Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ongewenste waarheid over slaven

Home

INTERVIEW MEINDERT VAN DER KAAIJ

Koning Willem-Alexander zou excuses moeten maken voor de oude slavenhandel. Net als Afrikaanse en Arabische leiders en koningen.

Bij elke lezing en elk college merkt Bert Paasman dat zich in de zaal een scheiding voltrekt tussen nakomelingen van daders en slachtoffers van de slavernij. "Binnen de kortste keren komen dan de verwijten naar boven, bijvoorbeeld dat Amsterdamse grachtenpanden met bloed, zweet en tranen van slaven zijn gebouwd."

Met het oog op de komende herdenking op 1 juli dat Nederland 150 jaar geleden de slavernij afschafte, vindt de emeritus hoogleraar het jammer dat in Nederland zo weinig zakelijk over dat onderwerp wordt gediscussieerd. Paasman was hoogleraar koloniale en postkoloniale cultuur- en literatuurgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn dissertatie ging destijds over wat nu het slavernijdiscours heet in Nederland tot aan 1830.

"Tegen een zwarte vrouw die zegt dat zij de zweepslagen op haar rug voelt als het onderwerp slavernij ter sprake komt, tegen die geïnternaliseerde pijn kan ik niet op met mijn academische feiten", zegt Paasman. "De discussie is heel snel onzakelijk en emotioneel. Of ik dat begrijp? Natuurlijk. Het idee dat je afstamt van iemand die is uitgebuit en vernederd, is buitengewoon pijnlijk. Toch schieten we met emoties alleen weinig op."

Die onfeitelijke discussies in Nederland monden uit in de oproep om Zwarte Piet bij het Sinterklaasfeest te verbieden. "Terwijl dat helemaal niets met de slavernij te maken heeft." Dat geldt volgens Paasman ook voor de gewraakte afbeelding op de Gouden Koets. "Daarop brengen werelddelen tribuut aan Nederland. Daar staat een geknielde zwarte man op. Dat is echter geen slaaf, zoals wordt beweerd, maar een verbeelding van het continent Afrika. Amerika is verbeeld door een indiaan."

Zo klopt volgens hem ook het bovengenoemde verwijt over de Amsterdamse grachtenpanden niet. Het grootste deel van die huizen stond er al voor 1670, het moment dat Nederland Suriname gekoloniseerd heeft. "Toen lag de Gouden Eeuw al praktisch achter ons. Het land heeft veel meer verdiend met negotie met andere landen, vooral met landen aan de Oostzee. Op de tweede plaats staat de handel van de VOC in Azië. De slavenhandel komt op een veel lagere plaats."

Uit archiefonderzoek blijkt dat in drie eeuwen tijd omstreeks twaalf miljoen mensen als slaven zijn verscheept naar Amerika en ongeveer vijf procent daarvan, 600.000, op Nederlandse schepen. Het eerste getal is in bepaalde kringen omstreden. Zo wordt beweerd dat meer dan 20 miljoen slaven de trans-Atlantische tocht maakten. Veel zou buiten de boeken zijn gehouden. "Maar boekhouders uit die tijd waren juist heel precies", zegt Paasman. "Het ging immers om geld. Men had nog niet die blik van de schending van mensenrechten die wij hebben. Zij hadden, kortom, geen reden om met die cijfers te sjoemelen."

Pijnlijke waarheden
Paasman heeft in zijn werkzame leven regelmatig colleges en lezingen gegeven in Suriname en de Antillen en merkte dat niet iedereen open stond voor de pijnlijke, oncomfortabele waarheden. "Eerlijk gezegd bespeurde ik bij mezelf ook wel moeite om die waarheden te vertellen. Ik heb dat in Parimaribo en Willemstad toch gedaan."

Hij vertelde toen dat het eigenlijk niet meer mogelijk is om in die landen afstammelingen van daders en slachtoffers te scheiden. "Mooie slavinnen werden door eigenaren gedwongen tot seks. Zij kregen de opdracht om 's avonds bij de hangmat van de plantagehouder langs te komen. Blanke eigenaren van slaven verwekten zo vele nakomelingen, die zelf ook weer kinderen kregen. Een hoog percentage van de Surinamers heeft bloed van slavenhouders in zich. Dat is pijnlijk om te zeggen en ik doe dat dan ook met de nodige omzichtigheid."

Er is volgens Paasman veel veranderd in de kennis over de slavernij. Tot 1984 hield bijna niemand zich daarmee bezig. "Mensen als Gert Oostindie, Ruud Beeldsnijder en Alex van Stipriaan deden zeer waardevol onderzoek naar het leven op de plantages. Zij hebben het leven van slaven in Suriname trachten te reconstrueren. Zo zijn belangrijke zakelijke feiten naar boven gekomen, zonder dat die deel zijn gaan uitmaken van de publieke discussie."

Behalve het gebrek aan feiten staan ook misverstanden, ongemakkelijke waarheden en taboes een vruchtbare discussie over een zinvolle herdenking van de slavernij in de weg. Zo is het een hardnekkig misverstand dat Nederlanders mensen in Afrika naar de boten hebben gesleept en ze in Amerika als slaven hebben verkocht.

Nederlandse handelaren opereerden bijna uitsluitend vanuit het Fort van Elmina in Ghana en vanuit Luanda in Angola. "Maar veel verder dan het fort kwamen Europeanen niet. De slaven werden in dat fort door de Afrikaanse heersers aangeboden. Dat gegeven mag je bijna niet in de discussie brengen. Dat is natuurlijk ook pijnlijk. Ik vraag me af of jongeren van Surinaamse afkomst die in Ghana op zoek gaan naar hun 'roots' zich dat realiseren. Ik begrijp dat velen teruggrijpen naar die cultuur, zoals haardracht, natuurgodsdienst en de muziek. Dat is prachtig en hun van harte gegund. Maar in Ghana wonen wel afstammelingen van mensen die hun voorouders hebben verhandeld."

Tweede keer
Wat veel mensen niet weten is dat we straks voor de tweede keer de afschaffing van de slavernij herdenken. Drie jaar eerder, in 1860, werd die in Nederlands-Indië beëindigd. "Dat noem ik de vergeten slavernij. Naar die kolonie, vooral naar Java, zijn in totaal zo'n 600.000 mensen als slaven gebracht. Zij waren afkomstig uit India, Ceylon, Celebes, en Bali. Uiteindelijk zijn zij volledig geassimileerd. Hun nakomelingen hebben niet meer dat bewustzijn van slaven en zijn niet aan hun huidskleur te herkennen. Dat we daar minder van af weten komt ook doordat zij vaak milder werden behandeld dan in het westen. Zij waren huis-tuin-en-keukenslaven. We herkennen ze als de latere bedienden kokkie en de baboe. Maar de mensen die in de havens terecht kwamen, hadden het net zo zwaar als degenen op die op de plantages werkten."

Een wat bekender fenomeen is dat de context van de tijd waarin de slavenhandel zich afspeelde, vaak uit beeld verdwijnt. Paasman wijst er op dat mensenlevens, ook die van arme blanken, in die eeuwen soms nauwelijks waarde hadden. "We vergeten dat van de matrozen en soldaten die op die boten meegingen, slechts de helft terugkwam. Onder hen was net als bij de Afrikanen het sterftecijfer hoog, en zij kregen voor fouten zware straffen. Ik wil hiermee niet leed met leed vergelijken, absoluut niet. We moeten slavernij niet uit de sociaal-, cultureel- en historische context rukken als ware het een hedendaags delict en schending van de menselijkheid, maar contextualisering is zeker geen bagatellisering."

In 2001 werd in Durban onder leiding van de Verenigde Naties de conferentie gehouden over racisme en xenofobie. Daar werd met terugwerkende kracht de kolonisatie en slavernij krachtig veroordeeld. "De toenmalige minister Van Boxtel kwam met een heel voorzichtig geformuleerd excuus voor de slavernij. Mij viel op dat geen enkel Afrikaans land zijn excuses maakte voor het gevangen nemen en verkopen van de eigen mensen. En er kwam ook geen woord van spijt van Arabische landen die miljoenen slaven uit Afrika hebben gehaald."

Dat Van Boxtel destijds het e-woord niet gebruikte - de regering betuigde haar 'diepe spijt' - werd uitgelegd als het voorkomen van eventuele eisen tot herstelbetalingen aan nakomelingen van slaven. Paasman gelooft er echter niets van dat een rechter in de 21ste eeuw ooit een eis tot schadevergoeding zal toekennen voor iets dat honderdvijftig jaar geleden is gebeurd en waar al vele generaties tussen zitten.

"Moet Spanje ons dan compenseren voor de schade die het land tijdens de Tachtigjarige Oorlog heeft aangericht en de Italianen voor de Romeinse bezetting? Waar trek je die grens?" Natuurlijk heeft Nederland schadevergoeding betaald aan slachtoffers uit Indië. "Maar dan wel aan mensen die persoonlijk waren getroffen en niet aan hun kinderen, hoewel die ook leden onder hun zwijgende en moeilijk in de omgang zijnde ouders."

Royale excuses
Dus moet Nederland, zo vindt Paasman, voor de slavenhandel ruimhartig excuses maken, zonder mitsen en maren, het liefst door koning Willem-Alexander. Dat zou de discussie al een stuk zakelijker kunnen maken. Bovendien moet, hoewel op dat gebied de laatste tien jaar al veel is verbeterd, de Nederlandse slavenhandel en slavernij een prominentere plek in het geschiedenisonderwijs krijgen. "Dat onderwerp is lange tijd genegeerd en soms kreeg het een paragraaf, maar dat moeten volwaardige hoofdstukken worden. We zijn nog lang niet klaar met ons verleden en dat geldt ook voor mensen uit de voormalige koloniën."

De basis voor het zogenoemde 'decolonizing the mind' zou een gemeenschappelijke geschiedschrijving kunnen zijn, maar die is nog ver weg. "Iedereen heeft nu zijn eigen waarheid. Een oplossing zou kunnen zijn om de slavernij vanuit een multi-perspectief te onderzoeken. We laten een Surinamer of Antilliaan, een Ghanees en een Nederlander ieder dat verhaal opschrijven en gaan daarna hun bronnen met elkaar vergelijken en kijken hoe feiten standhouden. De discussie die dan ontstaat gaat misschien in de richting van één verhaal. Dan kun je veel zinvoller herdenken."

Wie is Bert Paasman (1939)
Paasman is emeritus hoogleraar en gespecialiseerd in koloniale en postkoloniale literatuur van Nederland. Hij is een zogeheten Surinamist, iemand die zich op vele manieren met Suriname heeft bezig gehouden en daarover heeft gepubliceerd. Zijn proefschrift in 1984 ging over de wijze waarop in Nederland tot aan 1830 over het onderwerp slavernij werd gediscussieerd. In 2001 werd hij bijzonder hoogleraar Koloniale en Postkoloniale Cultuur- en Literatuurgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.

Herdenking van 150 jaar afschaffing van de slavernij in Nederland
Op 1 juli wordt de afschaffing van de slavernij op verschillende plekken in het land herdacht. De meeste aandacht zal uitgaan naar de nationale herdenking in het Amsterdamse Oosterpark bij het slavernijmonument. Koning Willem-Alexander en koningin Máxima zullen daarbij aanwezig zijn. Vicepremier Asscher is daar namens het kabinet.

Daaraan voorafgaand is er op het Leidseplein het zogeheten Keti Koti-ontbijt waar deelnemers aan de Bigi Spikri optocht naar het Oosterpark bijeenkomen. Na de herdenking komt de viering, het Keti Koti-festival met vier podia waarop artiesten optreden.

's Avonds is er in de Stadsschouwburg een cultureel programma met de opera 'Slaaf en Meester'.

Tentoonstelling over ramp met slavenschip
Op 27 juni opent in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam de tentoonstelling 'De zwarte bladzijde' dat de scheepsramp met het slavenschip Leusden in 1738 in beeld brengt. Op de tentoonstelling wordt de economische achtergrond van de slavenhandel uitgelegd en wordt getoond hoe het leven van een slaaf aan boord verliep. De zwarte bladzijde loopt tot 31 augustus 2014.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie