Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Omdat ik te lang naar die boom keek

Home

Mohamed Ajouaou

Je moet als Marokkaan voorzichtig zijn in het openbaar. Voor je het weet, word je heropgevoed.

Suggesties om de problemen in Marokkaanse gezinnen en Marokkaanse jeugd te lijf te gaan zijn er in overvloed. Als laatste is een beschavingsoffensief, gepaard aan hard optreden, in de strijd geworpen. Ik heb me altijd verzet tegen zoiets als ’beschavingsoffensief’. Onder andere omdat zo’n aanpak iets agressiefs in zich heeft wat niet past in een rechtstaat. Ik kon die agressie niet altijd duiden. Onlangs heb ik gezien hoe zo’n beschavingsoffensief zou uitpakken.

Ik was onderweg naar Podium Mozaïek in Bos en Lommer, een wijk in Amsterdam-West, om een lezing te verzorgen. Toen ik uit de metro kwam trof ik een levendige gekleurde wijk. Mijn eindbestemming was op loopafstand, dus ging ik te voet. Langs de drukke en zonnige weg genoot ik van de volksbuurt: de vele schotels, de was op balkons, hoofddoeken, winkelend publiek en dergelijke.

Op een gegeven moment verscheen een prachtige middengrote vijgenboom boven een lage schutting. Ik ben dol op vijgenbomen. Niet alleen vanwege het fruit, maar ook vanwege jeugdherinneringen in Marokko. Zijn de vijgen al rijp vroeg ik me af. Want zelf heb ik ook een grote vijgenboom in mijn op het zuiden liggende achtertuin, maar dit jaar zijn de vijgen nog niet rijp en ik vrees dat ze het ook niet zullen halen. Die in Bos en Lommer hingen tot mijn verbazing wel rijp om geplukt te worden. Ik bleef er wat langer naar staren, zoekend naar een verklaring. Zou het weer in Amsterdam zachter zijn dan in Endhoven waar ik woon?

De bezichtiging duurde niet langer dan 60 seconden. Toen ik net mijn pad wilde hervatten werd ik tot mijn schrik omsingeld door twee jonge agenten op de fiets. Of ik me wilde verantwoorden waarom in daar stil stond en waarom ik in of naar de tuin keek. Ik antwoordde dat de boom mijn aandacht trok zoals vele andere attracties die ik niet dagelijks meemaak. Dat de boom bovendien in de achtertuin van een hoekwoning langs een openbare weg stond. Dat ik het als ’toerist’ en passant leuk vond om ernaar te kijken. En ik ook op een gepaste afstand van het hek stond.

Wat was hier misdadig aan? „Niets”, antwoordde de agent. „Maar ik zou het niet leuk vinden als iemand in mijn achtertuin kijkt.”

Wat een agent persoonlijk vindt, leek me niet zo relevant. Ik zelf zou het niet erg vinden als passanten mijn vijgenboom of palmboom vanaf de weg zouden bewonderen. Evenmin als ze naar mijn mooie gordijnen keken –wat ze dagelijks doen.

Ik hoef geen politie die les geeft in ’goede zeden’ of die zijn lessen probeert op te dringen. Ik kon niet nalaten om de agent te vragen: „Kunt u mij een wet aanduiden die luidt dat ik op een drukke zonnige dag en vanuit een openbare weg niet naar de vijgenboom mag kijken?” De agent dacht even na, maar kon mijn vraag duidelijk niet waarderen.

Hij droeg mij op mij te identificeren. Ik vroeg hem op welke gronden ik me moest identificeren. Omdat ik Marokkaan ben? „U moet zich legitimeren meneer!”, luidde zijn reactie. „Ik wil nagaan of u antecedenten heeft als inbreker.” „Maar ik vind het onbeleefd dat u dit verband legt’ zei ik, terwijl ik naar mijn horloge keek. De tijd begon namelijk te dringen. De beelden van een wachtend publiek op mijn inleiding en zenuwachtige organisatoren verdrong even mijn emoties en ik besloot om mij onder protest te legitimeren. Ik wist bijna zeker dat als ik dat niet deed, de agent de ’hulp’ van een politiewagen zou inroepen en mij mogelijk naar het politiebureau mee zou nemen. Dan was ik nog verder van huis.

De andere collega pakte mijn rijbewijs en belde ergens naar toe. Terwijl hij kennelijk op een antwoord wachtte, noteert hij ook nog de gegevens van het rijbewijs. De hele geste is voorbijgangers niet ontgaan. Van afstand stonden mensen medelijdend toe te kijken. Enkelen hebben ook gejoeld. Enigszins ongeduldig stond ik te wachten op de uitslag van het telefonische antecedentenonderzoek. Die luidde: ’geen bezwaar’. Ik mocht gaan. In totaal was ik ruim 15 minuten kwijt. Ik kwam net op tijd bij de eindbestemming.

Dit was dus een voorbeeld hoe een beschavingsoffensief uit zou pakken. Maar het deed mij wel pijn. Pijnlijker was mijn besef dat de twee agenten met de beste bedoelingen hun bijdrage aan andermans veiligheid wilden brengen.

Maar een repressieve aanpak zonder nuances zoals hier is toegepast tast de menselijke waardigheid aan. De samenleving is niet gediend met de negatieve energie die zulk ingrijpen teweegbrengt.

Deel dit artikel