Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Nu vindt Arnhem gewoon wel gek genoeg

Home

Quirijn Visscher

Arnhem heeft zich vertild. Aan een futuristisch treinstation, dat maar niet af wil komen. Aan een plezierhaven waar maar weinig Arnhemmers op zitten te wachten. Jaarlijks komt de stad 38 miljoen tekort. Maar nu wordt alles anders.

Vaak moet Gerrie Elfrink uitleggen hoe hij erin slaagde SP, VVD, GroenLinks en D66 samen te brengen in het Arnhemse college van b. en w. Ideologische verschillen? „Er is ook nog zoiets als lokale ideologie”, antwoordt de Arnhemse SP-lijsttrekker en formateur. „Wij willen redeneren vanuit de bestaande stad, niet vanuit grote projecten.”

Van die ambitieuze projecten telt Arnhem er genoeg. En intussen vallen de gaten in de Rijnkade. Letterlijk. Borden waarschuwen de passagiers van aanmerende cruiseschepen voor het gevaar.

Elfrink (35) vindt het tekenend voor de staat waarin Arnhem (147.000 inwoners) verkeert. Publieke armoede naast prestigieuze publiek-private plannen. Het had weinig gescheeld of Arnhem had een peperdure mondaine haven in het stadscentrum gekregen.

Dit Rijnboogproject domineerde de stadpolitiek jarenlang. In 2006 liepen coalitiegesprekken tussen de PvdA (voor) en de SP (tegen) erop stuk en had de SP het nakijken. Maar in 2010 staan de vertrouwde bestuurspartijen PvdA en CDA aan de zijlijn.

In de tussenliggende periode vroeg het stadsbestuur de bevolking om zich in een raadgevend referendum uit te spreken over het Rijnboogproject. Dit ’preferendum’ gaf Arnhemmers in 2007 de keuze uit drie projectvarianten: een haven, een haven of een haven. Oppositiepartijen en actiegroepen riepen op tot een boycot. Van de stemgerechtigden ging 10,2 procent naar de stembus.

De Universiteit van Tilburg onderzocht het referendumfiasco. Het eindrapport biedt een inkijkje in de Arnhemse politieke cultuur. Er was onvoldoende ruimte voor politiek debat over het Rijnboogplan, stelden onderzoekers Marcel Boogers en Laurens de Graaf.

„De gedachtevorming over het Rijnboog Havenkwartier was lange tijd vooral een aangelegenheid van het college, de ambtenaren, projectontwikkelaars en investeerders”, stellen ze. Eenmaal beklonken, kon bevolking noch gemeenteraad de plannen terugdraaien.

Zo ervoer Elfrink het ook. Bij zijn entree in de Arnhemse raad in 2002 werd hij meteen fractievoorzitter. „Als raadslid merkte ik dat veel op macht werd besloten en niet op basis van argumenten”, vertelt hij. „In 2005 hoorde ik: de haven is heilig. Het ergste is dat het publiek niet krijgt uitgelegd waarom en hoe besluiten zijn genomen.”

Arnhems nieuwe coalitie wil afrekenen met deze oude politiek-bestuurlijke cultuur. SP, VVD, GroenLinks en D66 gooien het roer om. Arnhemmers gaan direct meepraten over belangrijke thema’s, de gemeenteraad krijgt meer autonomie en de collegepartijen willen het burgervertrouwen in de politiek heroveren, met als kers op de taart een hogere opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2014, dan de 47,1 procent van afgelopen maart. „Onze coalitie telt alleen verkiezingswinnaars”, zegt Elfrink. „Dat is het mooiste cadeau aan de kiezers.”

Ook financieel moet het anders. Arnhem leeft ver boven zijn stand. Jaarlijks komt de stad 38 miljoen euro tekort. Nieuwe grote projecten zijn taboe, evenals verdere belastingverhogingen. Goed zorgen voor de stad, is het motto. Schokkend noemt Elfrink het dat de gemeente nooit structureel geld vrijmaakte voor het planmatig onderhoud van gemeentelijke gebouwen.

Maar wat blijft er nog van Arnhems ambities over?

Arnhem zag zichzelf rond de millenniumwisseling als de stad van ongelimiteerde kansen die zou uitgroeien tot centrum van Oost-Nederland. „De stad maakt een dynamische periode door en zal er over tien jaar heel anders uitzien”, schreef burgemeester Pauline Krikke in 2002 in het burgerjaarverslag. „Arnhem heeft voldoende potentie om ’een stad in Europa’ te worden.”

Piet van Dijk herinnert zich Arnhems gouden jaren nog goed. Hij leidde tussen 1994 en 2005 de eenmansfractie van RPF/GPV en ChristenUnie. Van Dijk keerde zich tegen de bouw van het Gelredome-stadion voor Vitesse. Tevergeefs. „Karel Aalbers wist er veel investeerders voor te vinden”, zegt hij. „Niemand durfde ’nee’ tegen hem te zeggen.”

Nadien moest de gemeente het betaald voetbal nog vaak een financiële injectie toedienen.

Nu het Gelredome er eenmaal staat, ziet Van Dijk voordelen. Het stadion is uitgegroeid tot een nationaal evenementenpodium, waar van alles wordt georganiseerd: van de EO Jongerendag en ’Symphonica in Rosso’ tot concerten van Kiss en Lady Gaga. Wat hem verontrust, is de rij onaffe Arnhemse projecten die in de slipstream van Gelredome zijn opgestart. „We beginnen al met bouwen als het plan nog niet klaar is”, zegt hij. „Daarna treedt er vertraging op. Het lijkt een patroon. In de jaren negentig kon het hier niet op. Er was geen rem meer.”

De bouwput bij station Arnhem Centraal symboliseert de problemen. Ben van Berkel ontwierp een hyperfuturistisch stationsgebied dat zo complex en kostbaar bleek, dat de bouw na tien jaar stilviel. Een noodstation verwerkt al jaren de passagiersstromen. Vorig najaar trokken de provincie Gelderland en ’Arnhems minister’ Jacqueline Cramer (PvdA, ruimtelijke ordening) het project vlot met extra miljoenen. Ook de stad paste weer bij.

Natuurlijk is niet alles kommer en kwel, haasten Van Dijk en Elfrink zich te zeggen. Het stadshart krijgt weer elan nadat het in de Tweede Wereldoorlog is weggebombardeerd en nadien sober en somber werd herbouwd. Van Dijk vindt het Musiskwartier een mooi voorbeeld van recent stadscentrumherstel. Ook de Rijnkade en omgeving verdienen stadsvernieuwing.

„Die wijk is tijdens de wederopbouw ingericht met de autotoerist in het achterhoofd”, zegt Elfrink. „Je kon met de auto zo naar de winkel rijden. Dat raakte snel achterhaald.”

Zo vervreemdend als dit Rijnoevergebied nu oogt met zijn verkeerspleinen aan de rivier en drukke wegen langs wederopbouwflats, zo kosmopolitisch zou de wijk zijn geworden als het plan van de Spaanse stedenbouwkundige Manuel de Solà-Morales uit 2002 was uitgevoerd.

Die wilde haaks op de Rijn een haven maken als speelse verbinding met de stadskern. Het grauwe Rijnkwartier moest zo een levendige plek vol cultuur, toerisme en horeca worden. Het college van b. en w. omarmde de gedetailleerde plannen. Aan de haven mocht van architect en stadsbestuur niet worden getornd.

Maar De Solà-Morales trok vorig jaar zijn handen af van het Rijnboogproject. Hij moest het zo vaak bijstellen vanwege Arnhems budgetproblemen, dat hij zijn eigen ontwerp er niet meer in herkende. „Die man heeft geen ervaring met rivieren”, oordeelt Van Dijk, thans voorzitter van de Vereniging Stadsschoon Arnhem.

Stadsschoon protesteerde, zoals velen, tegen de Rijnbooghaven. „Die is technisch onmogelijk”, zegt Van Dijk. „Je hebt stilstaand water of, bij lage rivierstand, geen water. Daarom is een peperdure sluis bedacht die volgens de regels een zwaaikom nodig heeft. Water in de stad is leuk, maar wie wil er nu aankijken tegen een twaalf meter hoge kade?”

De havendiscussie emotioneerde de Arnhemmers om verschillende redenen, zegt Elfrink. „Oude Arnhemmers vonden het plan een ontkenning van wat echt Arnhems is. Een haven is gekunsteld. Dan waren er zorgen om het station. Kon dat niet eerst worden afgerond? Mensen maakten zich ook zorgen over de gemeentefinanciën. Waarom moest die haven er komen? Om de ambities van het stadsbestuur te verwezenlijken of omdat de stad zo’n haven wil? Dat werkte de vervreemding in de hand.”

Elfrinks SP boekte zetelwinst bij de gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart met de slogan: ’Een stem op de SP is de enige manier om de havenwaanzin te stoppen’. Ook de VVD keerde zich tegen een sierhaven.

Formatiegesprekken tussen de PvdA en de SP strandden toen Elfrink een dubbele agenda bij de sociaal-democraten vermoedde. Samenwerking met de VVD achtte hij noodzakelijk om de verkiezingsbelofte waar te maken: geen haven. De fracties barbecueden samen. „We moesten elkaar vasthouden”, zegt Elfrink. „Samen in de oppositie of samen in de coalitie.”

Nu is Elfrink – een voormalige fabrieksmedewerker, parkeergarageportier en invalleerkracht – de wethouder die over Arnhems prestigeprojecten en sportieve kroonjuweel gaat: Rijnboog, Arnhem Centraal en eredivisieclub Vitesse. Hij heeft zich gecommitteerd aan de afbouw van het station. „Het moet snel klaar zijn en binnen het budget”, zegt hij. „De belastingbetaler heeft genoeg bijgedragen.”

Voor het Rijnbooggebied maakt het gemeentebestuur een alternatief plan samen met de raad en stadsbewoners. „Onze coalitieboodschap is dat we het met zijn allen doen”, zegt Elfrink. „Ieder heeft zijn eigen rol. Inwoners hebben waardevolle ideeën. Dat is een verschil met de inspraak uit het verleden. Bij de Rijnboog stond vast: het moet een haven worden. We spreken bewust niet van burgerparticipatie. Dat is een besmet woord.”

Voortaan wordt iedereen vooraf bij plannenmakerij betrokken. Geld voor nieuwe projecten is er niet of nauwelijks. Ook de pijnlijke discussie over een vrijwel lege schatkist wordt met de bevolking gevoerd. Mensen meteen meenemen in het verhaal, noemt Elfrink het. „Zo kweek je begrip voor keuzes.”

Nieuwe bezems vegen schoon. Toch hoopt oud-raadslid Van Dijk dat Arnhem ambitieus blijft. Als het maar gaat om kwaliteit en niet langer om kwantiteit. Het is heilzaam dat PvdA en CDA eens in de oppositiebankjes zitten, vindt hij.

De nieuwe politieke realiteit dringt zich ook op aan de kersverse wethouder. Ineens staat Elfrink lijnrecht tegenover SP-partijvoorzitter Jan Marijnissen in het debat over het Nationaal Historisch Museum.

Marijnissen ziet zijn geesteskind graag in Den Haag verrijzen, niet in Arnhem. „Ja hállo”, roept Elfrink uit. „Arnhem heeft die prijsvraag gewonnen. Trouwens: de nieuwe Tweede Kamer heeft herbevestigd dat het museum in Arnhem komt.”

Lees verder na de advertentie
Het stationsgebied van Arnhem. (FOTO KOEN VERHEIJDEN)

Deel dit artikel