Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Onder de rook van de kerncentrale

Home

Pieter van den Blink

Het Franse energiebedrijf EDF laat bedrijven gebruikmaken van warm koelwater uit een kerncentrale. Een nucleaire win-winsituatie, maar niet zonder gevaren.

Kerncentrales zijn niet weg te denken uit het Franse landschap. In de Loirestreek ligt er één midden in een prachtig natuurgebied. Families vinden het geen probleem om pal naast de reactoren te gaan wonen. Bovendien kan zo'n centrale naast je huis nog wat opleveren. Het echtpaar Dufournet woont met drie kinderen, hond en kat op minder dan honderd meter van de centrale 'Chinon', ten westen van Tours op de linkeroever van de Loire. Die centrale bestaat uit vier actieve kernreactoren (drie oudere reactoren op het terrein zijn inmiddels buiten bedrijf, één ervan is een museum) en een laboratorium. Behalve uranium gebruiken deze PWRs (Pressurized Water Reactor, ofwel drukwaterreactor) ook plutonium.

De reactoren worden gekoeld met water uit de Loire. Dat bereikt in de centrale een temperatuur van 35 graden. Dat water gaat via een buis recht- streeks naar huize Dufournet om daar een bloemenkas te verwarmen.

,,Het werkt prima'', zegt mevrouw Dufournet, ,,het scheelt ons bijna de helft aan stookkosten, en ons hele gezin verkeert in goede gezondheid''. Het water uit de kerncentrale is gratis, en dat is het fundament onder het bedrijf. Maar is zij nooit bang voor radioactieve straling? ,,We voelen ons prima, hebben zelfs geen hoofdpijn of een verstopte neus. En het water stinkt ook niet. Nee, werkelijk, we zijn er volkomen gerust op.''

Eenmaal per jaar moet het filter worden vervangen, waardoor het water in de verwarmingsbuizen van de kas stroomt. Dat doet mevrouw Dufournet eigenhandig, waarbij zij met het water in aanraking komt. Vanuit de centrale komt er nooit iemand bij Dufournet om te controleren of te meten. ,,Ik ga ervan uit dat ze dat in de centrale doen'', zegt mevrouw Dufournet.

Toen 'Chinon', goed voor 5 procent van de Franse stroomvoorziening plus 35 procent van de Franse stroomexport, in de jaren tachtig zijn koelwater als warmtebron beschikbaar stelde aan zijn omgeving, vestigde een Nederlander zich als een van de eersten in de schaduw van de reactoren. Op basis van een, naar eigen zeggen, uniek ontwerp maakt Eric de Vreeze sinds twaalf jaar gebruik van de gratis warmte om eikenhout te drogen. Zijn bedrijf, Chêne de France, staat op een steenworp afstand van de bloemenkas van Dufournet. ,,Eikenhout bevat per kubieke meter tweehonderdvijftig liter water. Om het hout te kunnen gebruiken, bijvoorbeeld voor parketvloeren of wijnvaten, moet dat water eruit. Een te snel droogproces beschadigt het hout en maakt het onbruikbaar. Om het langzaam te doen zijn enorme hoeveelheden warmte nodig. Zou je die moeten kopen op de normale energiemarkt, dan kan het eindproduct nooit rendabel zijn. Met het warme water dat wij van Chinon krijgen, verwarmen wij zesduizend vierkante meter vloeroppervlak, waarop het eikenhout ligt te drogen.''

Komen de bloemen van Dufournet in een vaas op tafel te staan, in de fusten van De Vreeze rijpt wijn. De weg naar de voedselketen is nog korter bij aspergekwekerij 'Asperges de France', het derde bedrijf dat zich laaft aan 'Chinon'. Asperges groeien het best op warme grond, en omdat de zon daar niet het hele jaar voor kan zorgen, verwarmt een buizenstelsel 's winters de grond onder de asperges.

Bloemkweker, houtdroger en aspergeteler zijn voor een goed bedrijfsresultaat afhankelijk van goedkope warmte. Via het Franse ministerie van economische zaken kwamen zij met de kerncentrale Chinon in contact. ,,En zo zijn we goede buren geworden'', vertelt Eric de Vreeze. Híj heeft zijn gratis warmte, de kerncentrale heeft een imago van bloembossen en wijnvaten. Ook De Vreeze heeft met vrouw en kinderen enige tijd naast de centrale, boven zijn bedrijf gewoond. Hij is volkomen overtuigd van de veiligheid van de centrale.

,,Natuurlijk zijn er incidenten, maar die zijn marginaal. Iets ergs is er nog nooit gebeurd in de tijd dat ik hier zit. Ik sta positief tegenover kernenergie. Het is een goede oplossing voor de toenemende vraag naar energie, en de risico's die ermee gepaard gaan kunnen binnen de perken worden gehouden.''

Dat blijft echter de vraag.

In februari vorig jaar was er op het terrein van Chinon een incident, waarbij radioactiviteit werd gemeten op drie plaatsen in de buitenlucht. Het ging volgens het EDF om plaatsen ,,vlakbij de reactoren, in gecontroleerd gebied''. Zodra de straling gemeten was, werd het probleem 'geëlimineerd'. De centrale maakte in 2001 melding van vier incidenten. In 2000 waren het er 11, waaronder een besmetting met radioactieve straling van een werknemer. Hoe groot is de kans dat bij dergelijke incidenten ook het koelwater af en toe besmet raakt?

Volgens het EDF is die kans nul. Om dat toe te lichten, legt woordvoerder Saintfaust vanuit de centrale telefonisch uit dat de drukwaterreactoren in Chinon drie gescheiden watercircuits hebben. ,,In de reactor zelf staan splijtstofhoudende stiften hun warmte af aan het zogenaamde eerste circuit. Het reactorwater draagt zijn warmte in een stroomwisselaar over aan een afzonderlijke tweede of secundaire kring (de water-stoom-kring). Het water uit dit circuit gaat wél over in stoom, doordat de druk er veel lager is dan in de primaire kring. De stoom dient om een turbine aan te drijven, waarmee de centrale zijn elektriciteit opwekt. De stoom die de turbine verlaat gaat daarna door afkoeling opnieuw over in water. En voor die afkoeling gebruiken we het water waarvan Vreeze en Dufournet profiteren.''

Onlangs nog, in de nacht van 3 op 4 januari liep in het Belgische Thiange, bij Luik, een gedeelte van een kerncentrale onder door de hoge water-stand in de Maas. Eén van de drie kernreactoren werd stilgelegd. Electrabel, de eigenaar van de centrale, kondigde een grondig onderzoek aan en de woordvoerster van de centrale, deelde mee dat er ,,geen enkel probleem is met betrekking tot de veiligheid van de centrale''. De aandacht van de media was nihil. Maar de Franse onafhankelijke organisatie CRIIAD (Commission de Recherche et d'Information Independantes sur la Radioactivité) meldt dat het enkele uren geduurd heeft totdat het personeel van de kerncentrale in Thiange de overstroming ontdekte. "kennelijk hebben alle alarmsysytemen gefaald", concludeert Jean Deford, hoofd van de organisatie. Deford wil met dit voorbeeld zijn mening ondersteunen dat het gebruik van het koelwater uit een kerncentrale onder normale omstandigheden geen probleem hoeft te zijn, maar dat de veiligheid in de huidige generatie Europese kerncentrales nog niet voldoende is om die normale omstandigheden continue te garanderen. tussen 'Tsjernobyl' en normale omstandigheden zit een heleboel. Een ongewone omstandigheid hoeft nog geen ramp te zijn. Maar zodra er iets misgaat, betekent de rechtstreekse verbinding via de koelwaterbuizen van de centrale met de buitenwereld een extra gevaar. Het bestaan van zo'n verbinding is in strijd met twee principes waar de nucleaire industrie zich over het algemeen aan houdt. Ten eerste dat van de concentratie ter plaatse. Nucleaire activiteiten moeten geconcentreerd zijn en blijven op een goed afgebakende oppervlakte, waarbij zoveel mogelijk barrières moeten worden opgeworpen tegen de mogelijkheid dat er straling ontsnapt naar gebieden daarbuiten. En ten tweede de afspraak dat indien er koelwater geloosd wordt, en dat is onvermijdelijk, de centrale zorgdraagt voor de snelst mogelijke oplossing in het milieu. Bijvoorbeeld door te lozen in periodes dat de rivier snel stroomt. Een buizenstelsel in de omgeving houdt het water vast en zal dus in geval van een ongeluk ook een bron van straling zijn, buiten het gebied van de centrale.'' Hij heeft wel begrip voor de zo positieve houding van De Vreeze en Dufournet. ,,Zij moeten hun eigen beslissingen rationaliseren, als zij de angst toelaten kunnen ze hun bedrijven niet meer leiden. En zoals gezegd, onder normale omstandigheden is er ook geen gevaar.'' Dat mevrouw Dufournet af en toe met haar handen in het water komt, is niet erg. ,,Dat zou ik ook wel doen als het nodig was, maar wel met een paar handschoenen aan.'' Hij is ook niet overtuigd door het argument van Saintfaust dat de scheiding van de circuits elke besmetting van het koelwater uitsluit. ,,De drukverschillen tussen het eerste en het tweede circuit zijn groot. Dat geeft werking in de buiswanden, waardoor barsten onstaan. Een bepaalde hoeveelheid barsten is aanvaardbaar, daarna moeten de buizen vervangen worden. Door een te grote barst of een kapotte afsluitklep kan het derde circuit besmet raken. Dat zal niet altijd een significante straling opleveren, maar het maakt werken in de bloemenkas of de houtdrogerij wel gevaarlijk. Voor alle duidelijkheid: radioactieve straling gaat dwars door de verwarmingsbuizen heen.''

Deel dit artikel