Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Olano rekent eindelijk af met zijn 'net-niet' imago

Home

Van onze sportredactie

AMSTERDAM - Eindelijk kan Abraham Olano een lange neus trekken in de richting van zijn criticasters. Tot gisteren kleefde aan de 28-jarige Bask het imago van bovenmatig getalenteerd wielrenner, maar te wisselvallig om een grote ronde te winnen. Met zijn zege in de Ronde van Spanje treedt Olano echter alsnog tot tot het selecte groepje kampioenen in het wielergilde.

Vooraf was de Vuelta uitgeroepen tot Ronde der Wrake. Daarvan was echter geen sprake. De rentree van de Festina-equipe na de verwijdering uit de Tour de France bracht alleen troostprijsjes in de vorm van drie etappezeges. Voor het overige stond de Vuelta 1998 in het teken van de Spaanse suprematie. Behalve Olano eindigden ook zijn landgenoten Fernando Escartin en José Maria Jimenez op het erepodium.

Even leek de zo zeker lijkende overwinning Olano nog te gaan ontglippen. Vrijdag was hij in de laatste bergrit zijn gele leiderstrui kwijtgeraakt aan ploeggenoot Jiménez. Olano herstelde de schade echter een dag later in zijn specialiteit, het tijdrijden. In de slotetappe van gisteren veranderde er vervolgens niets meer in de onderlinge verhoudingen.

Met zijn overwinning geeft Olano kleur aan een seizoen dat na zijn gedwongen opgave in de Tour de France (valpartij) dreigde uit te draaien op een zoveelste deceptie. Opnieuw zou Olano een loden last die hij al jaren met zich mee torst niet af kunnen schudden, zo werd gevreesd.

De erelijst van Abraham Olano Manzano was tot de start van de Vuelta weliswaar indrukwekkend qua omvang, maar een stuk minder imposant wat het kaliber van die overwinningen betrof. Sinds de start van zijn profcarrière, in 1991, boekte Olano tal van zeges in kleinere meerdaagse etappekoersen. Maar wat de echte groten in het peloton kenmerkt is een triomf in een van de drie grote ronden. En daar ontbrak het Olano tot nu toe aan.

In de Giro d'Italia was zijn beste klassering een derde plaats in 1996. In de Tour de France kwam hij niet verder dan een vierde plaats vorig jaar en in eigen land moest hij in de Vuelta van 1995 Laurent Jalabert voor laten gaan op het ereschavot.

Het zijn klasseringen die aantonen dat Olano al jaren tot de besten in zijn metiér behoort, maar zijn critici legden de kille cijfers tevens uit als een gebrek aan inhoud op de beslissende momenten. En dat terwijl Olano na het winnen van het WK in 1995 nog algemeen werd beschouwd als dé te kloppen man voor de nabije toekomst. Na zijn spectaculaire mondiale machtsgreep in het Colombiaanse Duitama - Olano ontsnapte vlak voor de finish en voltooide de laatste kilometer op een lekke band - kreeg hij in eigen land zelfs het predikaat 'troonopvolger van Miguel Indurain' opgespeld. Zelf was Olano echter de eerste om de vergelijking met de vijf-voudige Tourwinnaar te relativeren. “Ik zal nooit vijf keer de Tour de France winnen zoals Indurain. Als ik over enkele jaren tot in Parijs kan meedoen in de strijd om de gele trui, ben ik al blij. En wat de vergelijking betreft: er zijn eigenlijk maar twee overeenkomsten tussen ons. We kunnen allebei goed tijdrijden en hebben beiden problemen met ons gewicht.”

In het geval van Olano leek een tamelijk ruim bemeten taille aanvankelijk een loopbaan als all-rounder in de weg te staan. De in Anoeta in Spaans-Baskenland geboren renner woog als achttienjarige 86 kilo. Het was dan ook niet verwonderlijk dat hij zijn loopbaan begon als spurter bij een kleine Spaanse formatie.

Olano bekommerde zich in eerste instantie ook nauwelijks om zijn lichaam. Meer dan eens viel hij in voor een van zijn drie broers, die als dagloners in een fabriek de kost verdienden. “Maar toen ik op een gegeven moment ben gaan inzien dat de wielrennerij meer kansen biedt aan atletisch gebouwde types, heb ik de kilootjes eraf gezweet. Van dikkertje werd ik zoiets als een klimmer”, zei hij eens over zichzelf.

In 1992 boekte Olano bij Lotus-Festina zijn eerste succesjes als profrenner. Maar de echte doorbraak kwam toen de Clas-formatie waarin hij reed in 1994 opging in de Mapeiploeg van kopman Toni Rominger. Het was op voorspraak van de Zwitser dat Olano onder de hoede kwam van de Italiaanse sportarts Michele Ferrari. In korte tijd daalde het lichaamsgewicht van de Spanjaard naar zeventig kilo, zijn vetpercentage werd van twaalf naar zeven teruggebracht.

Na zijn wereldtitel in dienst van Mapei hoopte Olano zich in 1996 te kunnen opwerpen als kopman van de ploeg in de Tour de France, maar de ploegleiding besliste anders. Vanwege de Italiaanse sponsorbelangen moest hij zowel in de Giro als in de Tour aan de bak. Het brak de Spanjaard lelijk op. In de Tour eindigde hij in het eindklassement op ruime afstand van winnaar Bjarne Riis.

Om zich volledig op de Tour de France te kunnen richten stapte Olano vorig jaar over naar Banesto, dat hem na het stoppen van Indurain inlijfde als kopman.

Onder leiding van de ervaren ploegleider Etchevarri hoopt Olano nu alsnog in de voetsporen te treden van de man die zowel qua uiterlijk als rijstijl zijn broer had kunnen zijn. De eerste aanzet daartoe lijkt dit weekeinde te zijn gegeven.

Deel dit artikel