Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Of intensieve landbouw, of honger

Home

Kees de Vré

Nederlands grootste melkveebedrijf in Vredepeel. © Maarten Hartman, HH

Weg met de intensieve veehouderij in Nederland? Juist niet, vindt landbouwexpert Aalt Dijkhuizen. We zijn een voorbeeld voor de wereld.

Aalt Dijkhuizen stoorde zich behoorlijk aan het Trouw-commentaar over de plofkip. Dat ultieme symbool van alles wat fout is aan de Nederlandse veehouderij is weliswaar een duurzame kip, zo bleek uit een recent proefschrift, maar toch heeft de intensieve veehouderij geen toekomst. De omvang ervan is zo groot dat de milieudruk onaanvaardbaar hoog blijft, aldus de commentator. "Dat is echt een verkeerde conclusie", zegt de voorzitter van de raad van bestuur van Wageningen Universiteit zonder aarzelen.

Niet dat Dijkhuizen de plofkip wil aanprijzen, het gaat hem vooral om de manier van landbouw bedrijven die Nederland zo kenmerkt: hoogproductief, efficiënt en innovatief. "Ik zie twee dingen op ons afkomen. Er zijn in 2050 zo'n negen miljard mensen op de wereld, twee miljard meer dan nu. Bovendien neemt de welvaart in opkomende economieën toe, waardoor de consumenten daar meer vlees en zuivel gaan gebruiken. Dat betekent dat de voedselproductie - voor mens en dier samen - per hectare moet verdubbelen. Uiteraard onder de randvoorwaarde dat het milieu maximaal wordt ontzien. Kort gezegd wil dat zeggen: meer productie met minder gebruik van grondstoffen en chemische hulpmiddelen. Dat is een enorme opgave. We zullen alle zeilen moeten bijzetten om dat mogelijk te maken. De Nederlandse efficiëntie en innovatiekracht zijn daar het meest geschikt voor. Ze komen niet voor niets van heinde en verre bij ons kijken hoe wij op dat kleine stukje land zo veel produceren. Als we nu gaan roepen dat die intensieve landbouw zijn langste tijd heeft gehad, dan gooi je het kind met het badwater weg."

Juist meer intensieve landbouw
We moeten dus niet minder, maar meer intensieve landbouw gaan plegen. Anders voldoe je niet aan de morele opdracht om meer mensen te voeden. Bovendien ontneem je de Nederlandse economie een grote kans in een van de groeimarkten van de toekomst, vindt Dijkhuizen.

Is de boerenzoon en wetenschapper dan helemaal losgezongen van de samenleving, die juist meer en meer vraagt om diervriendelijkheid en kleinschaligheid? Vijftig jaar grootschalige en intensieve landbouw heeft toch veel problemen opgeleverd? "Helemaal mee eens. Daarom is het ook tijd voor verandering. We zullen meer naar de samenleving moeten luisteren en aan de hand daarvan het systeem zoals we dat hebben gaan verbeteren."

Dijkhuizen voelt er echter niets voor om een alternatief systeem na te streven. "Als je een lekke band hebt, dan plak je die en gooi je niet gelijk je hele fiets weg. De biologische landbouw is een stuk minder effectief en vraagt dus veel meer ruimte. Waar halen we die vandaan als er twee miljard mensen bijkomen? Lokale of regionale productieketens brengen geen optimale landbouw voort. We moeten zoveel meer produceren, dat kan alleen als we het wereldwijde systeem optimaliseren. Het alternatief is meer honger."

Dat dat gangbare systeem per se slecht is voor milieu en klimaat wil er bij Dijkhuizen niet in. "Het kost per kilogram product de minste ruimte, het vergt de minste input aan land en voer, en het stoot de minste broeikasgassen uit, zo blijkt uit recent onderzoek."

'Wij zijn de Usain Bolt van de voeding'
Voor dat laatste punt haalt Dijkhuizen een studie aan van het Landbouw-Economisch Instituut van de Wageningen Universiteit. "Daarin staat dat de productie van een kilogram rundvlees in Brazilië gepaard gaat met vier maal zoveel uitstoot van CO2-equivalenten als die kilo in Nederland. Een Braziliaanse koe heeft een hectare ruimte ter beschikking. Bovendien groeit ze erg langzaam zodat er per saldo meer voer nodig is en meer mest wordt geproduceerd. Als je kijkt naar ons pluimvee: de uitstoot per kilogram product is amper hoger dan die van vleesvervangers. Intensieve veehouderij is duurzaam, zoals ook dat proefschrift over de plofkip laat zien. Nederlandse boeren zijn wereldkampioen op deze punten. Wij zijn de Usain Bolt van de voeding. De wereld van straks zal lijken op Nederland."

Dat staat haaks op de maatschappelijke beleving, erkent Dijkhuizen. "Ik realiseer me dat goed. Het zal veel moeite kosten om de boodschap aan de mens te brengen dat juist intensieve landbouw het meest duurzaam is. Mijn grote zorg is daarom dat dit systeem wordt afgebroken, terwijl we het wereldwijd zo hard nodig hebben."

Dijkhuizen erkent vooral naar de aanbodkant van de markt te hebben gekeken. Ook de consument kan echter zijn vraag, zijn menu, veranderen door bij voorbeeld minder vlees te eten. "Ja, dat kan, maar gedragsverandering is uiterst lastig, met een onvoorziene uitkomst. Ik ben ook erg voor consumentenvrijheid."

Hij kan zich nog wel voorstellen dat consumentenkeuzes enigszins gestuurd worden, bij voorbeeld door in de supermarkt alleen duurzamere varianten van voedsel te leggen. "Daar ben ik niet tegen, als daarbij het eerlijke verhaal wordt verteld en niet, zoals bij voorbeeld Wakker Dier doet, altijd maar roepen dat de intensieve landbouw fout is."

Stel nu, zo gaat Dijkhuizen verder, dat Nederland de helft van zijn landbouw de deur uit doet. "De vraag elders in de wereld blijft echt groeien. Wij kunnen ons aanbod verminderen, wij kunnen minder vlees gaan eten, maar de Chinezen trekken zich daar niets van aan. Die eten amper vlees en gaan dat nu door hun groeiende inkomen zeker wel doen. Dan kun je dat maar beter op de meest duurzame manier produceren."

Met nieuwe technieken het hoofdsysteem verbeteren
Toch stelt Dijkhuizen te willen luisteren naar de samenleving. Waar gaat dat dan over? "Ik wil het hoofdsysteem niet veranderen. Dat kan met veel nieuwe technieken als precisielandbouw nog veel duurzamer gemaakt worden. Met behulp van computers - kijk eens wat de iPad teweegbrengt - kan de landbouw weer een aantrekkelijk beroep worden onder jongeren. Aanvullend kunnen we echter ook leren van andere systemen om de intensieve landbouw heen. Biologische landbouw en de huidige hang naar lokale ketens laten zien hoe om te gaan met dierenwelzijn, met de groeiende vraag naar betrokkenheid, verbondenheid. Er zijn vele wegen die naar Rome leiden. Die andere systemen moeten alleen niet worden verkocht als de duurzame oplossing."

Welke rol kan de Wageningen Universiteit spelen bij de groeiende behoefte aan betrokkenheid van de burger bij zijn voedselproductie? De universiteit is toch mede debet aan de problemen die de intensieve landbouw in de afgelopen decennia heeft veroorzaakt en de aversie die daardoor bij een deel van de burgers is ontstaan. Ook de huidige campus ziet er met zijn massieve gebouwen nog steeds uit als een gesloten bolwerk, onbereikbaar voor de geïnteresseerde burger.

Dijkhuizen knikt, hij realiseert zich zijn opdracht. Burgers betrekken bij de landbouw is zeer lastig. "Het is zoeken naar de goede manier. Wij zijn bij voorbeeld bezig met een Food Experience Center, waarin we alles over voedsel willen laten zien, ruiken en proeven. En ook met het interactief maken van onze website, zodat onze kennis veel beter toegankelijk wordt. We zijn bezig met sociale media. We werken aan projecten waarbij de burger betrokken wordt. Er lopen onderzoeken om burgers te laten meedenken en -praten over duurzaam voedsel, hoe geef je multifunctionele landbouw vorm, hoe breng je natuur en landschap dichterbij. We stimuleren overal discussie. Die moet gevoerd worden, want iedereen heeft het recht om mee te praten. We willen het samen beter doen."

Dat beter doen is nog erg vaak: meer techniek. Hoe zit het met de ethiek? Moet die niet weer terug in voedselland, dat te lang is beheerst door het streven naar maximale productie en geld verdienen? Dijkhuizen, enigszins geïrriteerd: "Voedsel moet veilig zijn, van goede kwaliteit en duurzaam geproduceerd. Als dat niet het geval is koopt de consument het niet. Die heeft altijd het laatste woord. Ik ervaar de mensen die in de landbouw en voeding werken niet als cowboys, als Tedjes van Es die de zaak bedonderen. Ik ben een boerenzoon. Thuis gingen we zeer zorgvuldig met onze dieren en stallen om. Als vriendjes uit de stad kwamen spelen, moest ik ze terechtwijzen. Die ragden juist door alles heen."

Lees verder na de advertentie
Aalt Dijkhuizen.

Deel dit artikel