Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ongelijkwaardigheid in de sport is geen vrouwenprobleem. Het is een probleem van ons allemaal

Home

Marijn de Vries

© Suzan Hijink
Essay

Sportvrouw Marijn de Vries, die eerst aandacht vestigde op seksueel misbruik, vraagt nu om waardering voor vrouwensport. Waarom reageren mannen daar zo akelig op?

Ik was nooit zo'n feminist. Tot ik in de sportwereld terechtkwam. Dat gebeurde nogal abrupt. Misschien kent u het verhaal van de journalist die op haar dertigste bij wijze van experiment ging proberen profwielrenner te worden. Dat was ik. Het is gelukt. Zes jaar heb ik op het hoogste niveau wedstrijden gereden, tussen Marianne Vos, Chantal Blaak, Ellen van Dijk, Annemiek van Vleuten en Anna van der Breggen. Mijn beste resultaten haalde ik in 2013. Toen finishte ik in de voorjaarsklassiekers bij de beste tien, twintig rensters van de wereld.

Lees verder na de advertentie

Goh, zeiden mannen dan, dat vrouwenwielrennen stelt ook weinig voor hè, als jij zomaar mee kan doen. Ik stond met mijn mond vol tanden. Later leerde ik zeggen dat ze me dan maar eens moesten vertellen welke dertigjarigen me dit nadeden. Met andere woorden: je kunt klakkeloos aannemen dat dertigjarigen zomaar mee kunnen doen door het beroerde niveau. Of je kunt jezelf de vraag stellen of ik misschien een grote uitzondering met veel talent was.

Wielrensters op World Tourniveau verdienen minder dan 10.000 euro per jaar. 17 procent verdient zelfs helemaal niks

Belachelijk

Stomverbaasd ontdekte ik dat deze reactie nogal tekenend was voor hoe veel mannen tegen vrouwensport aankijken. Vooral in de traditionele mannensporten als voetbal en wielrennen wordt de vrouwentak vaak belachelijk gemaakt. In de hoek gezet als minderwaardig. Vrouwen zijn minder snel, minder sterk, kortom: minder dan mannen. En daarom is wat zij doen niet de moeite waard.

Eerlijk is eerlijk: voordat ik ging fietsen, wist ik ook weinig van vrouwenwielrennen. Ik kende Marianne Vos, keek wel eens naar WK-wedstrijden, de vrouwenkoersen die bij hoge uitzondering wél werden uitgezonden - maar daar hield het wel zo'n beetje op. Verder moest ik het doen met de opvatting van mijn oudere mannelijke collega-sportjournalisten. Die deelden ze regelmatig met me, zeker vanaf het moment dat ik zelf begon te fietsen: Marianne Vos was te gek, maar verder waren het meiden met te dikke konten die alleen maar achter elkaar aan fietsten, omdat ze niets van tactiek begrepen.

Intussen kwam ik steeds meer in die wereld terecht, een wereld op zich, van vrouwen die zich uit pure passie op hun sport storten. Zonder noemenswaardige financiële vergoeding: uit recent onderzoek blijkt dat 67 procent van de wielrensters op World Tourniveau minder dan 10.000 euro per jaar verdient; 17 procent verdient zelfs helemaal niks. Zonder aandacht en waardering, buiten het zicht van camera's en publiek, deden ze dat waar hun hart lag. Dikke konten zag ik nauwelijks. Topatletes des te meer. Tactiek? Echt wel. Toen ik begon, was er een vrouwenploeg van HTC-Highroad, en eentje van Cervélo, en die hadden de sprinttreintjes tot in perfectie onder de knie.

Ik kon er maar niet over uit dat hier zo weinig aandacht voor was. Dat het sportliefhebbers nagenoeg niet interesseerde. Met de opkomst van de sociale media begon ik al snel verhalen te delen. Over wat ik deed, over onze wedstrijden, over de rensters in het peloton. Onbekend maakt onbemind, dacht ik, dus hoe meer verhalen we zouden delen, hoe meer mensen ons zouden leren kennen en misschien wel interesse in ons krijgen. Wie weet was de vicieuze cirkel te doorbreken van geen aandacht - geen sponsorgeld - geen mogelijkheden om te professionaliseren en daardoor aantrekkelijker voor een groter publiek te worden.

Zeur niet zo

Al snel ontdekte ik dat mensen mijn verhalen doorgaans wel leuk vonden, maar mijn schrijfsels over ongelijkwaardigheid niet. Zeur niet zo, hoorde ik dan, wees blij met wat je wel hebt. Vrouwen, sorry hoor, verdienen het gewoon niet net zoveel aandacht en geld te krijgen als mannen. Marktwerking, immers. En minder interessante wedstrijden, want minder ver en minder zwaar. (Dat er gedacht wordt over het korter en daardoor interessanter maken van mannenkoersen vind ik in dat licht des te grappiger, maar dat terzijde.) Het is gewoon logisch dat vrouwen minder krijgen, je kunt er ook voor kiezen iets anders te doen, niemand dwingt je, dus klaag niet. Zeikwijf. Zeur niet zo.

Ik heb niet altijd zin in de stortvloed aan negatieve reacties die ik losmaak

Dingen kunnen gelukkig snel veranderen, want nu, een jaar of acht later, zijn er veel meer grote wedstrijden voor vrouwen. Is er meer televisie-aandacht. En professionaliseert het vrouwenwielrennen snel.

Tekst loopt door onder afbeelding

© Suzan Hijink

Maar wat nauwelijks veranderd is: de beloning. Alleen de allerbeste vrouwen verdienen er een mooie boterham mee. Het percentage dat ik eerder noemde - die 67 procent die nog geen 10.000 euro per jaar verdient - is een cijfer van vorig jaar.

Wat ook nauwelijks veranderd is: het gescheld als je daar aandacht voor vraagt. Ik doe het niet vaak meer, ik kies mijn momenten. Ik wil hier wél de aandacht op blijven vestigen omdat het zo belangrijk is, maar ik heb niet altijd zin in de stortvloed aan negatieve reacties die ik losmaak - want nog steeds, telkens als ik iets schrijf over het lage prijzengeld of minimale lonen krijg ik een zeur-niet-zo-zeikwijf-mannenleger over me heen.

Ja, ik generaliseer. Natuurlijk zijn er mannen die er anders tegenaan kijken, die zich aan mijn verhaal ergeren, want 'zo ben ik niet'. Ik wil jullie niet boos maken, want we hebben jullie hard nodig.

De laatste tijd hebben journalisten geschreven over prijzengeld en de beloning van vrouwen. Het waren jonge mannen. Ineens ontstond er debat.

Werd het probleem serieus genomen.

Vrouwensporten zijn niet beter of slechter dan mannensporten. Ze zijn ánders

Ieders probleem

Hoe wrang het ook is om te merken dat mijn stukken hierover jarenlang geen effect hebben gehad en nu mannen zich ermee bemoeien, het ineens serieus wordt genomen - dit is wel hoe het werkt. Ongelijkwaardigheid in de sport is geen vrouwenprobleem. Het is een probleem van ons allemaal. En als mannen het moeten aankaarten om het écht op de kaart te zetten, dan moet dat maar. Daarvoor schuif ik mijn ergernis graag opzij.

Vrouwensporten zijn niet beter of slechter dan mannensporten. Ze zijn ánders. En juist dat dringt maar slecht tot mannen door. Dat er altijd minder aandacht is geweest voor vrouwensporten dan voor mannensporten, is logisch: het is nog niet eens zo heel lang geleden dat het überhaupt geaccepteerd werd dat vrouwen gingen sporten. Natuurlijk is er een inhaalslag nodig. Dan met 'marktwerking' op de proppen komen om te rechtvaardigen dat vrouwen minder geld en aandacht verdienen dan mannen, is slap.

In een samenleving waar we gelijkwaardigheid hoog in het vaandel hebben en waar we een grote maatschappelijke betekenis toedichten aan sport, zouden we júist met zijn allen moeten staan voor het snel gelijktrekken van aandacht en waardering voor vrouwensport.

Waarom dat toch niet gebeurt? Hoewel veel sporten nu misschien wel door ongeveer net zoveel vrouwen als mannen bedreven worden, in besturen, bonden, organisaties, mediabedrijven, kortom: alle bepalende organen, viert het mannelijke nog altijd hoogtij. Ik denk dat zij vrouwen niet eens bewust achterstellen. Zoiets gaat onbewust. Blinde vlekken. Wat zo was, kan toch gewoon zo blijven? En: als de tijd er rijp voor is, veranderen dingen vanzelf wel. Toch?

De huidige discussie over vrouwelijke voetbalcommentatoren is exemplarisch. Die zouden er niet zijn. Waarom zijn ze er niet? Niet omdat vrouwen voetbal niet interesseert. Niet omdat er niemand is die het wil en kan. Zie het bovenstaande: er is tot nog toe nauwelijks oog geweest voor vrouwen met deze ambitie.

Zou ik er alleen zitten als excuusvrouw, of wilden ze echt naar me luisteren?

Bijna drie jaar geleden ben ik gestopt met koersen. Een paar maanden daarna trad ik toe tot het hoofdbestuur van de KNWU. Die duffe, stoffige, bureaucratische, niet tot verandering bereide Koninklijke Nederlandse Wielren Unie. Zo zag ik dat toen - dat ik er lid van werd, was dus bepaald niet op eigen initiatief. Voorzitter Marcel Wintels heeft me echt moeten overhalen. Hij speelde slim in op mijn verantwoordelijkheidsgevoel; ik vind altijd wel ergens iets van, en van buitenaf is het makkelijk kritiek leveren. Als je écht iets wilt veranderen, probeer dat dan van binnenuit.

Excuusvrouw

Wintels legde ook veel nadruk op mijn vrouw-zijn. Hij wilde graag een vrouw erbij in het bestuur. Dat wekte mijn argwaan, gepokt en gemazeld als ik was door de opvattingen over vrouwen in de wielersport: zou ik er alleen zitten als excuusvrouw, of wilden ze echt naar me luisteren? We spraken een proeftijd af, zo kon ik het een tijdje aankijken.

Toen ik in een van de vergaderingen vertel-de wat ik tijdens mijn wielercarrière had meegemaakt aan verbale, seksuele en fysieke inti- midatie, vielen de monden van mijn medebestuursleden open. Ze hadden geen idee. Geen idee! Gebeurde dat echt in het wielrennen? Op wat voor schaal? Hoe ernstig? We besloten een onderzoek te starten.

Een paar weken later schreef ik een column over mijn vervelende ervaringen voor Trouw. Daarop kwamen overal verhalen los over seksuele intimidatie en misbruik, er volgden Kamervragen en uiteindelijk de Commissie-De Vries (niet naar mij genoemd trouwens, maar naar commissievoorzitter Klaas de Vries). Het wordt nu vaak gekoppeld, maar dit was maanden vóór #metoo. Dat we nu in de hele maatschappij over dit onderwerp praten, doet me goed. Dat het een groot item in de sport is geworden, doet me nog veel beter.

Ja, ik heb invloed. Er wordt naar me geluisterd. En ook hier blijkt: mijn invloed is een aanvulling. Wat ik inbreng, is anders. Niet beter, niet slechter, maar ánders dan wat mijn mannelijke collega's doen. Ik wil niet zeggen dat er met enkel mannelijke inbreng niet over deze onderwerpen was gesproken in de sport, maar ik heb er juist als vrouw een cruciaal aandeel in gehad.

Stel je eens voor: een vrouwelijke coach in onze Nederlandse eredivisie voetbal?

Vrouwen maken andere dingen mee dan mannen, beleven zaken anders, lopen tegen andere problemen aan - óók of misschien wel juist in de sport. Onze mooie sportwereld kan zoveel rijker, breder, relevanter worden als vrouwen in alle lagen meer omarmd worden. Een aanmoediging krijgen om belangrijke posities in te nemen.

Ja, wij hebben vaak een zetje in de rug nodig. Een aai over onze bol. Iemand die zegt dat we het kunnen, dat we van waarde zijn, dat we iets meebrengen wat mannen niet brengen.

Maar we zijn er niet met hier en daar een vrouw meer. Afgelopen maand ontvlamde er in de VS een discussie over basketbalcoach Becky Hammon, de eerste vrouw die in de running is voor hoofdcoach in de NBA, het hoogste niveau dus. De wereld was te klein, fans en sportcommentatoren vonden dat het niet kon, een vrouw die op dat niveau mannen coacht. Die kan niet tegen de kleedkamercultuur, mannen zijn veel atletischer dan het vrouwelijke brein zich kan voorstellen, en daarom is goed coachen onmogelijk. Jonge mannen gaan écht niet luisteren naar een vrouw. Becky Hammon zou het niet eens moeten willen. Want het slaat nergens op dat een vrouw de leiding heeft over iets wat ze niet begrijpt.

Lachwekkende argumenten van conservatieve Amerikanen, natuurlijk. Maar stel je eens voor: een vrouwelijke coach in onze Nederlandse eredivisie voetbal? Een ploegleidster van een World Tourwielerploeg? Dat is toch ook bij ons ondenkbaar? En niemand die zich afvraagt of een man wel geschikt is om vrouwen te coachen.

Marijn de Vries (1978) was van 2009-2015 topwielrenster, sterk in tijdrit en voorjaarsklassieker. Ze is nu wieleranalist. In Trouw schrijft zij een sportcolumn.

Lees ook: Wordt ooit de vraag gesteld of een man wel geschikt is om vrouwen te coachen?

In Amerika is er ophef. Dat is er wel vaker natuurlijk, maar deze ophef heeft de Nederlandse sportkolommen nog niet bereikt - terwijl het de Amerikaanse basketbalwereld op z'n grondvesten doet schudden.

Deel dit artikel

Wielrensters op World Tourniveau verdienen minder dan 10.000 euro per jaar. 17 procent verdient zelfs helemaal niks

Ik heb niet altijd zin in de stortvloed aan negatieve reacties die ik losmaak

Vrouwensporten zijn niet beter of slechter dan mannensporten. Ze zijn ánders

Zou ik er alleen zitten als excuusvrouw, of wilden ze echt naar me luisteren?

Stel je eens voor: een vrouwelijke coach in onze Nederlandse eredivisie voetbal?