Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Nog steeds geen bijdrage van kledingbedrijf Benetton

Home

Jan Kruidhof

Activisten demonstreren voor een Benetton-winkel in Parijs. © ap

Kledingbedrijf Benetton betaalde niet mee aan het steunfonds voor de overlevenden en nabestaanden van de ramp bij de Bengaalse kledingfabriek Rana Plaza. Het is de laatste episode in de nasleep van de ramp.

Benetton moet met 5 miljoen euro over de brug komen. En snel graag, benadrukt de Schonen Kleren Campagne vandaag, op de Dag van de Mensenrechten. Het is al meer dan anderhalf jaar geleden dat het gebouw vol textielfabrieken instortte en meer dan 1130 mensen omkwamen.

Na de ramp werd een fonds opgericht om de slachtoffers te compenseren. Benetton, dat zich in advertenties vaak maatschappelijk betrokken toont, sloot zich in eerste instantie aan bij het steunfonds. Maar later liet de topman weten te wachten met geld storten tot duidelijker zou zijn welke andere merken meedoen. Inmiddels is Benetton dus het laatste grote modemerk dat nog niet betaaald heeft. "In het rampjaar 2013 was de winst van de holding van de Benettonfamilie 139 miljoen euro", vertelt Christa de Bruin van Schone Kleren. "De geëiste 5 miljoen euro is dus echt niet te veel gevraagd.''

Benetton Nederland wil niet reageren op het bericht en verwijst naar de persberichten van het hoofdkantoor in Italie. Het laatste bericht uit Milaan over Rana Plaza dateert uit april en gaat niet in op de uitblijvende bijdrage aan het steunfonds.

Blij met werk
Trouw wijdt in 2013 een bijlage aan de ramp. Journalist Fleur de Weerd beschrijft hierin hoe ze zelf achter de naaimachine kruipt in een kledingfabriek. "Er zitten zo'n 75 naaisters, knippers en tekenaars in een ruimte van zo'n 50 vierkante meter broeken in elkaar te zetten." De ruimte is klein en het ruikt er naar zweet, maar de mensen zijn niet negatief. "Het lastige is dat veel mensen oprecht blij zijn met hun werk", hoort ze van Manushan Jonno, die actievoert voor betere werkomstandigheden. "Vooral voor vrouwen is het de manier om onafhankelijk te zijn en van het streng islamitische platteland te ontsnappen. Daar werden ze pas echt uitgebuit. Met zulke nieuwe verworvenheden gaan ze niet gauw klagen."

Naar elkaar wijzen
De Weerd spreekt ook met Ibadad van Rijckevorsel, die uit Bangladesh komt en als kind werd geadopteerd door een Nederlands echtpaar. Hij werkt sinds 2006 als onafhankelijk inkoper in zijn geboorteland. "Ik ben de tussenpersoon tussen kledingbedrijven in Nederland en fabrieken in Bangladesh." Hij maakt van dichtbij mee hoe de problemen ontstaan. "Er zijn slechte fabrieken en slechte eigenaars, maar een heel groot deel van het probleem ligt bij kledingbedrijven in Amerika en Europa. Zij willen zo goedkoop mogelijk inkopen en zetten inkopers en fabrieken onder druk. Door een onredelijke prijs te eisen."

Een oud-fabriekseigenaar noemt corruptie het grootste probleem. "In dit land wordt alles daardoor opgehouden, je moet altijd weer onverwacht ergens bijbetalen: in de haven, voor vergunningen, aan corrupte ambtenaren."

Zo wijzen de kledingfabrieken, de merken, de overheid en de inkopers allemaal naar elkaar.

Actie
Nederland steekt na de ramp tijd (als voorzitter van een groep Westerse donoren) en geld (9 miljoen euro) in Bangladesh. Maar, vragen we begin 2014 aan minister Ploumen van buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking, wat kan Nederland hier verder aan doen? "Heel veel", antwoordt zij. "De Amerikanen hebben al handelspreferenties ingetrokken. Dat bedreigt de economische groei van Bangladesh. Vervolgens zijn er mensen nodig, zoals onze ambassadeur, die alle mogelijkheden aangrijpen om met producenten, vakbonden en de overheid te werken aan betere arbeidsomstandigheden. Het gaat om actie, aanjagen en volhouden als het even tegenzit of de aandacht verslapt. Papier is geduldig, maar dit is geen papier, dit is actie."

Ploumen moet ook anderen stimuleren om in actie te komen. De modebedrijven bijvoorbeeld, die treuzelen met het overmaken van geld aan het steunfonds. In juni 2014, ruim een jaar na de ramp, is van de 40 miljoen die de modeketens beloofden nog maar 17 miljoen dollar binnen.

80.000 gebreken
In oktober krijgt Ploumen bezoek van Alan Roberts, die verslag uitbrengt van de inspecties van Bengaalse kledingfabrieken. "Geen kledingfabriek helemaal in orde", kopt Trouw. Bij de 1106 gecontroleerde fabrieken zijn in totaal 80.000 gebreken geconstateerd. Zeventien fabrieken moesten sluiten, bijvoorbeeld omdat fabrieksgebouwen zonder vergunning extra verdiepingen hadden gekregen. Dat was precies de oorzaak van de ramp met de Rana Plaza, waar illegaal vier verdiepingen bovenop gebouwd waren.

Productie verhuizen
"De problemen in Bangladesh met de kledingindustrie staan niet op zichzelf," beschrijft economieverslaggever Marco Visser. "Ook in China, Cambodja en Birma zijn de arbeidsomstandigheden- en voorwaarden in de zogeheten sweatshops beroerd. Als de situatie in Bangladesh verbetert, bestaat het gevaar dat kledingproducenten het land verlaten om elders goedkoper te produceren. Om deze race to the bottom enigszins te beperken, is in het akkoord afgesproken dat kledingbedrijven Bangladesh niet zomaar kunnen verlaten. Als een fabriek tijdelijk stilligt om de veiligheid te vergroten, zijn westerse merken verplicht nog twee jaar lang kleding af te nemen."

Ethiopië
Een ander land waar sommige kledingmerken naar uitwijken is Ethiopië. Journalist Sarah Haaij bezocht het land en hoorde positieve verhalen over een 48-urige werkweek inclusief een vrije dag en soms betaald overwerk. Maar in een fabriek in het zuidelijke Arba Minch merkte ze ook dat de internationale eisen nog geen gemeengoed zijn. "Onder het oorverdovende lawaai van verouderde Oost-Europese weefmachines lacht naaister Amelework verlegen. "Hoe oud ben je?", schreeuwt-vraagt de tolk. "Je moet achttien zijn", antwoordt ze. "Dus je bent achttien?" "Ja." "Hoe lang werk je hier?" "Twee jaar." "O, dus je was geen achttien toen je begon?" Nog een verlegen glimlach."

De lonen in Bangladesh liggen rond de 68 dollar, bijna twee keer zo hoog als in Ethiopië. Maar Haaij zag hier veel optimisme. "Fabriekseigenaren, modemerken en medewerkers van niet-gouvernementele organisaties herhalen het bekende mantra: de overgang van een land van grondstofleverancier naar de productie van confectiekleding is vaak de belangrijkste stap naar ontwikkeling."



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie