Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Onbevreesd dromen van Garmisch-Partenkirchen

Home

Fred Troost

Een Nederlander op nieuwjaarsdag in de finale van het Vier Schansen-toernooi in Garmisch-Partenkirchen, dat zou mooi zijn. En het kán. Drie jeugdige skiërs die niet bang zijn voor een sprong van een 90 of 120 meter-schans, zijn daarvan overtuigd.

Bij schansspringen denkt iedereen natuurlijk meteen aan Gerrit Jan Konijnenberg, de Nederlander die meestal in de achterhoede eindigde. Of, erger nog, aan Eddy 'the Eagle' Edwards, de Engelsman van wie wedstrijdorganisatoren steevast hoopten dat hij niet zou komen, omdat hij de sport in hun ogen belachelijk maakte. Edwards promootte het springen echter wel bij het grote publiek, net als Konijnenberg, al leeft in Nederland nog steeds de overtuiging dat uit de polder geen schansspringer kan komen.

Niels de Groot, zijn neef Jeroen Nikkel en junior Boy van Baalen willen het tegendeel uitdragen. De Nederlandse Ski Vereniging presenteerde de drie deze week als de uithangborden van het schansspringen. De bond doet meer. Bij Bergschenhoek zijn twee schansen gebouwd (10 en 20 meter), waarop jeugdig talent vanaf een jaar of zes de beginselen van het springen kan aanleren.

,,Ik ben zelf helemaal niet serieus begonnen'', blikt De Groot (19) terug, ,,maar dit jaar wordt het heel serieus.'' Hij en zijn neef zijn nu acht jaar bezig. ,,Toen we begonnen waren we eigenlijk al te oud'', meent Nikkel (19). ,,We hadden een achterstand toen we professional werden.''

Profs zijn ze. Ze zijn veel onderweg, tweehonderd dagen per jaar. ,,Wij springen evenveel als springers uit andere landen.'' In het buitenland trainen ze op de schans, zo'n twintig sprongen per dag met 's middags een analyse van de videobeelden. Daarnaast is er krachttraining. Als ze in Nederland zijn bestaat de training uit krachtwerk, beweging, atletiek en aerobics.

Vijf jaar lang was Horst Tielmann hun trainer, nu heeft de bond naast hem Jochen Danneberg aangetrokken. De ex-DDR-springer is in het bezit van een zilveren olympische medaille en won het Vier Schansen-toernooi in 1976. Hij trainde eerder de selecties van Korea en Zwitserland.

De drie Nederlanders werken hard en dan verdien je respect. Dat krijgen ze ook van hun collega's uit landen waar het schansspringen een nationale sport is. Nikkel: ,,De sportman van het jaar is in Duitsland een schansspringer, vóór Michael Schumacher. En het is daar na voetbal de meest populaire sport.''

Nu vormen de Alpenlanden, Finland of Japan met hun bergen een geschikter decor voor het schansspringen, dus is het de vraag wat laaglanders in die sport zien. De ogen beginnen te glimmen. ,,Het mooiste is het vliegen. De kunst is zolang mogelijk vrij in de lucht te zijn, vrij als een vogel'', zegt De Groot. En Nikkel: ,,Het mooiste moment is dat je je ski's voelt, de wind komt eronder, ze dragen je. Daar werk je naartoe, dat je het zelf stuurt. Dat is het vliegen.''

De afzet is het belangrijkste. Het komt neer op fracties van een seconde, weten ze. ,,In tweetiende seconde moet je van zitpositie in vliegpositie komen. En dat met een snelheid van negentig kilometer per uur.''

,,Ook heel mooi'', mijmert De Groot, ,,zijn de wisselende weersomstandigheden. Springen met storm geeft een kick. Ik zoek wel een beetje het randje, je haalt nu eenmaal alles uit de kast als je springt.''

De start van het circuit is op 24 november in het Finse Kuopio. Van de drie is De Groot momenteel het verst. Hij hoopt zich voor tenminste één wereldcup-toernooi te kwalificeren, dat wil zeggen bij de eerste 48 te komen. Hij geeft zichzelf een kans. Misschien wel in Garmisch.

Deel dit artikel