Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Nolet: elf generaties jenever stoken

Home

door Sarah-Mie Luyckx

Gevoel voor traditie kan de familie Nolet niet worden ontzegd. Inmiddels staat de elfde generatie, in de personen van Bob en Carel junior, mede aan het roer van de bijna drie eeuwen oude destilleerderij in jeneverstad Schiedam.

De firma Nolet, een van de oudste familiebedrijven van Nederland (opgericht in 1691), ging het in al die jaren niet altijd voor de wind, erkent hun 64-jarige vader Carel Nolet, een gedistingeerde heer. ,,Zo waren de jaren zeventig een lastige periode voor alle veertig Schiedamse familiebedrijven die jenever stookten”, memoreert hij. ,,Het gedestilleerd kwam in de knel doordat onder meer supermarkten met goedkope eigen merken kwamen. Sluitingen lagen daardoor op de loer.

'Zorg dat ons dat niet overkomt', drukte mijn vader mij op het hart.”

Die noodkreet was niet aan dovemansoren gericht. In 1977 bracht Carel Nolet 'Ketel 1' op de markt, een door hemzelf ontwikkelde jenever, die zijn naam dankt aan de oudste ketel van het bedrijf, waarin de drank - op kolen - werd gestookt. Inmiddels mag de jenever zich volgens de firma marktleider noemen, hoewel er vanwege het ambachtelijke bereidingsproces een paar euro meer voor moet worden neergeteld. ,,Mensen drinken tegenwoordig minder, maar beter”, verklaart Bob Nolet (34).

Zo doen de kwaliteitsjenevers het nog altijd relatief goed, terwijl de totale jeneverconsumptie aanzienlijk is afgenomen. Sinds de jaren tachtig is de gedestilleerde markt, de Franse cognacs en Schotse whisky's incluis, gehalveerd. De vanzelfsprekendheid van een jenevertje na het werk bestaat niet meer, verklaren de Nolets. ,,Mensen hebben vandaag de dag zoveel afleiding. Gaan na thuiskomst een rondje joggen.”

Desondanks bleek de firma wederom niet voor één gat te vangen. Begin jaren negentig blikte ze over de grens en ontwikkelde een wodka voor de Amerikaanse markt, de 'Ketel One'. ,,Een eclatant succes”, zegt Carel Nolet met nadruk. ,,Van alle geïmporteerde wodka's neemt 'ie een tweede of derde plaats in.” Zodoende maakte het bedrijf, waarvan de omzet nu voor 75 procent uit de wodka-export komt, de afgelopen vijftien jaar een stevige groei door. In Schiedam steeg het aantal werknemers van 25 naar 75, en Carel junior stuurt iets ten zuiden van Los Angeles ongeveer evenveel mensen aan.

Nolet roemt - vanzelfsprekend - de kwaliteit van zijn tweede geesteskind, maar dicht het succes ook toe aan het feit dat de destilleerderij de grote importeurs zorgvuldig mijdt. Nolet: ,,Er gaan zoveel producten naar Amerika; 99 van de 100 gelukszoekers redden het niet, daarom begeleiden wij elke doos stap voor stap liever zelf.”

Qua publiciteit vaart het familiebedrijf ook een eigen koers. Uitbundige partycampagnes à la Smirnoff zijn niet aan de Nolets besteed. Zodoende steekt Bob Nolet geregeld de plas over om de Amerikaanse bartenders, die wodka gebruiken voor de populaire cocktail, persoonlijk kennis te laten maken met Ketel One. Bob Nolet: ,,Dat we een familiebedrijf zijn dat ouder is dan de Verenigde Staten vinden ze erg interessant. Zo doen wij ons voordeel met onze geschiedenis.”

Deel dit artikel