Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Omroepbijdrage wordt afgeschaft

Home

Marnix Beekmans

De Tweede Kamer debatteert komende week over de afschaffing van de omroepbijdrage in 2000. Voor de financiering van de publieke omroep gaat de belasting omhoog. De inkomsten gaan naar de pot algemene middelen waar alle belanghebbenden hun deel van kunnen krijgen. Met name regionale en lokale omroepen vrezen de gevolgen van de fiscalisering.

Het betalen van kijk- en luistergeld, de omroepbijdrage, is een verplichting die in de Mediawet is vastgelegd. De opbrengst is exclusief voor de publieke omroep en aanverwante organisaties zoals het Commissariaat voor de Media en het Bedrijfsfonds voor de Pers. Het bedrag van de omroepbijdrage stelt de staatssecretaris van OCW elk jaar vast. Dit jaar is dat per huishouden 194 gulden voor radio en televisie en 56 gulden voor alleen radio. Hier bovenop mogen provincies hun inwoners heffingen opleggen voor de financiering van regionale radio en tv. Voor beide media mag voor elk maximaal 10 gulden heffing worden opgelegd. Voor de financiering van lokale radio en tv, mogen gemeenten sinds drie jaar per huishouden van de bevolking 2 gulden heffing opleggen. Er zijn er 116 die dat doen. De totale heffingsbuit bedraagt 1,4 miljard gulden en wordt geïncasseerd door de Dienst Omroepbijdrage. Daarvoor maakt de DOB 60 miljoen gulden onkosten.

Nu wil het kabinet graag 60 miljoen gulden steken in de Jeugdzorg. Dat is afgesproken in het regeerakkoord. Als de omroepbijdrage wordt afgeschaft, besparen we op de inningskosten, is de gedachte bij het kabinet. De DOB gaat op in de belastingdienst. En voor het financieren van de publieke omroep gaat de inkomstenbelasting met 1,1 procent omhoog. Die opbrengst wordt gestort in de pot algemene middelen. Het grootste deel gaat naar de landelijke publieke omroep. Voor de financiering van de regionale omroep wordt 83,1 miljoen gulden uitgetrokken en voor de lokale omroep 3 miljoen gulden. Deze bedragen zijn gebaseerd op de opbrengsten van de provinciale en gemeentelijk heffingen van dit jaar. Niets aan de hand dus, vinden media-staatssecretaris Van der Ploeg en minister Zalm van financiën.

,,Was het maar waar'', zegt Robert Zaal van de Roos, de belangenorganisatie van regionale omroepen. Hij vindt dat de staatssecretaris zich baseert op verkeerde bedragen, waardoor regionale publieke media in ernstige financiële problemen komen. En het gaat financieel toch al slecht. De resultaten van een overheids-onderzoek, eerder dit jaar, toonden aan dat alleen Radio Noord-Holland en Radio Oost het hoofd boven water kunnen houden. Oorzaak van de malaise bij de overige zendgemachtigden zijn te weinig reclame-inkomsten en nooit geïndexeerde provinciale heffingen. Zaal: ,,Vanaf 1989 is het heffingsbedrag tien gulden. Eens in de vijf jaar kan de provincie dit bedrag verhogen. Na tien jaar is het nu zover dat in 2002 de heffing met 2,40 gulden omhoog gaat. Tot die tijd is er een noodfinanciering voor drie jaar ter waarde van 11 miljoen gulden. En wat doet Van der Ploeg? Hij baseert het bedrag voor regionale omroepen op de inkomsten van dit jaar.''

En zo zijn er nog een paar meningsverschillen over de grondslag van het bedrag dat de overheid voortaan wil uitkeren aan het provinciale fonds. Het ministerie wil ook stoppen met het verdubbelen van het bedrag dat provincies steken in regionale televisie. Er wordt voorbijgegaan aan de investeringsplannen voor regionale tv in Utrecht en verdere investering in Zuid-Holland. Al met al voorziet Zaal in 2002 een tekort van vijftig miljoen gulden.

Pieter de Wit van de landelijke lokale omroepen (Olon) is evenmin gelukkig. De drie miljoen die naar het gemeentefonds gaat, komt overeen met wat gemeenten nu heffen. In potentie zou 14 miljoen gulden haalbaar zijn. ,,Nieuwe initiatieven kunnen we nu wel vergeten. Bovendien is er zonder overleg een peildatum vastgesteld. Lopende initiatieven binnen de huidige wet, zijn evenmin meegenomen.''

Anders dan de omroepbijdrage is de nieuwe financiering niet meer verplicht aan te wenden voor regionale of lokale omroep. Met de regionale en gemeentelijke heffingen is dat wel het geval. Zowel Zaal als De Wit voorzien langdurige onderhandelingen tussen omroepen en provinciale en gemeentelijke overheden om elk jaar maar weer opnieuw de benodigde financiering rond te krijgen. Beiden pleiten voor een oormerk.

Los van alle bezwaren van regionale en lokale omroepen is het maar de vraag of de afschaffing van de omroepbijrage de gewenste 60 miljoen gulden oplevert. Het KPMG Bureau voor Economische Argumentatie berekende in opdracht van de NOS dat er slechts 30 miljoen gulden wordt bespaard. De DOB int de omroepbijdrage vooraf, waaroor er 30 miljoen gulden rente binnenkomt. De belastingdienst int achteraf, zodat het rentevoordeel vervalt. Omdat het kabinet voor volgend jaar 30 miljoen gulden heeft gereserveerd voor de overgang van het DOB-personeel naar de belastingdienst, levert het volgend jaar niets op. Voor het jaar daarop is nog eens 15 miljoen gulden uitgetrokken voor de overgang. Zaal: ,,Uiteindelijk zal het kabinet door deze operatie dan 30 miljoen gulden kunnen bezuinigen. Een respectabel bedrag, dat echter wel over onze rug wordt binnengehaald.''

Deel dit artikel