderneming in Nigeria betaalt volgens het jaarverslag slechts 3 procent belasting.

Martin Hearson, die aan de London School of Economics onderzoek doet naar belastingheffing in ontwikkelingslanden, stelt dat Azura Power dankzij deze structuur verschillende soorten belasting kan ontwijken, zoals toekomstige winst- en dividendbelasting. De eigenaren zelf kunnen inkomstenbelasting ontwijken. “Rente en management fees kunnen worden afgetrokken van de winst in Nigeria. In Mauritius worden deze inkomsten bijna niet belast. Zo kan de belasting significant verlaagd worden.”

Waarom Mauritius?

Volgens Azura Power is het standaardpraktijk om elektriciteitsprojecten via offshore entiteiten te financieren. “Mauritius en Nederland worden daar het meest voor gebruikt. Wij kozen voor Mauritius, omdat dat vanuit belastingoogpunt het meest efficiënt is. Op deze manier kan het project tegen lagere kosten worden gerealiseerd”, laat de topman David Ladipo weten. “Alle betrokken partijen, waaronder FMO, verwachtten en eisten dat wij onze operationele kosten zo laag mogelijk hielden. Een efficiënte maar legale manier van ‘belastingplanning’ hoorde daarbij”, zegt Ladipo.

Dat ligt toch net iets anders, zegt FMO in een reactie. Een efficiënte belastingstructuur was geen voorwaarde voor financiering, maar FMO zegt er wel aan te hechten dat de operationele kosten zo laag mogelijk blijven, zodat de eindgebruiker minder betaalt voor z’n energie. Daardoor blijft uiteindelijk de prijs van de elektriciteit laag voor de eindgebruiker, de Nigeriaanse consument.

De ontwikkelingsbank financierde zowel het Nigeriaanse bedrijf als het moederbedrijf op Mauritius. Volgens FMO is de “respectabele juridische infrastructuur die Mauritius biedt” de belangrijkste reden om de lening via Mauritius te verstrekken. “In een project met verschillende financiers, zoals in dit geval, wordt vaak gekozen voor een stabiele jurisdictie zoals Mauritius.” Een juridische stabiliteit die in Nigeria ontbreekt.

George Turner, onderzoeker bij de Britse ngo Tax Justice, heeft twijfels bij die uitleg. “Ik begrijp niet waarom je voor rechtszekerheid een belastingparadijs nodig hebt”, zegt hij na vragen van de Süddeutsche Zeitung, die samen met onder meer Trouw de investeringen in Azura Power onderzocht. “Waarom kan men niet gewoon een fonds in het Verenigd Koninkrijk of Duitsland opzetten?”

En waar zit het management?

Een veelgebruikte manier om winsten af te romen is om aan een bedrijf in een belastingparadijs betalingen te doen onder het mom van management fees. In de administratie van Appleby zit zo’n managementcontract, dat laat zien dat het Nigeriaanse Azura Power managementdiensten inhuurt via Mauritius. Het Nigeriaanse bedrijf betaalt daarvoor maandelijks een vergoeding aan het bedrijf op Mauritius, bij elkaar komt het neer op drie miljoen dollar in drie jaar.

Maar het management zit helemaal niet in Mauritius, blijkt wanneer Süddeutsche Zeitung naar het adres van het bedrijf gaat. Daar treft de Duitse krant een trustkantoor. Praveen Beeharry, directeur van het trustkantoor zegt: “Azura is hier geregistreerd, wij beheren het bedrijf, we zijn een soort back-office. De bedrijfsvoering, de planning en het onderhoud van de elektriciteitscentrale worden vanuit het Verenigd Koninkrijk gedaan.”

Topman Ladipo van Azura Power stelt in een reactie dat het Mauritiaanse bedrijf “een waardevolle groep specialisten heeft waar het Nigeriaanse bedrijf graag gebruik van maakt.” FMO gaat vanwege de “vertrouwelijkheidsrelatie” niet in op specifieke vragen over dit managementcontract.

Wel zegt FMO dat het bij zulke managementcontracten of bij andere financiële transacties binnen bedrijven een rapport verwacht dat de kosten onderbouwt. Maar een volledige controle is dat niet, bevestigt FMO. “We zijn er namelijk niet om de rol van belastingautoriteiten over te nemen”, zegt Yvonne Bol, die bij FMO werkt als manager belastingen, over de aanpak van FMO bij dit soort dilemma’s. “We willen dat de gegevens beschikbaar zijn, en dan is het aan de fiscus in het betreffende land om er iets mee te doen. Het staat Nigeria vrij alle cash flows naar Mauritius naar eigen inzichten te belasten.” FMO zegt erop toe te zien dat er slechts realistische zakelijke prijzen worden betaald aan de entiteiten op Mauritius (om bijvoorbeeld te voorkomen dat managementbetalingen worden misbruikt om winst af te romen). Hier, stelt FMO, zijn geen ‘oneigenlijke fees’ betaald.

Bij wie komt de winst uiteindelijk terecht?

Uit de documenten van Appleby blijkt dat het bedrijf uiteindelijk in handen is van twee trusts. Dit zijn entiteiten die vaak gebruikt worden om de echte aandeelhouders te verhullen. Francis Weyzig, die promoveerde op belastingontwijking en momenteel werkt voor ontwikkelingsorganisatie Oxfam Novib, vindt de trusts ‘verdacht’. “Het gebruik van een trust in deze structuur is onlogisch. Als de aandeelhouders anonimiteit willen, dan kan dat prima op een andere manier. Ik vermoed dat de eigenaren met deze trusts vermogensheffing kunnen ontwijken of belangenconflicten kunnen verhullen. FMO moet daar bedacht op zijn.”

Volgens FMO is het gebruik van trusts heel gebruikelijk in veel delen van de wereld en is fiscaliteit vaak juist niet de hoofdreden om ze op te zetten, maar bijvoorbeeld wel bescherming van eigendommen. Bovendien, zo stelt FMO, is het niet haar verantwoordelijkheid om te onderzoeken of aandeelhouders belasting ontwijken. FMO kijkt alleen naar wat alle betalingen betekenen voor de uiteindelijke belasting die het bedrijf Azura Power zelf moet afdragen. Topman David Ladipo van Azura Power laat in een reactie weten dat er veel goede redenen zijn om trusts op te zetten. “Belastingefficiëntie is er daar een van. Vermogensplanning is een andere.”

Heeft FMO hier vaker mee te maken?

Uit de Paradise Papers, maar ook uit de eerder gelekte Panama Papers, komen meerdere zaken naar voren waarbij FMO investeert in structuren die via belastingparadijzen lopen. Zo verstrekte de ontwikkelingsbank in 2008 mede een lening van 90 miljoen dollar aan het Argentijnse bosbouwbedrijf Celulosa, bleek uit de Panama Papers. Dat bedrijf is in handen van twee vennootschappen, op de Bahama’s en in de Amerikaanse staat Delaware, beide bekende belastingparadijzen. De financiering door FMO was opmerkelijk: achter de vennootschappen in de belastingparadijzen zit een van de rijkste mannen van Uruguay, en een oud-minister van economische zaken van hetzelfde land.

Een jaar later, in 2009, deed FMO een vastgoedinvestering via het bedrijf Peninsula Investments Group, gevestigd op de Bahama’s. Grootaandeelhouder daarvan is Corinna von Schönau-Riedweg, de schatrijke erfgename van een groot deel van het Zwitserse farmaciebedrijf Novartis. Een andere rijke aandeelhouder is Harald Joachim von der Goltz. Hij kwam in opspraak vanwege de Panama Papers, toen bleek dat hij zeker 70 miljoen dollar in belastingparadijzen had weggezet.

Uit de Paradise Papers blijkt nu, naast de zaak rond Azura Power, dat FMO in 2012 investeerde in New Forests Tropical Asia Forest Fund L.P. op de Kaaimaneilanden. In 2015 investeerde de bank in een bedrijf dat telefoonmasten bouwt in Tsjaad, maar in handen is van een Mauritiaans bedrijf.

Is dit een probleem voor FMO?

FMO stelt dat het nauwelijks te voorkomen is om via belastingparadijzen te investeren of financieren, omdat FMO vaak samenwerkt met andere financiers en met partijen met een internationale bedrijfsstructuur waarvan onderdelen in een belastingparadijs zitten. Wel kijkt FMO bij een investering of financiering in toenemende mate hoe zo’n groepsstructuur in elkaar zit. Wanneer een bedrijf daarover onvoldoende inzicht geeft zal de deal niet doorgaan. Dat is in het verleden verschillende keren gebeurd.

Volgens de ontwikkelingsbank wordt het thema ‘belastingen’ de laatste jaren steeds belangrijker bij de beoordeling van een eventuele financiering. “Sinds een jaar of zeven zijn we er intensief mee bezig”, zegt manager belastingen Yvonne Bol. “Het uitgangspunt is dat we niet willen meewerken aan winstverschuiving door bedrijven naar belastingparadijzen.”

In de praktijk is het de vraag of dat altijd zo uitpakt, geeft Bol toe. “We hebben meerdere doelstellingen voor onze financieringen. Als alles voor ons klopt, op het gebied van economische ontwikkeling en maatschappelijk verantwoord ondernemen, en als het bijdraagt aan vermindering van de armoede, moet je een deal dan laten afketsen op de fiscale structuur, die ook nog eens volkomen legaal is?”

Wanneer een bedrijf zich niet houdt aan belastingafspraken die binnen de Oeso zijn gemaakt, zal FMO een investering weigeren. Maar dit is nog nooit gebeurd, laat FMO weten. Wel heeft één bedrijf zijn belastingstructuur na vragen van FMO aangepast. FMO vraagt bij alle bedrijven inzicht in transacties, maar stelt dat het uiteindelijk aan de lokale belastingautoriteiten is om in te schatten wat een juiste winstberekening is.

“We kunnen meer betekenen door in discussie te gaan met klanten dan meteen de lening terug te trekken. Als wij geen financiering verstrekken betekent het ook vaak geen economische ontwikkeling in de betreffende landen”, aldus FMO. 

De afgelopen dagen publiceerde Trouw meerdere onthullingen uit de Paradise Papers. Lees alle onthullingen in ons dossier. 



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
Private bedrijven zouden beter in staat zijn om het enorme elek­tri­ci­teits­te­kort op te lossen, was het idee