Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Nog een laatste, groot project

Home

WIM BOEVINK

Met rasse schreden komen die meidagen dichterbij. Dan wordt weer herdacht en de vrijheid gevierd. Volgend jaar, in 2015, is de oorlog waarom het allemaal is begonnen, zeventig jaar verleden tijd. Het aantal mensen dat hem bewust meemaakte dunt langzaam uit. En toch, de verhalen blijven stromen, de honger is nog niet gestild.

Er zijn er die de herinnering aan de gebeurtenissen van toen met een bijzondere gedrevenheid in leven proberen te houden.

Jules Schelvis, 93 jaar, is een van hen.

Met zijn levensloop, en met zijn levenswerk, maakte ik kennis toen ik me voorbereidde op het proces tegen Ivan Demjanjuk, de man die kampbewaarder was in het vernietigingskamp Sobibor, en die daarvoor in München terechtstond.

Jules Schelvis was een van de medeaanklagers. Hij was in Sobibor in 1943, zij het alleen om er als 'werkjood' op een volgende trein gezet te worden, op een helletocht die langs zeven verschillende kampen zou voeren.

Het is vreemd om in dit verband van geluk te spreken, want Jules Schelvis behoorde tot een van de heel weinige overlevers. Meer dan dertigduizend Nederlandse Joden werden in Sobibor vermoord, onder wie Rachel Borzykovski, Jules' jonge echtgenote.

Hij ontkwam aan de dood in Sobibor, maar droeg dat kamp zijn hele verdere leven met zich mee. Hij volgde in Duitsland het proces tegen een kampbeul, interviewde hem en andere betrokkenen, bouwde een maquette, schreef een wetenschappelijk standaardwerk, werd medeaanklager, gaf lezingen en voordrachten door het hele land, en dat alles eigenlijk met maar één doel: de herinnering doorgeven.

Vorig jaar legde hij getuigenis af in zijn 'Er reed een trein naar Sobibor' en werd daarbij begeleid door het Nationaal Symfonisch Kamerorkest, onder leiding van Jan Vermaning, ook al zo'n gedrevene.

Grieg, Bach, Elgar.

Het was zeer aangrijpend.

Nog één groot project nam Jules Schelvis zich voor. De voordracht met het orkest en met lichtbeelden in de eerste week van juli naar Berlijn te brengen, en naar Lublin in Polen, de stad waarvandaan de vernietigingskampen werden bestuurd. In Berlijn wil hij in het Duits voorlezen, in Lublin loopt op het scherm de Poolse ondertiteling.

Voor die onderneming benodigde hij een ton. Voor vervoer, onderbrenging en bescheiden vergoeding van het veertig man tellende orkest en voor vijf man technisch personeel en alle mogelijke bijkomende kosten. Via crowdfunding en bijdragen van fondsen als het Vfonds en het Amsterdamse Fonds voor de Kunst kreeg hij tachtigduizend euro bijeen.

De rest wil hij nog ophalen bij de uitvoering van 'Er reed een trein naar Sobibor' in de Westerkerk in Amsterdam, op 30 juni. Hier stokte echter het project, van de bijna achthonderd kaarten werden tot nog toe maar zo'n 120 verkocht. Er is natuurlijk nog even tijd om de kerk vol te krijgen, zo vol als vorig jaar in Elburg.

93 is Jules.

Ik zie hem straks staan in die kerken in Berlijn en Lublin. Met al dat vuur dat in hem is.

Deel dit artikel