Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

ONDERWIJSVERZORGING

Home

MAAIKE VAN HOUTEN

De drie landelijke pedagogische centra moeten flexibeler en marktgerichter gaan werken. Dat wordt,in de ogen van de staatssecretaris van onderwijs Netelenbos, geregeld in de nieuwe wet sloa: subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten. Het is de bedoeling dat die volgend jaar wordt ingevoerd. De Raad van State en de Onderwijsraad hebben zware kritiek geleverd op het wetsvoorstel. Ook de drie centra, APS, CPS en KPC, zien er weinig in.

'Geen tijd' was voor de directie niet het enige argument om het CPS, wat zich tegenwoordig organisatie voor onderwijsontwikkeling en advies noemt, in te schakelen. Het ontbreekt de leiding ook aan specifieke deskundigheid om zo'n nieuw beleid echt van onderop te laten komen. “Je kunt wel zeggen tegen de docenten: je moet het zo aanpakken, en zus, maar dat helpt niet. Het moet uit de mensen zelf komen”, zegt conrector J. Moerman. En daar had 'Frank', zoals conrector Moerman de onderwijskundige van het CPS familiair noemt, zo zijn methoden voor. Frank hield een enquête onder de leerlingen en onder de docenten, hij organiseerde twee sessies met de leraren, hij maakte op basis daarvan een plan, dat nu onderdeel is van het algemeen personeelsbeleid. De afspraken over het huiswerk staan in een boekje, maar Frank heeft er ook een handzaam kaartje van gemaakt. Geef het huiswerk ruim voordat de bel gaat op, geef een indicatie van de tijd die het kost, zeg hoe het huiswerk wordt getoetst, dat soort aanwijzingen staan er op dat kaartje.

Frank heeft de school een kleine zevenduizend gulden gekost. Als de nieuwe wet op de onderwijsverzorging sloa ingaat, zijn de scholen veel duurder uit. Dan gaat het uurtarief van de medewerkers van de drie pedagogische centra omhoog, van 1250 gulden per dag naar 2300.

De directeur van het CPS, E. Alkema, constateert met enig genoegen dat dat de uitkomst is van een berekening van een extern bureau, dat niet door de pedagogische centra, maar nota bene door het ministerie van onderwijs is ingeschakeld om de gevolgen van de nieuwe wet op een rij te zetten. Alkema: “Wij hebben dit altijd geroepen, maar het is goed dat het ook in dat rapport staat. Het komt nu uit onverdachte hoek.”

Anders dan nu, gaat er zometeen 15 miljoen gulden rechtstreeks naar de scholen zelf. Dat geld is niet geoormerkt: het voortgezet onderwijs mag er mee doen wat ze wil. Alkema weet dan al hoe het gaat: “Daar gaan ze eerst gaten mee dichten. Ik denk ook dat de scholen gaan sparen. Wij zullen aan risicodekking gaan doen, en daar worden wij ook duurder van.”

De drie landelijke pedagogische centra, de algemene APS, het katholieke KPC en het christelijke CPS werken rechtstreeks voor het voortgezet onderwijs. Hoewel de pedagogische centra bestuurd worden door vertegenwoordigers van de richting, en de centra speciaal zijn belast met het vormgeven van de identiteit van de scholen van hun 'kleur', werkt het KPC niet exclusief voor katholieke scholen, en heeft het CPS ook niet-christelijk onderwijs in haar clientèle. Zo heeft elk centrum een aantal vakken in haar portefeuille, waarvoor ze programma's ontwikkelt. Dat is niet gebonden aan de identiteit. Alkema prijst zich gelukkig dat dat in elk geval niet gaat veranderen; van fusie tussen de drie is geen sprake, al 'werken we heel goed samen'.

Werken de pedagogische centra direct voor het voortgezet onderwijs, met het basisonderwijs zijn de lijnen indirect. De centra maken materiaal voor de schoolbegeleidingsdiensten, en die 'verkopen' dat op hun beurt aan het primair onderwijs. Die begeleidingsdiensten moeten, net als de centra, commerciëler gaan werken. Dat betekent dat zij ook de markt van het voortgezet onderwijs proberen te penetreren. Dat leidt tot concurrentie tussen de twee, waar samenwerking momenteel volgens Alkema het codewoord was.

De pedagogische centra, die een gezamenlijke reactie hebben geschreven aan de Tweede Kamer, vrezen nog een derde verandering. Naast het werk voor de scholen en de schoolbegeleidingsdiensten, zijn de drie belast met het landelijk vernieuwingsbeleid. Dat werkt twee kanten op. Als de Tweede Kamer besluit tot invoering van het studiehuis, dan kunnen scholen bij de centra terecht voor informatie en begeleiding bij de tot stand koming daarvan.

Daarnaast zijn de centra 'denktank' van de overheid. Na een overgangsperiode van drie jaar, dus in 2001, mag de overheid ook advies inwinnen bij anderen. Bij commerciële bureau's of bij universiteiten en hogescholen. Dat klinkt prachtig, erkent Alkema, maar het gevaar is dat de deskundigheid verdwijnt. “Op een vrije markt komen losse projecten bij verschillende instellingen. De expertise die wij hebben opgebouwd als het gaat om veranderingen in het onderwijs op de lange termijn, zal op die manier verdwijnen.”

Een ander risico van die ontwikkeling is volgens Alkema dat de overheid meer, in plaats van minder macht krijgt. Wiens brood men eet diens woord men spreekt: “Het kan zijn dat we bij meer concurrentie gaan doen wat de klant, dus de overheid, wil. Dan is onze onafhankelijkheid in het geding, maar krijgt de overheid ook geen onafhankelijke adviezen meer.”

Te Delft volgt conrector Moerman de ontwikkelingen bij de pedagogische centra een heel klein beetje. Hij heeft nu al de vrijheid cursussen elders in te kopen. Die vrijheid wordt alleen maar groter, maar naar zijn mening hoeven de centra niks te vrezen. “Wij werken heel goed samen met de pedagogische centra. Met het CPS, maar ook met het KPC, die zijn heel goed op het terrein van faalangst. Er is geen reden meteen bij hen weg te lopen. Zij zijn zeer deskundig.”

Maar, Moerman verheelt niet dat hij ook nu al soms de wijk neemt naar een commercieel bureau. “Ja, bij voorbeeld voor het opzetten van functioneringsgesprekken. In zo'n geval is het verfrissend eens buiten het onderwijs je licht op te steken.”

Deel dit artikel