Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Onderwijs is geen amusement

Home

door Bob Bouhuijs

Het onderwijs is al zo slecht. En dan moeten lessen tegenwoordig ook nog amusement zijn. School als theater van de lach.

Het Nederlandse middelbaar onderwijs staat ter discussie en verkeert volgens sommigen zelfs in een crisis. Het almaar uitdijende management ondermijnt de autonomie van de docenten, het zelfstandig leren staat het opdoen van werkelijke kennis in de weg, er is disproportioneel veel aandacht voor het aanleren van (computer)vaardigheden, en de te geringe salarissen van (startende) docenten veroorzaken dat de status van het docentschap daalt.

Volgens velen leidden deze euvels ertoe dat het Nederlandse onderwijs de afgelopen jaren aan kwaliteit heeft ingeboet. Ofschoon prestatievergelijkingen met andere Europese landen het Nederlandse onderwijs niet uitdrukkelijk diskwalificeren, blijken de klachten van bijvoorbeeld docenten in het hoger onderwijs over het niveau van eerstejaarsstudenten een duidelijk signaal af te geven.

Naast de genoemde gebreken heeft zich vanaf de jaren zeventig een andere kwaal in het hart van het Nederlandse onderwijs genesteld: het beginsel dat onderwijs per definitie ’leuk’ moet zijn. Aantrekkelijk onderwijs zou leerlingen namelijk stimuleren om enthousiaster te studeren. Zodoende werden vele didactische spelvormen ontwikkeld waarin leerlingen, al dan niet met behulp van een computer, aspecten van de wereld in een ludieke vorm kregen gepresenteerd.

Dit ’pretparadigma’ is niet slechts een voorbijgaand verschijnsel maar wordt met elan op docentenopleidingen uitgedragen. Verder komen studenten op universiteiten en hogescholen vaak met de eis dat ze ’aantrekkelijk’ onderwijs willen.

Didactische spelvormen kunnen wel degelijk een constructieve bijdrage leveren aan goed onderwijs. Voor jongere leerlingen kunnen zulke werkvormen helpen bij het verruimen van inzicht in de wereld om hen heen. Er ontstaat echter een probleem wanneer het didactische middel tot doel wordt verheven en de complexiteit van de wereld uitsluitend wordt gereduceerd tot een spel. Leerlingen worden dan niet meer uitgedaagd tot het verwerven van kennis en inzicht, maar gaan onderwijs zien als een vorm van amusement. In het ernstigste geval wordt de docent getransformeerd in een entertainer en de school tot een theater van de lach.

De negatieve gevolgen manifesteren zich op twee terreinen. Zo draagt het verworden van onderwijs tot amusement bij tot een situatie waarin studenten de meest basale kennis ontberen. Het zijn vooral leerlingen uit achterstandsmilieus die hieronder lijden.

Waar de kinderen van hoog opgeleide ouders kennis en inzicht over bijvoorbeeld cultuur, literatuur en geschiedenis meekrijgen in hun opvoeding, is voor leerlingen uit achterstandsmilieus de school bij uitstek de plaats waar zij zich intellectueel kunnen ontplooien. Daarnaast bestaan voor de ’beter gesitueerden’ alternatieve trajecten, zoals privaat onderwijs of intensieve bijspijkercursussen, om potentiële achterstanden weg te werken. Hoewel het pretparadigma zichzelf veelal als progressief kwalificeert, is het dat dus allerminst.

De tweede negatieve consequentie van het pretparadigma in het onderwijs geldt het docentenvak. Afgezien van de lage salarissen en onvrede over het gedrag van leerlingen en management, is het voor goed geschoolde docenten immers niet attractief om onderwijs te verzorgen dat een intellectuele inhoud ontbeert. Veel hoog opgeleide professionals laten mede vanwege deze reden het onderwijs links liggen om toe te treden tot andere sectoren waar inhoudelijke expertise wel wordt gewaardeerd.

Het is hoog tijd voor een herbezinning op de inhoud, beeldvorming en positie van het docentschap. Ik zou echter willen benadrukken dat een reflectie op het middelbaar onderwijs als totaliteit geen luxe is. Ruim baan maken voor docenten, die als goed opgeleide professionals bijdragen aan de intellectuele ontwikkeling van leerlingen, dient hierbij als uitgangspunt te gelden. Een goede salariëring van docenten en een zekere autonomie ten opzichte van het management zijn basisvoorwaarden om dit beginsel te realiseren.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie